Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

25-05-2022

Romelancholiek

Romelancholiek dwalen over de Via Appia. Genieten van het Colosseum. Nat worden in het Pantheon. Rondgang op de Sint Pieter. Cappella Sistina. Liggen op de rug. Turen naar het laatste oordeel. Papa prevelt Ave Maria. Rook om mijn hoofd.

Struinen door het Forum Romanum. Monumentje Vittorio Emanuele. Typemachine, bruidstaart voor Italianen. Dromen op de Spaanse trappen.

Una giornata particulare. Badderen in de Trevi met Sophia Loren en Marcello Masturbani. Zweten in Termen Caracalla. Krantje lezen bij Villa Borghese. IJsje eten langs de Tiber. Griezelen in Cripta Cappuccina.

Cappuccino con panna drinken. Mangiare una pizza grande. Fietsen rond de Engelenburcht. Eindigen in Domus Aurea. Nero fikkie laten stoken. En dan langzaam sterven.

28-01-2022

Nadallen

Het nieuwe werkwoord dat nog in ontwikkeling is. Verfijnd moet worden, voordat het erkenning krijgt in tennistaal. Een taal met ingewikkeld vocabulaire. De deskundigen twijfelen nog. Wat moet er precies opgenomen worden onder dit werkwoord?
Als je het woord nadallen hoort denk ik aanvankelijk aan lamballen. Maar dat dekt in dit geval absoluut niet de lading. Tenzij het verwijst naar onophoudelijk plukken en wrijven aan kleding, haar en gezicht. Maar dan doen we de andere vaardigheden tekort. Ongenadig spinnen staat op een, onmiddellijk gevolgd door enorme geestdrift op twee. Op drie het sterk karakter dat onder nadallen ligt. Vriendelijkheid en respect naast sportiviteit.
Nadallen kan niet bestaan zonder federeren en nolen. Maar dat terzijde. Nadallen gaat geschiedenis schrijven. Zeker weten.

17-08-2020

Felle Ahitofel haalt uit

Ik ben boos. Hartstikke boos. Hoe durven ze? Die koekenbakkers. Ik heb Wikipedia er eens op nagelezen. Ongelofelijk hoe ze mij daarin portretteren. Ja, in die kutbijbel. Want dat is het toch? Door het volk samengesteld en geloofd. Onzin. Wie deze overlevering verzonnen heeft moet zich werkelijk kapot schamen. Ik was er potverdorie zelf bij. Ze moesten eens weten wat voor een slimme raadgevingen ik toentertijd gaf. De geschiedenis zou er compleet anders uit zien zonder mijn wijze inzichten. Lees de geschiedenisboekjes er maar op na. Ja, die van voor Christus. Mijn lieve heer, wat ben ik blij dat Jomanda mij geattendeerd heeft op dit euvel. Dat schattige blauwe wief had helemaal gelijk. Een wijze vrouw. Is getekend, Achitofel.

29-02-2016

Schrijfveren Februari 2016

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Laat jij je verzorgen? (05-02-2016) Zie ook Schrijfveer 04-11-2015 met dezelfde titel

Ja. Door alles en iedereen wat maar mogelijk is. Zorg is aandacht en dat is tevens de motor van ons bestaan. Naast liefde uiteraard. Zorg en liefde makes the world go round. Als dat er niet meer is dan houdt zo'n beetje alles op. Om te beginnen met het leven. Daarna volgt de dood. Zo simpel is het. Voor de gelovigen onder ons. Er zijn ook mensen die geloven in geld. De Dagobert Ducks. Ze eten de god ganse dag eendenpaté. Uit blik desnoods. Een keer per week gaan ze met hun moeder naar het restaurant. Uit goede sier doen ze dat en voor het podium. Omdat het zo hoort. Maar wie zorgt er nu voor mij? Jezelf natuurlijk. Op zijn best. Zijn paasbest, maar ook met kerstmis. En op je verjaardag. Wie zorgt er dan? De gasten. De darm, de lever, het hart, de longen en de skin. Ze hebben alle zorg nodig. Hang de slingers op aan je lijf en wrijf het goed in. Zodat het de zon, de wind en de regen goed verdraagt. Zorg begint bij liefde. Daar heb je geen selfiestick voor nodig. Ook geen sm. Sociale media. Sado masochisme. Het is maar wat je verkiest. Nog drie minuten zorg ik voor mezelf. Ik schreeuw het uit. Zorg komt voor de liefde. Zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander. Wie zorgt voor zichzelf en voor de ander heeft veel minder zorgen. Zorgen voor de zorgen. De rest komt morgen. Ik laat me verzorgen in mijn zorgen. Ver en dichtbij. Er is moed voor nodig. Moedig is de zorgvrager. Zo ook de zorgdrager. Het zijn de schouders die het doen. Schudt er maar eens goed mee. Omhoog en omlaag. Trek ze op. Nee niet je neus ...


Een vrij duistere sfeer (18-02-2016) Zie ook Schrijfveer 02-11-2015 met dezelfde titel

De berg lonkt. Groen is zijn voet, grijs zijn rug en wit de nek. Ik rijg mijn veters nog eens stevig aan en gooi een kleine rugzak op de rug. Van Carymore. Of hoe heet dat merk ook alweer? Genoeg bevoorrading voor een zonnige dag. Twee liter water en een hele hoop koeken. Noten en Dextro bij de hand. Eigenlijk nog nergens voor nodig. Maar het hoort bij de spanning. De spanning en de weet van het wordt weer een mooie dag.

Het eerste stuk is een verharde weg met vals plat. Deze berg kent geen binnendoor. Helaas. Vol verwachting speur ik de berm af naar het eerste rood-wit. Een versleten redder in de nood op grote hoogte, in het dal twee gelikte strepen verf op een hardhouten richtingwijzer. De richtingwijzer kent halverwege plots meerdere rood-witten. Zonder kaart weet je bijna nooit waaraan en waaraf. De rugzak klots nu tegen de groene vegetatie van den en spar. Mijn benen worden nat van het struikgewas. Het is nog ochtend. Op en neer en op en neer.

Heel langzaam wordt het zompig pad hard. De eerste kiezels verschijnen. De kiezels worden steeds groter. Het grijs blinkt wit. Tijd voor de zonnebril. Ik klok. Water en tijd. Kleine pauze met banaan en boterham. Ik loop nu van ontspanning naar inspanning. Mijn blik gaat omhoog. Ik vrees heel even voor de uitspanning. Die wordt plots donker. Nee, niet nu. Alsjeblieft. Geen duistere sfeer op deze mooie dag. Niet nu.

Ik doe mijn rugzak af en duik naar de bodem. Een lullig plastic regenjasje, knaloranje, moet de weergoden verzoeken zo snel mogelijk op te zouten. Het helpt. Hup, hup, Holland hup ... staat op mijn rug geschreven. De stortbui geeft een aangename cooling-down. Head up naar de piek. Ik kan hem nu zien. Soms, heel soms. Om de hoek. Hij prikt de zon haast lek. Sounds of music.


Leren handwerken (19-02-2016) Zie ook Schrijfveer 07-11-2015 met dezelfde titel

Sneeuw dwarrelt uit de hemel. Wit op blauw. Ik trek mijn leren handwerken aan. Het is nodig. De rode knokkels kunnen de kou niet langer verdragen. Het kost vandaag moeite om op gang te komen. De straat lijkt niet meer op gisteren. Heel even het paadje kwijt. Mijn schoenen trekken een nieuw vers spoor. Ik kijk achterom of ik niet achtervolgd wordt. En jawel hoor, door mezelf. Ik herken de sporen.

Het half uur lopen duurt en duurt vandaag. De dagdroom lijkt niet op te houden. Ik houd hem vast en neem hem mee. De gordijnen zijn dicht in de straten die ik passeer. Toch gluur ik van afstand door enkele kieren. Is er beweging? Staat de televisie aan? Met lichtjes aan de zijkant? Ik hoor huiskamerdrukte. Tijd om naar school te gaan. Nu al? Ik loop door. Daar is het bos. De weilanden die ervoor liggen zijn bedekt door sneeuw en ijle lucht. Aan de zijkanten rookt de lucht. Stroshaggies langs de beek. Geen koeien in de wei. Dat duurt nog even.

Ik sla twee paden in en stamp mijn voeten in de sneeuw. Krakend en kwakend. Een konijn trekt de oren in en drukt zijn buik in de sneeuw. Daar staat de hut. Mijn schrijfhut. Ik doe mijn jas uit en zet een potje thee. Intussen maak ik de kachel aan. Met hout en met mezelf. Hoe zal het vandaag gaan? Aan de tafel voor de raam trek ik de autobio naar me toe. Hij lacht me grijnzend toe. Toe maar. Ik trek mijn leren handwerken uit. Het is nu aangenaam warm.


Een visuele geschiedenis (23-02-2016)

Het begon allemaal ergens in de oertijd. Er zijn geen mensen getuige geweest van de Big Bang, dus daar ook geen beelden van. Het blijft gissen hoe dat eruit heeft gezien. Waarschijnlijk bijna net zo mooi als de implosie die fragmentarisch getoond wordt in de aftiteling van tv-serie Versailles. Niet met de Franse slag. Maar op zijn Lodewijks. Degelijk en noch kosten en moeite gespaard in uiterlijk vertoon. Zoiets. Glasscherven en bloemen die samensmelten in een prachtige vraag. Om daarna weer te exploderen.

De Big Bang moet ook zo zijn gegaan. Een grote klap met flarden puin, om daarna weer te hechten in dat wat waarde heeft. Het leven. Het ultieme leven. In vol ornaat en in volle schoonheid. Vanaf het moment dat de eerste mens het licht zag begon deze zich vanalles te verbeelden. Zijn eigen werkelijkheid.

Filosofen zouden daar eeuwen later prachtige theorie op loslaten. Verklaren is een mens aangeboren. Eens de controle kwijtgeraakt doet de mens almaar verwoede en bovenal vruchteloze pogingen de controle weer terug te krijgen. Met als resultaat oorlog en waanzin. En om die te verzachten wendt diezelfde mens de liefde aan, het voertuig van geluk. You get the picture?

Met taal werd getracht alles te bevatten. Eerst met gelukzalige oerkreten. De oehs, de aahs en de ohs. Daarna met wat meer oorlogszuchtig geluid. De hoos, de huus en de hees. Pas veel, veel later zag men de humor er van in. Het vertaalde zich in haas. De visuele geschiedenis werd uiteindelijk pas veel, veel later in taal en beeld vereeuwigd. In beeldtaal. Hertjes op een muur. Dino's op de rotsen. Vurig werd alles vanaf toen voor de eeuwigheid vereeuwigd. Soms mooi, soms lelijk, in kunst en kitsch.


Frambozen (28-02-2016)

Zal ik ze dit jaar weer houden in mijn tuin, frambozen? Heerlijk. Maar dan mag ik niet de vakantie verkeerd inplannen. Wie zaait wil oogsten, nietwaar? En ook op tijd zorgen voor de juiste netspanning. Je wil niet dat die gevleugelde dieven de struiken leegeten. Nog voordat je er goed naar gekeken hebt. Al die moeite voor niets. Je zou er bijkans zelf frambozig van worden. En wat gaan we er dan mee doen. Met de oogst? Vijftien frambozen in een potje? dat is nauwelijks de moeite. Frambozenjam gaat het dus niet worden. Op een beschuit is ook niet echt lekker. Ik wil het gevecht met mijn aardbeien niet aangaan. In de yoghurt dan maar? Zonde. Zeker in de magere. Aaien en ruiken. Daar blijft het dan maar bij. Zodra je het huidje goed betast dan doet het met de ogen dicht ergens aan denken. Toe, neem de proef eens op de som. Of som de beproeving. En? Voelt lekker toch? Een beetje fruitig, het rolt makkelijk in de hand, een beetje donzig, een beetje roze. Heerlijk zo'n framboos. Daar wordt je toch helemaal blij van? Het gaat niet lang meer duren. Dan gaat de framboos de grond in. Een vruchtbare nieuwe poging tot oogst. Dat de zon en regen maar snel zijn ding gaat doen. Als een gladiator met net zal ik mijn oogst bewaken. Voor het betere hand- en mondgevoel. Wat in het vat zit zal niet verzuren. Wat zeg ik. Het krijgt niet eens de tijd om vat te vatten. Zoet zal het smaken. Als honing. Na al het zuur.


Het afwezige land (29-02-2016)

Het afwezige land

Krambolo werd heel langzaam wakker. Onder een prachtige zon die langzaam, heel langzaam oppopte uit de blauwe horizon. Als een gele dolfijn. In een prachtige parabool zou hij pakweg 12 uur in de hemel hangen. Maar ... geen tijd voor verdere mijmeringen. En wie neemt nu 12 uur lang de zon waar? Dat is wel heel erg zen. En toch. Krambolo kon het niet laten. Het vluchtte in gedachten richting bergen.

Geklemd tussen twee megacontinenten Azië en Noord-Amerika had het na jaren knokken om bestaansrecht eindelijk toegang gekregen tot de elite der moeder aarde. Snakkend naar erkenning had het zich weten te voegen naar megalomane normen. Moeizaam hadden de belangrijkste landen Krambolo omarmd en erkend. Ze konden ook niet anders. Krambolo bevatte de grondstof waar moeder aarde mee gered kon worden. Zeldzame aardstenen die voor wie het wilde zien voorzagen in eeuwige energie en voedingstof. Milieuvriendelijk.

Veroveren hadden enkele landen al geprobeerd. Maar helaas. De aardstenen voorzagen ook in onoverwinnelijkheid. Mits goed ingezet. Geslepen. Krambolo kende zijn macht en nam zijn macht.

Apathisch zag de rest van de wereld toe hoe de zetel aan tafel van de belangrijkste wereldriddertafelconferentie leeg bleef. Ontredderd vroeg de voorzitter zich af waarom Krambolo afwezig was. Dat was niet conform de afspraak. Krambolo kon het niet echt bommen. Twaalf uur lang spotte het de teloorgang van weer een zonnedag in een heldere parabool. Niets was meer belangrijk. Zen zien en verder niet mauwen.


15-10-2014

Het enige echte Pietverhaal

Heel, heel lang geleden, kwamen er een paar wetenschappers op het idee om eens diep, heel diep in de aarde te graven. Dat deden ze in het dal van Worm (NL). Een diepgravend onderzoek, zogezegd. Men wist nog niet precies waar naar gezocht werd. Maar dat gebeurde wel vaker met onderzoeken. In de zoektocht kwam de vraag meestal vanzelf bovendrijven. Kwestie van geduld.

In de eerste laag van de aarde werden alleen bekende en voedzame producten gevonden. Sommige kant en klaar en andere pas voedzaam na bewerking. In de onderliggende lagen kwamen de wat meer abstracte zaken bovendrijven. De onderzoekers worstelden zich door humus, bruine, gele, witte grond, klei, löss en los zand. Vervolgens stuitten ze op serendipity. Ze waren goed bezig en het was tijd voor een korte pauze met versnapering. De serendipity werd ingezet als voeding voor gesprek.

Men was het unaniem met elkaar eens. Na de vondst van serendipity was het slechts een kwestie van doorgraven om tot de kern te komen. En ja hoor. Na verloop van dagen stuitten de wetenschappers op een harde onderlaag die hen niet echt bekend voorkwam. Met de schop kwamen ze niet veel verder. De bewerking van dit materiaal vroeg om speciaal gereedschap. Iets van ijzer en met een spitse punt. Een soort pik. Eentje die je makkelijk kon vasthouden en die lang heel bleef. Een pikhouheel. Later verbasterd tot pikhouweel.

Met de pikhouweel houwden [Middeleeuws Limburgs voor slaan, sloegen] de wetenschappers zich door de harde laag. Keihard was de steen. En hij stonk ook een beetje. Naar groene kool. Wat een lucht! Vast doorgesijpeld uit de bovenlaag van de aarde. De wetenschappers hadden meteen een naam voor de harde steenlaag. Steenkool. Twee wetenschappers haakten na de ontdekking af. Ze konden de lucht van de groene kool niet verdragen. Watjes. Ja, ja, wetenschap bedrijven is topsport. Alleen de sterken blijven over.

Het zat de twee niet lekker. Ze besloten de boel maar eens goed op te stoken. Met steenkool. Eureka. Wat een vondst. Het fikte als een dolle. Ze hadden niet alleen een gat in de markt gevonden maar vooral gaten in de aarde. Er werden een paar experts ingegallopeerd, vliegen ging in de Middeleeuwen nog niet, en al snel werd de gatenkaas in de grond omgetoverd tot kolenmijn. Alleen die lucht! Die stonk nog erger dan in een slecht gelucht café. Gelukkig zoeken en vinden wetenschappers voor ieder probleem een oplossing.

Hoewel, zoeken? De oplossing lag eigenlijk voor het oprapen. In een van de gaten die gehouwd was vonden de wetenschappers een paar kleine gele vogeltjes. Die waren duidelijk van hun stok gegaan. Ze lagen met de bekkies open. Van die lucht natuurlijk. Het enige dat de wetenschappers niet begrepen en geklaard konden krijgen was de kleur van de vogeltjes, daar diep onder in de aarde.

Hoe kwamen die vogels in hemelsnaam aan gele veren? Ze waren toch diep onder de grond de pijp uit gegaan? Moesten ze dan niet zwart zijn? De wetenschap stond voor een raadsel. Hier hadden ze geen kaas van gegeten. De oplossing, de verklaring is tot op heden, in de moderne tijd, nog steeds niet gevonden. De wetenschapper die dit grote vraagstuk oplost, die wint de Nobelprijs, vast en zeker. Alleen welke? Die voor natuurkunde of die voor de vrede? Ach, het zal zowel de zwarte, zeur- als kanariepieten worst wezen. Marsepeinen worst.

01-06-2014

Media

Media mag nooit de boot missen. Ze moet altijd op tijd zijn. Dat is ze aan haar stand verplicht. Vers van de pers moet haar nieuws verschijnen. Omdat de mensen er op wachten. Vol verwachting. En die verwachting is van alle tijden. Gevoed door tijdloos ongeduld. Tenzij je woont in godverlaten oorden. Ja, die zijn er. Dat kunnen wij als nuchtere Nederlanders ons maar amper voorstellen. Maar het is wel zo. Oorden waar je nog ouderwets kunt verdwalen, ze bestaan. Maar niet in Nederland.

Ouderwets verdwalen? Bent u ooit verdwaald? Op een manier dat echte paniek te voorschijn kwam. U keihard uitlachte in uw gezicht. Ik denk het niet. Kreeg u honger tijdens de dwaling? Honger naar nieuws, naar informatie? Werd u dorstig? Snakte u naar lucht? Omdat de adem in uw keel stokte, of althans, dreigde dat te doen? Alleen de gedachte al. Dat is paniek. Komt u niet echt bekend voor, wel?

Media moet altijd het nieuws volgen en brengen. Zonder Media is het nieuws reddeloos verloren en komt het nooit aan. Soms moet in het wachten op het nieuws een zekere mate van geduld betracht worden. Zeker als Media het nieuws vervoert op een trans-Atlantische route. Als er al een volkje ongeduldig is dan zijn het de Amerikanen. Zeker weten. En toch is het juist op dat continent waar Media tot volle wasdom kwam. Dan praten we over pakweg 1946. Media vervoerde vrachten nieuws. Zowel voor private als voor zakelijke klanten. Het bracht haar klanten met al het nieuws in vervoering. Je kunt het bijna vergelijken met de vervoering die tegenwoordig vrouwen ten deel valt zodra zij de Zalandoman ontmoeten. In levende lijve wel te verstaan.

Al gauw verdiende Media het predicaat RMS. Niet te verwarren met de Republiek der Zuid-Molukken. Absoluut geen godverlaten oord, maar dat terzijde. Nee, nee, Media verdiende voor haar verdiensten het predicaat Royal Mail Ship. De Media bezorgde eenvoudigweg de post op een koninklijke manier. Trans-Atlantisch. Maar dat had u al begrepen. Degelijk en lang. Van 1946 tot en met 1961. De Media werd daarna verkocht. Aan de hoogstbiedende in een vervoersmarkt die haar roots verlegde van het water naar de lucht. Het nieuws werd ineens gevlogen, werd vluchtig, nadat het eerst waterig was geweest.

Het is wat met die Media. Ze moest zelfs haar naam afstaan. Media werd Flavia. SS Flavia. Stoomschip Flavia. RMS Media had afgedaan. Gelukkig bezat het 250 eersteklas hutten. Het scheepje werd verder verbouwd zodat er met het nieuws ook nog pakweg 1300 passagiers meekonden. Het werd daarmee een van de eerste cruiseschepen met diverse bestemmingen. In 1983 begonnen de passagiers zich te vervelen. Een nieuwe eigenaar van het scheepje bombardeerde het onmiddellijk tot casinocruiseschip Flavian, om het in 1986 nog een keer te laten verbouwen en om te dopen naar Lavia. De verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in Hong Kong.

Helaas brak op 7 januari 1989 brand uit tijdens de werkzaamheden. En tot overmaat van ramp kapseisde het schip door het bluswater van de blusboten en de lokale brandweer. Iedereen werd gelukkig gered. Uiteindelijk werd het schip naar Taiwan gesleept om daar gesloopt te worden tot schroot. De voormalige Media afgedankt als oude krant. Zo gaat dat in de grote wereld.

Rest me nog de algemene kenmerken te vermelden van de Media:
Deplacement (het gewicht van de door een ondergedompeld lichaam verplaatste vloeistof, lees nieuws. Het verplaatste volume is de waterverplaatsing, lees nieuwsverplaatsing): 11636 m3 – Tonnage: 13345 ton (1947-1961), 15456 ton (1961-1989) – Passagiers: 250 (Media), 1320 (Flavia), 850 (Flavian, Lavia) – Lengte: 161,85 m (1947-1961), 169,77 m (1961-1989) – Breedte: 21,34 m – Diepgang: 7,92 m – Snelheid: 18 knopen (33 km/h).
Wat opvalt is de groeipotentie van het Medianieuws in de loop van de tijd. Het is er alleen niet sneller van gaan varen. Medianieuws met een steady tempo? Vrij uniek.

Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)

28-03-2014

Een dag om nooit te vergeten

'Alles in drie', dat dacht Tinus Token toen hij eindelijk zijn theorie-examen haalde. Het was op 24 juni, een mooie zomerdag in 1864. Nog nooit was hij zo zenuwachtig geweest. Er hing namelijk veel vanaf. Alleen als hij zou slagen voor zijn theorie-examen zou hij verzekerd zijn van een rijbewijs. Een rijbewijs dat hij uiterlijk 25 juni nodig had. Wat was Tinus blij. Maar nu had hij andere zorgen.

Tinus had nog precies een halve dag om te zorgen voor een mooie passende outfit. Hij had het risico niet durven nemen om zich een handgemaakt kostuum aan te laten meten. Omdat hij er toch mooi uit wilde zien, zocht hij naar een alternatief. Kleren maken immers het mannetje. Morgen was een grote dag. Het bood Tinus tevens een ultieme gelegenheid om zich te presenteren aan een groot publiek. En wie weet, misschien werd hij wel gespot door een mooie vrouw. Tinus was nog vrijgezel.

Het alternatief diende zich al snel aan. Laarzen moest hij hebben, nieuwe laarzen. Want daarmee kon ie pronken. Maar waar zat nu een goede laarzenwinkel? Ach, natuurlijk. In het centrum. Koninklijke Dongelman, Halstraat 12. Dat ie daar niet eerder aan had gedacht. Tante Aagje woonde er notabene langs. Zo snel als zijn benenwagen hem kon dragen snelde Tinus naar Dongelman. Het was een dure winkel en Tinus was een arme luis. Nu maar hopen dat hij Dongelman kon paaien. Dat moest wel. Zeker als hij vertelde voor welke bijzondere gelegenheid hij laarzen nodig had. Voor goede reclame moest Dongelman ook maar in zijn buidel tasten.

Dongelman had wel oren naar het verhaal van Tinus. "Goh, en je hebt vandaag echt je theorie-examen en rijbewijs gehaald. En morgen ben jij chauffeur van het grote gebeuren? Ongelofelijk! Fantastisch! Hier neem die laarzen maar mee. Gratis. Ja, ja, schoenendoos mag je ook houden. Daar staat mijn naam op. Ben er zuinig op hė!"

Tinus kon zijn geluk niet op en besloot zijn geluk te delen met tante Aagje. Hij was nu toch in de buurt. Tante Aagje was zijn favoriete tante. Ze was zeer creatief en dat kon Tinus wel waarderen. Hij was benieuwd hoe ver tante Aagje was met haar nieuwste project. Het boetseren van een vingerplant. Met zand, niet met klei. Een unicum. Het werd door iedereen onmogelijk geacht, behalve door tante Aagje. Zij geloofde heilig in dit project. Haar vorige project was ook succesvol geweest. Zandkasteel van papier-maché. Ze had er een eerste prijs mee gewonnen bij expo 'Beeldig aan Zee'. Alleen jammer dat het zandkasteel bij eb iets te dicht bij zee was geplaatst. Dom, dom, dom.

Tante Aagje was verheugd dat Tinus haar een bezoek bracht. En ook nog eens met zo'n mooi nieuws. Ze zou morgen op tijd opstaan om een mooie plek te bemachtigen. Ze wilde het spektakel voor geen goud missen. Waar kon ze het beste gaan staan? Waar was het beste zicht? Tinus tipte haar voorbij Kneuterdijk een plaatsje te bemachtigen. Richting zee. Zeestraat was een goede optie. Dan hoefde ze ook niet zo ver te lopen. Dat vond Aagje een goed plan. Tinus dronk snel zijn bakkie Hag op en liet het kaakje liggen. Hij had niet langer tijd en moest nog veel doen.

Stik zenuwachtig was ie nu. Daar stond ie in vol ornaat. Hij keek nog eens goed of alles paste. Had hij alles bij zich? Rijbewijs? Bijna vergeten. Hoe was dat mogelijk? Na twee jaar zwoegen en twee examens verder, was het bij het derde theorie-examen eindelijk gelukt. Tinus Token kon zijn geluk nog steeds niet op. Hier had hij het allemaal voor gedaan. Voor deze bijzondere dag. En iedereen wist het. Vele stadsgenoten zouden langs het parcours staan. Vrijwel alle media hadden aandacht gevestigd op dit heuglijk gebeuren. Zelfs het Haagsch Courantje had er in een mooie column aandacht aan besteed. Wie had dat gedacht?

En nu was het zover. Met trillende benen besteeg hij het prachtige voertuig dat voor hem stond. Een zweep zou hij vandaag niet nodig hebben. Het gehinnik voor het voertuig maakte dat meteen duidelijk. Beiden paarden hadden er zin in. Met een ferme teugeltrek zette Tinus het tweespan in beweging. Het vertrek van eerste paardentram van Nederland. Van Kneuterdijk naar Badhuis Scheveningen. 25 Juni 1864, een dag om nooit te vergeten.

Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.

28-12-2009

Groot kind

Hoe groot is het kind dat zijn kindheid bewaart in tijden van angst en onzekerheid? Hoe groot is de volwassene die het kind in zichzelf koestert, dag in dag uit? Bewust of onbewust, stiekem of uit noodzaak, in stilte en verwondering. In onverzadigbare drang tot bevestiging legt een kind zijn noden bloot. In goede en in slechte tijden. Wat is zijn noodzaak? Rechtop blijven staan, in een verwarrende wereld waar gevaar onvoorspelbaar loert.

Hartje zomer en de gordijnen zijn dicht. Stilletjes speel ik mijn spel. Mams niet wakker maken. Ze snurkt op de bank. Het is vakantie maar ik mag niet buitenspelen. Er is niemand die op mij kan passen. Zou ze weer zo’n gekke bui krijgen? Hysterie overvalt haar soms. Ik weet dan niet wat te doen. Ik kruip dan terug in mezelf, juist op het moment dat ik behoefte heb aan een knuffel.

Mijn moeder is ziek, manisch depressief. Soms is ze bang. Van en voor zichzelf. Wat moet ik dan als kind? Gauw volwassen worden. Hoe lang mag een kind zijn kinderspel volhouden? Onbevangen zijn en ontwapenend? Hoe lang mag het onbekommerd zorgeloos zijn? Zijn gier, zijn brul, zijn lach behouden? In een onveilige omgeving is dit moeilijk te duiden. In onmacht rijpt een kind snel naar volwassenheid. Noodgedwongen en uit zelfbehoud.

Het is heet boven op de slaapkamer. Ik hoor mams diep zuchten. Klinkt niet goed. Ik ben bang. Dit voelt anders. Wat moet ik doen. Ik mag niet naar beneden want ik ben al twee keer terug naar boven gestuurd. Het moet. Ik loop de trap af naar beneden. In de woonkamer voel ik de spanning hangen. Paps, het gaat niet goed met mam, ze zucht erg diep. Wil je alsjeblieft gaan kijken? Niet weer, zie ik hem denken. Ga maar naar boven, jongen. Ik kom zo kijken. Boven in mijn bed maken de zenuwen mij misselijk. Waar blijft ie nou? Mams is erg ziek. Suf van alle pillen.

De volwassene in het kind maakt zich ongerust. Hij probeert te begrijpen. Helaas is zijn uit nood geboren volwassen gedrag niet te duiden. Hij is plots kind af. De natuur grijpt in noodgevallen altijd in. Aangeboren speelsheid biedt afleiding. Maar is de afleiding nog afdoende? Blijft deze gezond en binnen de perken? Speelsheid gaat soms over in obsessief en repeterend gedrag.

Het is stil aan tafel tijdens de lunch. Dat hoort ook zo. Het eten is een rustmoment. Toch voel ik vaak de spanning hangen. Zo snel mogelijk werk ik twee boterhammen naar binnen. Mag ik van tafel? Ik heb nog twintig minuten voordat de schoolbel luidt. Uit de schuur pak ik hockeybal en stick. De stick is half afgesleten van het spelen in de straat. Ik tel mijn slagen tegen de muur. Nu nog even de bal hooghouden. Ik vind rust in geconcentreerdheid en controledrang. Ik moet beter. Ik kan beter. Ik wil beter. Ik vergeet even de spanningen in huis.

Een kind zou zich niet ongerust hoeven maken om zijn ouders. Het behoort onbedorven, spontaan en speels op te groeien in veiligheid en warmte. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en fysiek en geestelijk gevoed. De werkelijkheid is soms anders en hard. Wat men zijn liefste en naaste wenst kan niet altijd geboden worden. Noodlot en onmacht lijken soms onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kinderen worden dan vroeg groot. Volwassenen snel klein. Juist in noodlot en in onmacht moet het kind gekoesterd worden. Vluchten voor de werkelijkheid leidt tot paniek, wanorde en chaos.

Hoe zag zij eruit? Waar rook zij naar? Naar zoet of zout? Hoe voelde zij aan? Koud of warm? Hoe vaak knuffelde zij mij? Ik mag het niet vergeten. Ik wil de pijn en waarheid liefst zo snel mogelijk wegdrukken. Ik vlucht in fantasie, humor en cynisme. Een woeste zee van emoties slokt me op. Vaagt veilige grond onder me weg. Afscheid van mams is er nooit geweest. Een zwarte ijzeren poort sloeg voorgoed dicht. Een zwarte auto slokte haar op. Langs de Maas hoor ik de kerkklokken nog steeds luiden. Mijn mams is teruggegeven aan moeder aarde.

Op een hete zomerdag is moeder gevonden, achter op de plaats, in badpak liggend onder de tuindouche, door de buurvrouw. De geur van zomer en verdampend water op de stoeptegels zal ik mij een levenlang heugen. In mams is vroegtijdig iets geknapt en evenzo in mij. Het kwetsbaar kind in mij kreeg een dreun. Het werd me plots ontnomen. Alle zintuigen staan sindsdien op scherp. De angst gaat nooit verloren. Angst voor oud en angst voor nieuw. Angst voor nog meer verlies. Verlatingsangst. Een moeder is een levenlang nodig. In elke vorm en ik elke hoedanigheid. Fysiek is de navelstreng snel gebroken. In buik en hart blijft zij altijd met haar kind verbonden. Op jonge leeftijd een moeder verliezen is een drama. Een moeder verliezen zonder afscheid te kunnen nemen is rampzalig.

Ik voel me verlaten, droef en eenzaam. Kind zijn is niet meer leuk. Het kind in mij is afwezig en speelt niet langer mee. Voelt zich niet langer kind en serieus genomen. Aandacht en liefde schieten te kort en zijn niet in voldoende mate aan te dragen. Somberheid slaat in zichzelf neer. Ik verdrink in boosheid en fanatisme. Het kind in mij slaat lam en drinkt met ernst en zonder maat. Het kind vecht, komt er niet meer uit. Het speelt niet langer samen.

De volwassenheid staat dan plotsklaps voor de deur. Een nieuw dilemma dient zich aan. Het kind is diep van binnen blijven hangen en heeft de adolescentie nauwelijks verkend en geëxploreerd. Dan worden megastappen genomen. In speelsheid en verwondering blijft het kind rechtop staan. Maar al te grote naïviteit stelt vroeg of laat paal en perk. De rekening voor onvoltooide volwassenheid wordt duur betaald. Het kind in mij ligt daarvan niet wakker. Totdat chronisch ziek zijn ineens om extra zorg en aandacht vraagt.

De bloedsuikermeter slaat door. Ik moet onmiddellijk naar het ziekenhuis. Ik pak snel mijn spullen in en schrik van mijn vriendin die totaal verbijsterd op mijn boodschap reageert. Het besef lijkt buiten mij om te gaan. Ik wil geen deelgenoot worden van mijn eigen ellende. Houdt het ver van me af. De dokter en het spuitregime schudden mij hard wakker. Verantwoordelijkheid dringt zich op aan mij. Rust, reinheid en regelmaat vinden elkaar en slaan de handen ineen. Ik lees duizend boeken. Een fanatiek kind keert terug in mij. Ongeloof en boosheid eindigen in aanvaarding. Bezorgde familie en vrienden staan rondom mijn bed. Ze zijn net zo verbaast als ik.

Volwassenheid biedt groei en ontwikkeling en noopt tot keuzes. In korte tijd neem ik afscheid van mijn vriendin, studie en topsport. Door wanhoop gedreven zet ik mezelf in therapie weer op de rails. Ik drijf het verloren kind in mij terug naar binnen. Ik vecht met het volwassen zijn en met alles wat zich achter volwassenheid verhuld. Het kind in mij wil en blijft zegevieren maar maakt uiteindelijk een deal. Met gezonde zelfspot en humor weet het zich staande te houden in een volwassen wereld. In en door grote verwondering. Het kind in mij verwondert zichzelf en de wereld om hem heen.

Ik omring mezelf met informatie. Verken het licht en het duister. In alle mogelijke geuren, kleuren en smaken. Maak kennis met alle muzen. Op zoek naar erkenning en verklaring. In literatuur, kunst, muziek en dans. Het leven is een feest. Ik ontdek de schoonheid van het leven en de mens. Als een groot kind. Ik consumeer, neem deel, draag bij. Ik beteken en doorleef. Ondanks grote angst die altijd parten speelt. Wat heb ik als mens te verliezen? Verwondering en nieuwsgierigheid geven nieuwe energie. Opium voor mijn ziel.

Hoe kwetsbaar is de volwassene in modern times? Waar heeft hij zijn kind verstopt. Hij houdt het angstvallig verborgen om het niet te hoeven verliezen. Vermorzeld door prestatiedrang, materiedrift en haast, cijfert hij het kwetsbaar zijn weg. Zijn maatschappij gedijt bij hoge werkdruk en onmogelijke verwachtingen. Modern times tekenen zijn lijf en leden met RSI en stress. Veeleisend is zijn nieuwe wereld die doordendert op commando’s van keyboards en gsm’s. Hij twittert en hyved zichzelf de kindsheid in. De ouderdom en aftakeling nabij vindt de volwassene zijn rust en kind eindelijk weer terug.

Als een gek rijd ik door de gangen van het verzorgingstehuis. In de winter van mijn leven waan ik mij autocoureur. Een jongensdroom wordt werkelijkheid. Jacky Ickx revives. De zusters kijken mij lachend aan. Daar rijdt die oude gek. Los van God. Sweet memories delven diep geluk. Gelouterd en gezegend is de gek die het kind voor altijd in zichzelf bewaard.


Toelichting:
Inzending Literatuurprijs Helmond 2010

Uitleg over Literatuurprijs Helmond:
> Literair Café Helmond
> Letterkundig Museum

Recensie ED:
> Luc de Rooy wint literatuurprijs 2010