Ieder jaar zet ik voet aan wal op Holtus eiland, anderhalf hectare groot. Voor een zeilweekend vol passieve activiteit. Een jaarlijks treffen onder vrienden, without kiddo’s. Met als super slaaplocatie slaap-ark ‘Ome Jan’. Een warm nest voor (ver)dronken zeillieden. Een stinkhonk waarin brakke lijven zich in vroege uurtjes ter ruste leggen. Een liederlijke orkestbak waarin iedere nacht spontaan aubades van complementair gesnurk ontspruiten.
Een weekend lang laait het kampvuur tot grote hoogte. Eilandburen klagen steen en been. Hangen voortdurend aan de telefoon. Strooien daken verdragen het vuur maar slecht. Het kan ons niet deren. Van stoere randgroepjongeren zijn we gemetamorfeerd tot lucky tweeverdieners. Vanaf het water argwanend toegezwaaid door pedante plezierjachtbezitters. Zij zien aan lager wal onze bierkratten tot aan de hemel opgestapeld.
Tijd voor een eerste zeiltocht. Ik hijs de zeilen. Pak de piekenval en klauwenval vast en schuif de harp naar achteren. Ik hijs eerst de piekenval tot 45 graden. Vervolgens hijs ik gelijktijdig de pieken- en klauwenval totdat het zeil hoog staat en zet de piekenval vast. Daarna zet ik nog een keer de klauwenval en piekenval door. Ik ben toe aan mijn eerste scheepsbitter. Van dit soort zeilproza krijgt iedere schipper dorst.
Het weer is goed. Een ruimende wind zorgt ervoor dat frontale depressies en warmteonweer ver van de boot vandaan blijven. Nauwlettend bekijk ik ieder rimpeltje in de golf en bepaal mijn koers. De vlag aan top kan ik niet lezen. Als romanticus vaar ik slechts op wolken. Op zoek naar het ware noorden.
Ik maak gebruik van stroomwybertjes op een nautische kaart. Helaas tevergeefs. Radeloos ga ik voor de twintigste keer in tien minuten tijd overstag. Stootwillen kiezen spontaan het ruime sop. Helmstok en pikhaak vliegen bijna overboord. Gelukkig verkorten krabbende ankers de stopweg van mijn boot. Nu is het alleen nog wachten op groen licht en een wervelend windje.
Ankerballen en hopperzuiger behoeden de boot voor droogvalling. Helaas kort van duur. In de Loosdrechtse traffic lane heeft mijn BMertje last van hinderlijke waterbewegingen. Ik besluit over te gaan tot kribbetje varen. Ik laat mij niet zomaar doodvaren. Voor mij geen dodemansgraf. Ik ben niet in het bezit van een neusschot en dat is toch onmisbaar voor het toepassen van de dodemanssteek. Dikke neus, drie bier, een lijkzak zal nooit aan mij hechten.
Ik verkeer in een jolige bui en steek wat ernstvuurwerk af onder het genot van een rosétje. Wel even oppassen dat ik geen klokfout maak. Ik wil geen godendrank verspillen. Met tig Beaufort waait de boot op en af. Ik deins nergens voor terug. Zelfs niet voor een wrakkenschuitje. Met groot verval drijf ik langzaam richting voorzorgsgebied. Het blijkt mijn redding. De rosé stijgt naar mijn hoofd en ik val in een diepe slaap. Schitterlicht strijkt langzaam neer over het grootzeil en kietelt zacht het lijkentouw.
Met een angstschreeuw ontwaak ik uit een droom. Op mijn netvlies prijkt een groot zeil gemaakt van koeieuiers van roodbonte koeien. Het zit klem in de gleuf van de giek en de gaffel. Gelukkig kan mij niets gebeuren. De scepter houdt de zeereling vast en de scepterpotten zijn tegen uitlichten verzekerd. Fok te loevert. Ik keer terug naar Holtus eiland en strijk de zeilen. Aan wal doe ik me tegoed aan rosé in een warm gezelschap. Genietend van een ondergaande zon met in mijn rug een knapperend vuur. Holtus is dolknus.
Mien Rosé
Posts tonen met het label zeilweekend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeilweekend. Alle posts tonen
03-06-2009
14-10-2008
Rookverhaal 21: Light my fire
Ach, wat zal ik de rook missen. Nee, niet als kiespijn, maar als hartpijn of longpijn. Nooit meer kuchen, nooit meer rochelen, doodzonde. Wat zal ik het missen, de paniekaanvallen, de zweethanden. Waar is mijn aansteker? Waar heb ik het pakje gelaten? Waar kan ik midden in de nacht nog sigaretten kopen? Waar is gvd de rookcoupé?
Wat zal ik het missen. De eerste sigaret in de morgen, nog voor het eten, de laatste sigaret tussen de lakens. Wat zal ik het missen. Mijn afgerookte buikje dat nog net binnen esthetische grenzen is gebleven en waarschijnlijk langzaam zwangerschapsvormen zal gaan aannemen. Wat zal ik het missen. Al die lege kartonnen rood/wit doosjes in mijn huiskamer en de volgepropte asbakken.
Zal ik dat wel allemaal aankunnen? Veel zuurstof, hongergevoel, zintuigprikkeling, beter ruiken. Zal ik daar tegen kunnen? Al die geuren, smaken. Wat als ik mijn huis nu weer beter ruik en mijn kleren. Zal het dan niet stinken? Haal ik me dan niet nog meer problemen op de hals? Moet ik dan echt weer stofzuigen, mijn flat een natte beurt geven? Nog meer kleren wassen? Zal ik mijn studie nu wel kunnen afronden? En kunnen mijn toekomstige tennistegenstanders al mijn vrijkomende energie nog wel volgen, ze hebben het al zo moeilijk met al dat geren van mij? Rob rennt. Ach, het zal me worst wezen. Ik ben er nooit aan toe dus waarom nog langer wachten. Ik test mijn geduld, uithoudingsvermogen en karakter voor de tigste keer en zie het als de zoveelste uitdaging.
Ik schrijf het op een A-4. Dat helpt. Doelstelling: stoppen met roken binnen 1 jaar. Ik heb nog drie sigaretten te gaan en dan is het over. Deze doelstelling is sowieso beter haalbaar dan de doelstelling die ik afgelopen zeilweekend gesteld had op een dronken avond. De tijdslimiet waarin ik de doelstelling wilde bereiken was weliswaar aanzienlijk korter dan degene die ik nu opstel maar ja ik was wel wat meer afhankelijk van derden. Nu heb ik alles zelf in de hand. Alhoewel, ik kan natuurlijk de steun niet ontberen van mijn rooklezers. Bovendien is het versieren (lees neuken) van twee vrouwen aan de bar in een Loosdrechts plattelandscafé binnen twee uur een onhaalbare missie. Vergelijkbaar met het om de ijsblokken heen varen met de Titanic op het moment suprème.
Ook ik heb schipbreuk geleden. De aanleiding voor de versierpoging was dan weer wel leuk. Nooit geweten dat mensen ook via ringtones contact leggen. Een zekere Chantal werd zo lyrisch van mijn verzoek aan de barman om The Doors te spelen, dat ik spontaan langs drie bargasten door, door haar toegeroepen werd: “Hé, ik heb Light my Fire op mijn GSM als ringtone, wil jij die ook?” Uiteraard heb ik haar aan de bar gebeld. Het werd niets. Zij sliep in een hotel en ik op een boot. Wie houdt er nu niet van primitief?
Rookmien
"Rookverhalen", een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken vanaf het najaar van 2001. Oftewel het laatste verhaal uit de verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht gevonden in een verborgen archief en nooit eerder gepubliceerd.
Wat zal ik het missen. De eerste sigaret in de morgen, nog voor het eten, de laatste sigaret tussen de lakens. Wat zal ik het missen. Mijn afgerookte buikje dat nog net binnen esthetische grenzen is gebleven en waarschijnlijk langzaam zwangerschapsvormen zal gaan aannemen. Wat zal ik het missen. Al die lege kartonnen rood/wit doosjes in mijn huiskamer en de volgepropte asbakken.
Zal ik dat wel allemaal aankunnen? Veel zuurstof, hongergevoel, zintuigprikkeling, beter ruiken. Zal ik daar tegen kunnen? Al die geuren, smaken. Wat als ik mijn huis nu weer beter ruik en mijn kleren. Zal het dan niet stinken? Haal ik me dan niet nog meer problemen op de hals? Moet ik dan echt weer stofzuigen, mijn flat een natte beurt geven? Nog meer kleren wassen? Zal ik mijn studie nu wel kunnen afronden? En kunnen mijn toekomstige tennistegenstanders al mijn vrijkomende energie nog wel volgen, ze hebben het al zo moeilijk met al dat geren van mij? Rob rennt. Ach, het zal me worst wezen. Ik ben er nooit aan toe dus waarom nog langer wachten. Ik test mijn geduld, uithoudingsvermogen en karakter voor de tigste keer en zie het als de zoveelste uitdaging.
Ik schrijf het op een A-4. Dat helpt. Doelstelling: stoppen met roken binnen 1 jaar. Ik heb nog drie sigaretten te gaan en dan is het over. Deze doelstelling is sowieso beter haalbaar dan de doelstelling die ik afgelopen zeilweekend gesteld had op een dronken avond. De tijdslimiet waarin ik de doelstelling wilde bereiken was weliswaar aanzienlijk korter dan degene die ik nu opstel maar ja ik was wel wat meer afhankelijk van derden. Nu heb ik alles zelf in de hand. Alhoewel, ik kan natuurlijk de steun niet ontberen van mijn rooklezers. Bovendien is het versieren (lees neuken) van twee vrouwen aan de bar in een Loosdrechts plattelandscafé binnen twee uur een onhaalbare missie. Vergelijkbaar met het om de ijsblokken heen varen met de Titanic op het moment suprème.
Ook ik heb schipbreuk geleden. De aanleiding voor de versierpoging was dan weer wel leuk. Nooit geweten dat mensen ook via ringtones contact leggen. Een zekere Chantal werd zo lyrisch van mijn verzoek aan de barman om The Doors te spelen, dat ik spontaan langs drie bargasten door, door haar toegeroepen werd: “Hé, ik heb Light my Fire op mijn GSM als ringtone, wil jij die ook?” Uiteraard heb ik haar aan de bar gebeld. Het werd niets. Zij sliep in een hotel en ik op een boot. Wie houdt er nu niet van primitief?
Rookmien
"Rookverhalen", een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken vanaf het najaar van 2001. Oftewel het laatste verhaal uit de verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht gevonden in een verborgen archief en nooit eerder gepubliceerd.
Abonneren op:
Posts (Atom)