Posts tonen met het label raakhout. Alle posts tonen
Posts tonen met het label raakhout. Alle posts tonen

31-03-2017

Columns van Harrie (maart 2017)

Dia(r)ree-alarm / Gein & Ongein / 22-03-2017

Mozes kriebel. Wat heeft Raakhout in hemelsnaam uitgevreten? Wat mankeert dat beest? Die stomme pad heeft het hele bos ondergescheten. Overal ligt groene poep. Bah. Achter een boom zit Raakhout stilletjes te huilen. Hij kan er ook niets aan doen. Gewoon iets verkeerds gegeten gisteren? Maar wat heeft ie dan precies gegeten? Zijn dagelijkse kost meer niet. En ik kan het weten. Ik was erbij. Dan moet er toch iets vreemds in het eten hebben gezeten. Of zou het door de ree gekomen zijn? De ree die op de laatste dia stond. Gisteren hadden we zoals altijd in het begin van de lente een dia-avond. Heerlijk ouderwets. De laatste dia bevatte een mooie ree. Bambi verbleekt erbij. Maar het kan natuurlijk zijn, dat hoe goed het kleine reetje ook op het diapositief stond, het omkeerprocedé er mogelijk voor heeft gezorgd dat nog een ander omkeerprocedé in gang is gezet. De ervaring, en zeker die met Raakhout, leert dat omkeerprocedés een laxerende werking hebben op de stoelgang van Raakhout. Het is hem ook aan te zien. Zijn ogen staan op bruin. Hij is met geen stok achter zijn boom vandaan te krijgen. Ook dat nog. Maar geen nood. Hij mag er rustig even blijven zitten. We hoeven nog niet op pad.

Raakhout op pad? Ja, want ook Raakhout is ontvankelijk voor de liefde. En de liefde die hangt in de lucht. Right now. Maar ja, dan kun je natuurlijk niet bij je potentiële verovering met dit soort flauwekul aankomen. Met poep in de broek. De concurrenten lachen zich een deuk. Je zult toch hartje lente geen partner kunnen vinden omdat je voortdurend de broek vol hebt. En dan ook nog eens geeneens van angst. Nee, Raakhout houdt zich nog eventjes schuil. Intussen is de concurrentie al ijverig aan de slag gegaan. De padden blazen zich allemaal op gelijk pubers op de kermis bij de botsauto's. Ze duwen, trekken en stoten dat het een lieve lust is om bij de meisjes in de gratie te vallen. Die laten de jongens op hun beurt in hun sop, en nu ook poep, gaarkoken. Een stukje verderop staat het hoogtepunt van de voorjaarskermis. De kamelenrenbaan, alleen dit keer, waarom weet niemand, uitgevoerd in reetjes. De attractie schijnt uit het hoge noorden van Zweden te komen. Lapland om precies te zijn. De reeën verbeelden eigenlijk elanden, maar ja, die kennen ze dan in Nederland weer niet. En zeker niet in zo'n dorp als Nummer Een. Dus hebben ze er reeën van gemaakt. Best wel schattig eigenlijk.

Plots komt Raakhout tevoorschijn. Hij heeft nog wat verse bladeren weten te vinden waarmee hij dankbaar zijn achterste en poten mee heeft afgeveegd. Nu nog hopen dat alles eruit is. Hij wil liever niet van een koude kermis thuiskomen straks. Het dia(r)ree-alarm is vooralsnog opgelost. In de verte ziet hij zijn favoriete paddenmeisje al staan. Ze heeft contact met Dragonietes, zijn beste vriend, een rugstreeppad. Die kijkt met verliefde grote gele ogen naar het mooiste meisje van het bos, zijn meisje. Griss mich nich, brizzl djeu, erop af, geen tijd te verliezen. Schuwsanne is voor hem. Voor Raakhout en voor niemand anders. Zijn hart bonkt. Een goed teken. Leven in de paddenbrouwerij. Let's go!


Weet ik nog niet / Gein & Ongein / 29-03-2017

Weet ik nog niet, weet ik nog niet? Wat is dat nu weer? Wat weet je nog niet? Je weet nog niet eens wat ik je wilde vragen? En dan al bij voorbaat reageren met 'Weet ik nog niet', dat gaat zelfs mij te ver. Doe dat maar bij je schrijfclubje. Van die quasi-non-antwoorden geven. Hoezo, weet ik nog niet? Hoe vaak hebben we inmiddels al uitgelegd dat deze manier van werken niet werkt. Brizzl djeu. Griss mich nich. Is jouw geheugen dan zo slecht? Daar moeten we nodig verandering in brengen. Volgende week maandag geheugentraining. In de tussentijd wil ik dat je de tafel van een tot en met zes uit je hoofd leert. Denk en tel maar in vliegen. Dat helpt. Raakhout trekt zijn dikke tong naar binnen en kijkt me wat onnozel aan. Meent ie dat nou, zie ik hem denken. Ja, dat meent je baasje. En nu aan de slag.

Eerst maar eens wat hout sprokkelen. Tafel een tot en met zes. Dat zijn er nogal wat. Die kan ie beter eerst visualiseren. Met vliegen lukt dat niet. De snelle zijn te snel en de trage zijn te lekker. Dat schiet niet op voor Raakhout. Maar gelukkig redt hij het net voor zondag. Heeft ie nog precies een dag om zich voor te bereiden op die vervelende geheugentraining. Hij weet nu al wat zijn baasje hem gaat vragen. Wel zo makkelijk. Voor het juiste antwoord moet hij nog even aan de bel trekken en op pad. Beiden vinden plaats in dezelfde straat. Dat scheelt weer tijd. Maar alleen voor zijn baas. Hijzelf heeft er eigenlijk niet zoveel aan.

Weet ik nog niet. Daar moet ie ook nog even een oplossing voor verzinnen. Eigenlijk weet hij het wel, maar wil hij het niet loslaten. Gezichtsverlies. Er is niets vreselijker dan gezichtsverlies. En we hebben het al eerder vermeld. Gezichtsverlies lijd je alleen maar door het verdwijnen van dingen. Gladde strakke huid bijvoorbeeld. Maar daar krijg je toch ook iets voor terug zou je denken. Klopt. Rimpels. En die wil je niet. Nog niet. Of zal hij het dan toch maar opbiechten. Zijn lieve baasjes ziet, hoort, voelt, proeft, ruikt toch alles. Hij is verliefd op Schuwsanne, de meisjespad, de jongste telg van familie Honddol. Schuwsanne Hondol. Daar is Raakhout sinds kort helemaal verliefd op. En hij heeft het vermoeden dat iedereen dat al weet behalve Schuwsanne en hijzelf. Werk aan de winkel. Een winkel die zich voorlopig beperkt tot het foerageren van lekkere hapjes. Vliegjes in alle kleuren, maten en smaken. Geen enkel probleem voor meesterjager Raakhout.

Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

28-02-2017

Columns van Harrie (februari 2017)

Kamergotchi / Gein & Ongein / 19-02-2017

Er lopen sinds kort wat vreemde figuren rond in mijn bos. Vreemd omdat ze zich raar gedragen. Ik probeer het verband nog te vinden. Het zijn overwegend mannen, dat heb ik inmiddels waargenomen. Ik heb het nog niet in de nacht gecheckt, maar ga dat zeker nog doen. Ik heb namelijk sterk het idee dat deze vreemde figuren samen naar iets gemeenschappelijks op zoek zijn. Ze dragen allemaal een klein apparaatje bij zich. Mozes kriebel. In de meest felle kleuren en ze maken nog herrie ook. Ook iets dat de vreemde wezens met elkaar verbind. Daarnaast dragen ze allemaal donkerblauwe pakken en een eenvoudige stropdas in felle kleuren. De kleuren rood en lichtblauw overheersen. Ze lopen ook allemaal wat houterig, als houten klazen. En vertel mij niets over houten klazen. Ik heb er voldoende ontmoet in mijn bos en leven.

Ik heb goed waargenomen en weet nu ook dat de apparaatjes allemaal hun ieder geluidje hebben. En dat als zo'n geluidje afgaat er lichte paniek ontstaat bij de drager. Ik ben ondertussen toch wel erg nieuwsgierig geworden wat voor informatie de apparaten afgeven aan hun gebruiker. Want telkens weer lijken ze ervan ondersteboven. Het gevloek en getier is dan ook met regelmaat niet van de lucht.

'Wat moet ik doen?' 'Ik heb helemaal geen honger!' 'Alweer stemmen verloren!' Zijn de meest gehoorde commentaren, waar ik dan iets mee kan. Als meester in associatie kan ik niet anders tot de conclusie komen dat de apparaatjes de meester zijn over hun eigenaren, gebruikers, dragers. Een eng idee lijkt me dat. Alsof jezelf niets meer te zeggen hebt. De meesten ogen dan ook speakless.

Even later kom ik een wandelaar tegen in mijn bos die meer kennis lijkt te hebben over het fenomeen dat nu al dagen voor mij afspeelt. Duidelijk gevalletje 'Kamergotchie' maakt de wandelaar mij duidelijk. 'Kamerwie?' Deze meneren en ook dames (keurig in rokkostuum en/of mantelpak) zijn deelnemers aan de kamerverkiezingen van maart 2017. Mijn hartslag gaat spontaan omhoog. Ik heb ervan gehoord. Een belangrijke gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor alle gebieden in Europa en met een beetje pech ook de rest van de wereld. Mijn hart denkt en voelt ook na, ga ik voor links of voor rechts? Qua kamer niet geheel onbelangrijk.

Ondanks dat het bloed soms daar stroomt waar het niet gaan kan, is dat bij dit spel van een geheel andere orde. Doorgaans stroomt links bloed door de linker hartkamer en rechts bloed door de rechter. Dat wordt stevig bewaakt. Maar, de heren doktoren zijn er wel mee bezig. Naar het schijnt. Griss mich nich. Omleidingen en stents moeten er voor gaan zorgen dat diverse bloedvaten met elkaar en met hart voor de zaak in het reine komen. Samenwerking is daarbij het toverwoord. En dat is nu juist wat ik de vreemde figuren in het bos net niet zie doen. Jammer. Gemiste kans. Huilers zijn en blijven het. Terugzetten kan helaas niet meer. Alle zeehonden vrezen Maurice. De cijfers van Maurice. En wij. Wij lezers naast de kant, wij wachten op uitslag, het uiteindelijke resultaat van verkiezingskoorts. Nu blijft het vooralsnog jeuken en krabben.


Polonaise / Gein & Ongein / 25-02-2017

Raakhout komt op me af met grote paddensprongen. Dan is er iets aan de hand, dat mag duidelijk zijn. Ik moet meekomen. Hij stopt onder een grote eik. En dan zie ik het. Een grote poster hangt er op zijn stam. Ik heb daar zo'n hekel aan. Van die maniakken die mijn bos gebruiken voor reclame. Maar het moet gezegd, deze poster fascineert. Waarom? Door zijn tekst. Die is heel eenvoudig en toch ook weer niet. Eigenlijk is ie best wel filosofisch. En dat mag ik wel.

Ik weet, ik weet het, een beetje selectief in mijn afkeuring. Maar het woord, dat zo verspreid wordt dat is toch fantastisch. Zonder toeters en bellen, nee, gewoon recht toe en recht aan. Zonder lelijke graffiti, zonder afbeelding en ... heel belangrijk ... gesigneerd. Door een zekere Loesje. In eenvoudig zwartwit hangt de poster te stralen in de zon. De tekst daartegenover, nee niet aan de overkant, daar staat een den, veel te dun om tekst te dragen van dit formaat, de tekst die is helemaal niet zwartwit. Letterlijk ja, figuurlijk nee.

In vele tinten grijs, wat doorgaans veel kleur oplevert, is de tekst kleurrijk en stemt tot nadenken. En bij nadenken komen bij mij altijd veel kleuren vrij. Een kleurrijk denken. Mijn hart springt dan heel even open. En Raakhout weet dat. Daarom is ie mij komen halen. Ik hou zo van die schat, hij voelt me naadloos aan. Al een eeuwigheid lang is hij mijn trouwe maat en viervoeter.

Carnaval

De polonaise bewijst dat degenen die voorop lopen heus niet altijd weten waar ze naartoe gaan.

Loesje


Dat staat op de poster geschreven. Door Loesje ondertekend in gedrukt handschrift. Mijn hoofdmotor draait op volle toeren. Wat een diepgang zit er in de tekst. Koude en warme rillingen lopen afwisselend langs mijn spina. Raakhout kijkt me met een zelfvoldane blik aan. Hij weet dat ie dadelijk een beloning krijgt. Terecht. Verdiend.

Ik houd me vooralsnog bezig met deze bijzondere tekst. Mozes kriebel, brizzl djeu, griss mich nich, ik heb er geen woorden voor. Ik zie in gedachten alleen maar mensen achter elkaar aan lopen. In een grote rij. Dwars door mijn bos, van boompje naar boompje, niet wetend waar naartoe? Heerlijk om zo doelloos te zwalken. Af en toe staat de polonaise stil en maakt spontaan een hup. Dan gaat plots, op een niet afgesproken signaal, de linkerarm en daarmee automatisch ook de linkerhand van eenieder de lucht in. Soms halen ze ook de rechterarm en -hand van de schouder van hun voorganger en steken die beiden in de lucht. Samen dus met de linkerarm en -hand. De polonaise gaat dan alleen op voeten en benen verder, loshandig losbandig.

Ze zingen dan keihard. 'En dan die hendjes de lucht in'. Ik weet niet of ik het goed versta. Maar hendjes zal dan wel handen betekenen. Of is het een verbastering van kip. En bedoelen ze eigenlijk te zeggen 'en dan die hennetjes de lucht in', wat dan weer vreemd is, want hennetjes kunnen amper vliegen. Ze stuiven eerder op. Hoewel, hoe komen ze dan in de bomen om te slapen? Hennen en kippen vinden het namelijk heerlijk om in bomen te slapen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik zie nu ook dat de polonaise duidelijk in de war is en zoekend. Ze gaan ineens ook achteruit met zijn allen. Een gevaarlijke situatie tussen al die bomen in mijn bos. En hup, alsof ze mijn gedachte kinnen lezen, gaat de stoet weer vooruit. Om me na enkele minuten opnieuw te doen verbazen. Alle armen en handen gaan wederom de lucht in, maar nu draait ieder op zijn plaats een pirouette om vervolgens een halve slag te keren en de nieuwe voorganger bij de schouders te vatten. En hup, iedereen weer volle kracht vooruit. De eersten zullen de laatsten zijn. De polonaise is duidelijk zoekend en de weg nog even kwijt. Maar wat ze allemaal onder weg toch meemaken. Fantastisch.

In gedachte doe ik mee en Raakhout natuurlijk ook. Zo bouwen we ons eigen feestje. Keigezellig, nietwaar. Carnaval. Vleesfeest. Ik hou de schouderhammen stevig vast en zing vrolijk mee. 'En dan die hendjes de lucht in!'


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.


31-01-2017

Columns van Harrie (Januari 2017)

Lichtzinnig vuur / Gein & Ongein / 02-01-2017

Brizzl djeu, il tombe le feu. Ja, lieve mensen ik ben nog steeds een beetje van de kaart. Vraag me niet waar ik de woorden vandaan haal. Vandalistisch gedrag laat me nu eenmaal Frans spreken. Morte subite les vandalen. La guerre heb ik niet gerre.

Ik tuur naar mijn blote tenen, ze steken parmantig uit mijn sandalen. Gelukkig, ik heb ze nog. Op tijd terug getrokken. Nadat vlammend vuur voor mijn voeten neerdaalde uit de zwarte hemel. Nog net kon ik brand voorkomen. Nee, niet door met mijn gesandaalde voeten op het vuur te trappen. Ik ben niet gek.

Raakhout zit naast me. Met zijn vlezige paddenvingers houdt hij zijn oren dicht. Het knalt al even niet meer, maar toch. Ik begrijp hem. Het oorverdovend lawaai doet hem natuurlijk ook aan oorlog denken. Hoewel? In de natuur voeren ze eerder stille oorlogen, gemener ook. Hier wordt een aanstondse poging tot moord en doodslag nog aangekondigd. In de Westerse mensenwereld knallen ze er gewoon op los. Griss mich nich. De gedoofde raket die voor mijn voeten ligt spreekt boekdelen. Een emmer water heb ik erop leeg gegooid. Mij foppen ze niet meer. Vorig jaar was het precies hetzelfde lied. Voor de zekerheid maar wat emmertjes water klaargezet.

De schade dit jaar valt nog mee. De prullenbak, aan het begin van mijn bos moest er nog aan geloven. De prullenbakken in het bos zijn walhallazijdank op tijd door de boswachter weggehaald. Prullenbakken midden in bossen hebben daar ook eigenlijk niets te zoeken. Als oorspronkelijk bosbewoner ben ik grootgebracht met eigen troep onmiddellijk verwerken en anders mee naar de hut nemen. Voor een tweede kans. Recyclé avant le lettre. Het opstoken of aansteken van rommel en vuurwerk was niet aan ons besteed. Wij zagen de waarde nog in van alles. Het allesomvattende bleef immers eeuwig bestaan.

In huidige tijden wordt zoveel leegte aan- en ontstoken dat het mij, en met mij velen anderen, droevig stemt. En dan maar hopen dat de dunne huid niet zelf ontvlamt. Dat vuurwerk onze ogen met rust laat en ons de vingers laat behouden. Ze zijn allen een leven lang nodig. Huid, vingers en ogen. En niet alleen voor onszelf. Met vingers en ogen, verslinden en likken we de liefde af. Zonder vingers en ogen geen voortplanting. Huidloos vrijen, ik moet er niet aan denken. Daar komt nooit nageslacht van.

Kom Raakhout, we sprokkelen alle lange rechte dunne stokken, waaibomenhout dat met scherp geknal uit de lucht is komen vallen. Dan ontbranden we vanavond een lichtzinnig vuur in onze eigen haard. Dan drinken we een flinke borrel berkennat en luiden geheel op eigen wijze weer een nieuw jaar in. Proost. Brizzl djeu!


Wichelroedelopen / Gein & Ongein / 31-01-2017

Afgelopen week een bijzondere ontmoeting gehad. Een keer per jaar spreekt het genootschap wichelroedelopers met elkaar af om de laatste trends van het afgelopen jaar te bespreken. Griss mich nich, van het afgelopen jaar? Wichelroedelopers bewegen zich toch alleen in heden en toekomst zal men denken. Maar niets is minder waar. Uit het verleden laat zich namelijk het heden en de toekomst voorspellen. Aldus opper wichelroedeloper Wichelwietje. Afgelopen jaar is Wichelwietje herkozen. En terecht. Wichelwietje beschikt naast de vaardigheden wichelroedelopen en besturen ook nog over de vaardigheid wolken peilen. Voor de grap wordt hij dan ook wel eens Wolkenwietje genoemd. Naar een beroemd fictief personage uit de vorige eeuw die ook zeer vaardig was in het peilen van wolken.

Maar ik dwaal af. Sorry Raakhout. Brizzl djeu. Ik zal nu snel tot de kern komen. Een kern ingegeven door het thema van dit jaar. Schrijverswissels. Naast het wichelroedelopen beoefenen bijna alle wichelroedelopers ook het schrijversvak. En afgelopen jaar hebben vele wichelroedelopers een overstap gemaakt van de ene naar de andere society. Een bijzondere trend die hoe dan ook even onder de aandacht gebracht moet worden. Speurwerk is verricht door Willem Waarnemer. Altijd dankbaar om hem die taak te verlenen. Succes altijd gegarandeerd. Wichelroedelopers die schrijven hebben nogal eens de neiging om te verdwalen en het verdwalen vervolgens te verhullen. Maar aan het oog van Willem Waarnemer kan haast niets onttrokken worden. U begrijpt dan ook dat Raakhout en ik razend nieuwsgierig zijn naar de uitkomsten. Het woord is aan Willem.

Zo heeft Willem een zekere troubadour op weten te sporen via webtales.org. Het klinkt misschien voor geen meter, maar het is een gezelschap dat elkaar door dik en dun kent en voorzichtig commentaar levert. De bijdragen zijn ook heel voorzichtig. De troubadour levert prikkende miniatuurtjes. Eigenlijk zijn alle bijdragen die de leden leveren miniatuur. Moede en oude leden die niet te veel en niet te lang willen lezen en schrijven. Het is een trend onder ouderen is mij verteld. De bijdragen worden zo nu en dan gehonoreerd met stickers. Dat stamt nog uit de ouderwetse schooltijd. Een site vol sentiment.

Dan hebben we nog een trawant die nu in vol ornaat zijn sporen na laat op een website die vertelt hoe mannen denken. Niet voor vrouwen dan, denkt u onmiddellijk. Inderdaad niet voor vrouwen. Vrouwonvriendelijk dus. Niet echt slim. Men sluit daardoor de belangrijkste en grootste doelgroep lezers uit. De schrijvers wanen zich nochtans heer en meester en dat willen ze ook graag houden zo. Aldus de analyse van Willem Waarnemer.

Tot slot wil Willem de Waarnemer ook nog even de volgende schrijverswissels onder de aandacht brengen. Op een website genaamd nederlands.nl (what's in a name?) heeft hij een aantal creabea's ontdekt die hun sporen elders ruimschoots hebben verdiend. Is hier sprake van een comeback of een doorstart? Willem twijfelt nog. Het betreft schrijvers en tevens wichelroedelopers Pierken, Frans Goossens en Nachtzuster. Waarvan de twee laatsten ambities hebben om dagcolumns te schrijven. Dagcolumns? Zeg je die dan gedag? Of hoe zit dat? Het verhaal, gedichten, beschouwingen, beweringen en hartenkreten zijn ook geliefde categoriën op deze alledaagse websiteallegorie. De verdubbelaar wordt op nederlands.nl door schrijvers ook veelvuldig ingezet. Met verdubbelen is de kans op vangst uiteraard een stuk groter.

Dit is de voorlopige conclusie van Willem Waarzegger, zijn eigen waarheid. Raakhout en ik blijven in ieder geval bovengenoemde schrijvers volgen. Ze verdienen het. Waarom is hier sprake van schrijverswissels. Dat ben ik nog vergeten te vertellen. Alle bovengenoemde schrijvers schreven voorheen op een andere site. De site waar ikzelf ook nog ooit welkom was.

Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.




31-12-2016

Columns van Harrie (December 2016)

Meneertje Weet ik veel / Gein & Ongein / 16-12-2016

Vandaag kwam ik hem weer tegen, meneertje Weet ik veel. Een bijzonder exemplaar want er lopen er steeds minder van rond. Ik ben dan ook blij dat ik hem regelmatig zie in mijn bos. Meneertje Weet ik veel heeft altijd iets leuks te vertellen. Achteraf. Nooit van te voren en ook nooit ergens in het midden of gewoon tussendoor. Want dat is meestal bagger. Nee, met het lachertje achteraf maakt hij altijd goede sier. Niet alleen bij mij, maar ook bij al mijn andere bezoekers van het bos. Met pretoogjes maakt hij het aan het einde altijd goed met zijn toehoorders. Hij vraagt weliswaar bescheiden, edoch veel aandacht meneertje Weet ik veel, maar altijd vol overtuiging. Overtuiging in zijn gelijk. Zijn eigen gelijk uiteraard. Een ander gelijk bestaat eenvoudigweg niet. Ga daar niet over in discussie met meneertje Weet ik veel. Doe dat niet. Doe dat nooit. Ik spreek uit ervaring. De deksel op de neus krijg je dan. Nog voor zijn twinkeloogjes verschijnen.

Ik zal u vertellen hoe ik deze kennis heb opgedaan. Inclusief de kennis van deze kennis. Ik kwam hem voor het eerst tegen bij mijn favoriete eikenboom. Amerikaans zeg ik u, niet Canadees. Maar wat zegt pummel Weet ik veel. Zo noemde ik hem toentertijd. Het is een Canadees. Ik zeg, wie denk je wel dat bent pummel, het is een Amerikaan. Nou, nee hoor, kijk maar naar het blad zegt ie vol overtuiging. Ik kijk voor de zekerheid nog eens goed naar het blad en zeg. Amerikaans. Dat is een Amerikaans blad. Pummel Weet ik veel begint nu rood aan te lopen. Ik doe alvast een stapje achteruit. Voor de zekerheid. Hoe durft u mij tegen te spreken ... en u is ...? Catweazle heet ik, moet ik het even voor u spellen? Pummel Weet ik veel schrikt nu toch wel. Catweazle? Uit de tv-serie? Nee, niet uit de tv-serie, gewoon de echte, van vlees en bloed, hier knijpt u maar even? Pummel Weet ik veel knijpt in mijn vel. Potjandrie, u bent het echt. Potjandrie, potjandrie, wat een braaf woord. Vooruit ik noem u voortaan meneertje Weet ik veel. Ja, Weet ik veel, want dat denkt u denk ik toch, dat u veel weet? Ja, dat klopt Catweazle, ik weet best veel. Zo weet ik dat dit een Canadese eik is en geen Amerikaanse. Kijk maar, de bladeren zijn gekarteld en niet geplooid? Verrek. Meneertje Weet ik veel heeft gelijk. Ik schud hem de hand en feliciteer hem met zijn kennis. Nieuwe kennis is mij eigen geworden door deze vreemde maar aardige nieuwe kennis. Meneertje Weet ik veel loopt voldaan en met de neus omhoog weg.

Raakhout schuurt tegen mijn been. Griss mich nich. Hij waarschuwt me voor het vrouwtje dat in de verte komt aangelopen. Nee. Vrouwtje Weet ik veel komt eraan. Snel wegwezen nu. Ik wil de bosjes inschieten maar te laat. Brizzl djeu er is geen ontkomen meer aan. Of ik weet waar meneertje Weet ik veel is? Ja, denk ik, maar ik zeg het niet. Nee. Niet gezien. Vrouwtje kijkt me ongeloofwaardig aan. Ze hoorde zojuist nog stemmen. Daar zijn dokters voor mevrouw. Fout antwoord. Ze probeert me nu nadrukkelijk dood te kijken. Ik zwijg. Uit ervaring weet ik dat dat is wat ik het beste kan doen, gegeven de situatie. Het werkt. Gelukkig. Pinnig loopt vrouwtje Weet ik veel verder. Op zoek naar meneertje Weet ik veel. Ben benieuwd of ze hem gaat vinden. Ze loopt nu in ieder geval de verkeerde kant uit. Ze zijn elkaar al langer kwijt. En dat is niet voor het eerst. Ik laat ze hun gang maar gaan. Dat gedijt het beste bij Weet ik veeltjes.


El en voet / Gein & Ongein / 31-12-2016

Ik stroop met mijn beste maat Raakhout door mijn bos. Links en rechts raap ik wat rare stokken op. Brizzl djeu. Ze stinken naar vuur en zijn aan het uiteinde zwart. Soms dragen ze een vreemd gekleurd klein doosje aan de staart. Vreemde projectielen. Ze zijn allemaal iets meer dan anderhalve el lang. De Haagse el niet de Brugse. El? Ja, de el. Aan centimeters doe ik niet. Ik reken nog steeds in lichaamsdelen. Veel makkelijker. Zo is mijn bosvijver bijna honderdvierenzestig voet breed. De totale omtrek bedraagt daar een veelvoud van, afgerond zo'n pakweg vijfhonderdvijftien voet. Dan weet je meteen hoeveel stappen het ongeveer kost om een rondje rond de vijver te wandelen. En dan neem ik passen van ruim een el. In die el passen dan weer ruim twee voeten. Omgerekend ben ik dan in tweehonderdvijftig passen rond de vijver gelopen. Voor Raakhout zijn dat er veel meer. Hoewel? Hij springt tegenwoordig best wel ver. Dat komt omdat Raakhout verliefd is. Het zijn nog net geen bokkensprongen die hij maakt. Of bokkesprongen? Ik laat de n er voortaan tussenuit. Nergens voor nodig die tussen n. Staat alleen maar in de weg. Is overbodig in uitspraak en in schrift. We zeggen toch ook niet de Dikken van Dalen. Nee, gewoon de Dikke van Dale.

Raakhout blijft wat achter. En alleen ik weet waarom. Daar halverwege de bocht bij het kraagriet daar blijft ie zo meteen hangen. Wedden? Tien meter na de bocht blijf ik staan en kruip achter een bosje. En ja hoor, daar springt Raakhout het kraagriet in. Op zoek naar zijn deerne. Wedden? En ja hoor. Ik buig wat voorover en daar zie ik zijn kikkerprinsesje aankomen. Ook zij dartelt vrolijk op haar kleine paddevoetjes. Een bizarre vlaag van heimwee overvalt me. Hoezo bizar? Nou simpel, ik ben zelf nog nooit verliefd geweest en heb ook nog nooit een vriendin gehad. Hoe in hemelsnaam kan ik dan een vlaag van heimwee krijgen? Heimwee waarnaar? Naar liefde die er niet is, die ik nooit gekend heb? Maar ik zie en voel het toch voor me? Bizar. Vast ergens gelezen, het gevoel van verliefd zijn. Of moet ik zeggen verlangen? Nu weet ik het helemaal niet meer. Verlang ik nu naar heimwee of naar liefde?

Raakhout maakt er hoe dan ook geen punt van. Hij springt als een dolle geit achter zijn diva aan. Bokken doet ie nog net niet. Maar het is wel duidelijk hoe zijn vork uit de steel steekt. Griss mich nich. Recht naar voren. De stouterd. Zijn prinsesje kirt van plezier. Kirren? Ja kirren? Met de kin in de nek pruttelend op en neer bewegen en flinke zeepbellen blazen. Zeepbellen? Ja, zeepbellen, Van het gesop. Ik laat ze even begaan en besluit dan in te grijpen. Ik wil niet onmiddellijk het kalverliefde dempen. Daarmee help je koeien alleen maar in de put. En daarvoor is de natuur me te lief. Welke koeien? In de weide omtrek zijn geen koeien te bewonderen. Zelfs geen lakenvelders. Lake kan hier niet. De witte strepen op de koeien hebben de vorm van een laken. Daar kan geen n meer vanaf. Enfin, het is weer mooi geweest. Kom op Raakhout, we gaan weer samen op pad. Hij kijkt me vreemd aan. Op pad? Hij komt er net vanaf. Rare jonge denkt ie dan. Ik zie hem denken.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-09-2016

Columns van Harrie (September 2016)

Rouw / Gein & Ongein / 13-09-2016

Van de dingen die voorbij gaan. Een zin en een deuntje tegelijk. Ze vergezellen me al dagen. Ik snap er helemaal niets van. Waar komt het vandaan? Raakhout kan me ook niet volgen, ik merk het aan zijn loopje. Hij slentert net als ik. Zijn rechterpoot blijft zo nu en dan hangen en sleept zelfs over de grond. Dat is toch wel merkwaardig imitatiegedrag en ik roep Raakhout dan ook tot de orde. Is ie helemaal gek geworden? Hij heeft al zulke kwetsbare pootjes. Hij kijkt me nu meewarig aan met zijn logge paddenogen. Niet doen. Dat werkt op mijn gemoed. En plots weet ik wat mijn gemoed triggert.

Ik laat een traan. Eentje die onzichtbaar moet blijven. Kan ik hem nog inslikken? Te laat. Samen lopen Raakhout en ik verder. Ik begin steeds harder te snikken en weet dat ik het bankje midden in het bos niet ga halen. Ik plof neer in kleermakerszit onder een eik en Raakhout springt op mijn linker dijbeen. Hij laat een diepe zucht en ik zucht mee. Het is alweer elf jaar geleden, nietwaar? Dat onze dierbare overleed. Raakhout knikt. Beiden weten we niet goed wat we er mee moeten. Zoals het toentertijd overviel, overvalt het ons opnieuw. En even dierbaar. Wat een rot woord dierbaar. Het klinkt naar gestorven dier. En dat is het laatste waar ik nu aan wil denken.

We blijven bijna een uur onder de eik in stilte zitten. Het graf is te ver weg om te bezoeken. Dus doen we het hier. In gedachten. Gedeelde gedachten. Griss mich nich. Dat het toch zo ineens weer pakt. Ik besluit er nog langer bij stil te staan. We kunnen natuurlijk ook hier een bloempje neerleggen. Symbolisch in mijn bos. Om te gedenken. Maar het moet dan wel een gekke bloem zijn. Dat past het beste bij de lengte van de datum en gedachte. Raakhout stemt met me in. We gaan op zoek naar de gekste bloem.

Zoveel bloeit er niet meer. Ondanks de hete nazomer lijkt de herfst toch al zijn werk te doen. Of zijn de bloemen en blaadjes reeds bezweken onder de grote hitte. Bij gebrek aan water. Gestorven uit dorst. Dat kan niet en dat mag niet. We komen wat verwelkte narcissen tegen, totdat ons oog valt op wat kleine boshyacinten. Dat kan en past wel. We plukken er wat van de grond en schikken ze onder een mooie treurwilg in een klein hart. Ter na-, tussen- en voorgedachtenis. We willen ons immers niet begrenzen, beperken in onze gedachtenissen. Iedere gedachte is welkom. Van harte dan maar weer.


Botsauto (1) / Verkeer / 19-09-2016

Je kunt maar op twee manieren botsen in verkeer. Frontaal of zijdelings. Het is en blijft een rare bezigheid. Autorijden. Maar de chef van de Andere Kant heeft het me opgedragen. Ik heb dus geen keus. Ik breek mijn hoofd over al de theorie-examens die ik van mijn chef gekregen heb. De praktijk volgt de theorie. Maar als ik rij zoals me wordt opgedragen op pagina vijftien en zestien, nou dan kan heel Nederland en daarmee ook de rest van de wereld opnieuw op rijexamen. Wat een bagger en incongruentie. Iedereen lapt de regels aan zijn laars live. Want er is a) geen touw aan vast te knopen en b) de hoeveelheid regels is zo enorm dat ze onmogelijk te vatten zijn in een brein. Laat staan in meerdere breinen. Niemand zou meer durven rijden op moeder Aarde, en ik kan het weten. Ik heb het al meegemaakt. Maar hoe krijg ik het de aardlingen aan hun hoofd gepraat. Of beter gezegd uit hun hoofd gepraat.

En toch laat ik je los, roept de chef naar mij. Ga maar eerst eens deelnemen buiten de spits in een rustige provincie. Ik kies voor Drente. De naam alleen al spreekt me aan. Het klinkt als drentelen. Mijn TARDIS heb ik wielen aangebonden. Het vereist wel wat stuurmanskunst. Horizontaal je verplaatsen op pakweg een vierkante meter op kleine zwenkwieltjes, dat vraagt veel moed en evenwichtskunst. Maar het moet gezegd ik rijd wel zonder zijwieltjes door straten en bospaden van een prachtig Drents landschap. De paarden die ik passeer schrikken er van. Ze zijn niet ingesteld op rijdende telefooncellen.

De vraag bij omstanders die ik onderweg ontmoet rijst meteen. Van welke gevaarlijke cel komt dat maffe voertuig. Het hele land en volk staat op scherp en reageert zeer argwanend op vreemde situaties. Iets wat ik amper herken van de vorige keren dat ik planeet Aarde bezocht. Een en al chaos en paniek lijkt er te heersen. En dat ook nog eens op mijn meest vertrouwde stekkies. Het schijnt te maken te hebben met een staat van zijn. Of moet ik zeggen, zijn van staat? Terreurdreigingen en alarmfases, code geel, oranje, rood. Zijn ze gek geworden op de Aarde? Herkent niemand meer zijn vriend en vijand? Niet meer in staat onderscheid te maken? Wat eens je vriend is wordt plots je vijand? Kan dat? In een democratie kan alles. De grootste schurken meten zich met de op een na grootste schurken. Drie maal raden wie zal winnen? Welke opperschurk? De moedigste, de slimste, de gemeenste, degene die over lijken gaat? Of degene die verbindt, liefde en warmte brengt, die instaat voor basisbehoeften en die ondersteuning biedt bij al hetgeen dat daar verder uit voort kan bloeien? Liefde overwint altijd.

Genoeg tijd al verloren. Ik sluit me aan bij team love not war. Haal snel mijn rijbewijs en rapporteer aan de chef van de Andere Kant. Missie geslaagd. Aarde overleeft met dank aan positieve invloeden van buitenaf. Intern globaal liggen alle oplossingen al voorhanden, alleen moeten ze nog gezien en aangeboord worden. Ik stel voor om nog drie weken op lokatie te blijven voor nader onderzoek. Er liggen nog voldoende kansen voor verbetering. De chef vindt het oké en ik check in bij het Hilton van Arnemuiden, een prima plek om mijn onderzoek voort te zetten. Wordt vervolgd.


Botsauto (2) / Verkeer / 19-09-2016

Het is zover. In korte tijd heb ik het Aardse rijbewijs gehaald. Voor mij natuurlijk a piece of cake. Ik heb al zoveel vlieguren in de ruimte en heb daar reeds de meest bizarre tegenliggers en medechauffeurs ontmoet. Is de ruimt verkeerstechnisch nog niet zo helder ingericht, het vreemde is wel, dat iedereen zich er aan de geldende regels houdt. Zelfs de vreemdelingen en de debutanten van out of space. Bij het zweven, rijden, varen, zwemmen, drijven, of noem maar eender welke voortbewegingsvorm, het geldt voor allemaal, rechts heeft, krijgt en neemt voorrang. Desnoods met geweld, maar liever niet. Ergens moet een grens getrokken zijn.

Voor het eerst rijd ik zonder begeleiding en boardcontrol op afstand een aardse autorit. Mijn TARDIS heb ik tijdelijk ingeruild voor een Opel Astra. Die naam vond ik wel lekker klinken. Een Ford Orion of Mitsubishi Space Star hadden ook nog gekund, maar mijn chef zweerde bij Opel. Vanwege Duitse grondigheid. Ik nam het onmiddellijk aan. De Opel bracht me aanvankelijk veel plezier, maar niet lang. De zwarte drank die ik hem voerde kotste hij na verloop van tijd in horten en stoten uit. Er was ineens geen land meer met hem te bezeilen. Overstag gaan had ook geen enkele zin. Oploeven ook niet. Het waaide veel te hard. Windkracht 5 minimaal. En dat bij land. Er was geen houden meer aan.

De Opel Astra dreef haast onbestuurbaar over de natte snelweg. Ik had ooit oude filmpjes gezien van mijn chef, waarbij snelwegen in Europa en Amerika leken op kleine rivieren en waarbij auto's transformeerden in zwarte Bat-mobiles met sirene en opstaande vleugels op de achterkant. De snelheid waarmee deze mobiles door, water, lucht, en aarde kliefden was geniaal. Had ik maar zo'n auto, maar mooi niet. Ik moest het doen met Astra. Hopelijk waren de sterren me gunstig gezind. Zou een schietgebedje helpen de vijand te verslaan? En jawel hoor, mijn gebed leek gehoord. De hemel opende zich aan mij en een prachtige Bat-mobile anno 2016 daalde neer.

Een instructie hoefde ik niet te volgen, immers de auto dacht voor mij en voor zichzelf. Zolang het andere verkeer dat ook deed was er niets aan de hand. Maar helaas, de autoverkoop bevond zich al jaren in een impasse, de economie wilde maar niet aantrekken. Aldus was de zelfdenkende auto vooralsnog op de weg en in het verkeer in de minderheid. Nou dat heb ik helaas geweten. De zelfhandelende auto's namen telkens het voortouw, aangedreven en opgejut door hun al even fanatieke baasjes die hijgend op het stuur lagen met hun hoofd bijna tegen de voorruit aangedrukt. 'Aan de kant, aan de kant', riepen ze voortdurend met hun nek en wapperende arm door het raam van hun botsautootjes gestoken. Ik liet het maar begaan. Ik had immers voldoende tijd gekregen van mijn chef om alles grondig uit te zoeken. Maar dat elektronisch verkeer nog niet zo goed werkte, daar was ik inmiddels snel achter. Aldus rapporteerde ik naar mijn chef aan de Andere Kant. Ik mocht ook terugkeren naar de basis. Gelukkig maar. Ik was het goed beu op moeder Aarde. Wat een vervelend, ongeduldig en snel opgefokt volk woonde daar. Met name verkopers, weggebruikers en winkeliers hadden daar een handje van. Iets om snel af te leren.


Opkikkeren / Verkeer / 24-09-2016

Een noodsignaal ontvangen van moeder Aarde. Meer specifiek van kikkerland Nederland. De kikkerstand schijnt daar behoorlijk uit de hand te lopen. Ze worden er helemaal gek van, zoveel springen er momenteel in het rond. Opgeblazen kikkers en platte kikkers. Die laatsten worden platgereden door druk verkeer. Best wel sneu. Het stikt van de kikkerpoelen en weilanden in Nederland. Dat is vragen om problemen.

Het noodsignaal is, raar maar waar, afkomstig van de buren, de Belgen, ook wel reserve Limburgers genoemd. Kikkers zijn niet bepaald grensgebonden, echte spring in de velden zijn het. Maar de Belgen zitten niet op hen te wachten. Ze hebben hun handen en buik al vol van die ADHD-Ollanders, zo is mij gemeld. Ik spring dan ook snel in mijn TARDIS en ga op pad ... eh ... op kikker eigenlijk. De kikkers moeten opkikken, opkikkeren, opzouten, oprotten. Enfin weg. Want woeste Walen en Vlamingen die moeten ze niet hebben op moeder Aarde en zeker niet aan een Nederlandse grens.

Als ik arriveer liggen de kikkers vlak bij de grens in het groene gras lekker te zonnen. Van onrust of paniek is nergens sprake. Ik vraag aan de grootste kikker die ik zie, wie hier de leiding heeft. Mieke en Maja, die een stukje verder staan, schieten in de lach, twee stoere chicks, met dunne lange benen, de ene met stroblond haar en de andere rossig met twee vlechten, weten allang wat er nu gaat gebeuren. Loodjes worden er gelegd, zeker weten. Maar hoeveel? Dat is nog de vraag. De grote dikke kikker, met tevens de dikste muil wijst nu naar Kick. Nee, geen familie van Stokhuizen.

Kick dwingt respect af bij iedereen. Zo ook bij mij. Hij is stevig van postuur, maar niet overdreven. Mocht je hem in een donker steegje tegenkomen, dan hoef je er niet voor om te lopen. Integendeel. Hij beschikt over een hoge aaibaarheidsfactor en is behoorlijk kusbaar, zeker in het donker. Er zou best wel eens een prins in Kick kunnrn huizen. Mieke en Maja weten echter beter. Uit ervaring. Niks geen prins, maar kouwe kermis. In heldere bewoording legt Kick de situatie aan mij uit.

'Kijk, je hebt, mensen, kikkers, potloden, Belgen, Duitsers en Nederlanders. Die grenzen aan elkaar. Het is nu eenmaal niet anders. In omgekeerde volgorde. Ook dat is niet anders. Dat geeft dan Nederlandse mensen, Duitse kikkers en Belgische potloden. U begrijpt vast waar ik heen wil?'

Ik heb geen idee, maar luister naar Kick's vervolg.

'Mensen, potloden en kikkers, dat gaat niet goed samen. Zeker als het evenwicht verstoord raakt. Zo zijn de afgelopen weken grensoverschrijdende kikkers in Nederland terecht gekomen. Kijk daar zitten ze. U zult het niet geloven, maar ze hebben daar gerotzooid, ja u raadt het al, met de Ollanders. En zie hier het resultaat? Vermenigvuldiging. En nu willen ze met z'n allen weer terug het beloofde land in. Mijn land. Mijn Vlaanderen land. En dat kan ik niet toestaan.'

Ik begrijp het dilemma waar Kick voor staat. Maar Kick moet niet zo mouwen. Hij krijgt er prachtig mooie prinsen in wording bij. Oranjegezind. Topprinsen. Mits ze gekust worden uiteraard. Op de kikkermuil, op het hoofd mag ook. Maar dat laatste werkt lang niet zo goed. Ik breng de boodschap over. Voorzichtig en met tact. Ik weet dat Kick zo nu en dan explosief kan reageren. Waarom ik dat weet? Ach, kikkerkennis.

'Ik hoef die gereïncarneerde rotprinsen niet. Verwaande kwasten zijn en worden het. Ik heb hier in mijn eigen land al een paar van die charlatans zitten. Nee, ze komen er niet in. In mijn land. Mijn Vlaanderen land.'

'Ja, maar Kick, sluis ze dan even door naar Wallonië, probleem opgelost. Of naar Limburg, die wissen ja nichts. Ganz einfach.'

'Klaar!'

'Klaar!'

Aldus geschiede. Een herhalende geschiedenis, voor de zoveelste keer. Problemen op- en doorgeschoven. Ik stap weer in mijn TARDIS en reis terug naar de Andere Kant. Om te rapporteren aan mijn chef. 'Kikkers opgekikkerd, coast clear.'
Fel oranje gekleurde prinsen, Duits- en Limburgstalig, zullen in de late winter opstaan, voor en op de kar gespannen worden, opgaan in vroege lente feestgedruis. Grensoverschrijnend. Het zij zo.


Conventies / Verkeer / 27-09-2016

Vandaag een snoepreisje ontvangen van mij chef aan de Andere Kant. Ik mag het Galacticum heel even verlaten voor een ontspannen weekje vrij. En het leukst van al, ik mag mijn TARDIS meenemen. Gratis. Wat een goede baas heb ik toch. Omdat ik optimaal rendement wil halen uit mijn vakantie heb ik mijn zinnen gezet op Moeder Aarde. Mijn favoriete planeet in een immens zonnestelsel. Er wonen ook veel immensen op de Aarde zo heb ik me laten vertellen. Heb ze alleen nog niet ontmoet. Ze schijnen op dit moment vooral te wonen op het westelijk halfrond. Alsof er vierkante planeten bestaan. Maar dat laat im even in het midden voor de techneuten onder ons. Ook wel wetenschappers genoemd. Ja, ja, alfa en beta hoor. Voel u vooral niet te kort gedaan. Technisch alfa zijn de leukste. Zeker de mannetjes.

Eentje is er op dit moment zeer populair en in de actualiteit op het westelijk halfrond. In het noorden om precies te zijn. Het noorden kwijt, zoals altijd. Hij heet Donald Trump. Zo heb ik me laten vertellen. Schijnt zowel aan de voor- als onderkant een enorme trump te hebben. En eentje die het doet. Supergroot. Geen supertrooper maar een supertrumper. Daar scoort ie hoge ogen, neuzen en oren mee. Hij slaat ermee namelijk met dat ding. Het ding aan de voorkant (gezichthoogte, ook wel poolshoogte genoemd) en aan de onderkant (lieshoogte, in het midden). Het wordt hem niet in dank afgenomen. Uitgezonderd zijn volgers. Maar dat zijn alleen maar slappe lullen, met gouden ballen.

De beta vrouwtjes daarentegen kunnen er ook wat van. Zo hupt er op dit moment eentje rond met een glad getrokken kalkoennek. Hillary Clinton heet ze. Ze kakelt naar hartelust, ook als ze verkouden is of grieperig. Ze hoest als een oude vent, maar geen probleem. Ze staat haar mannetje. Moet ook wel als je het moet opnemen tegen een mastodont met hersenleak. En ja, ook zij huppelt rond op het westelijk halfrond ergens in het noorden. Sterker nog. Ze komen elkaar regelmatig tegen. Tijdens debatten die overal en nergens over gaan. Ze krijgen dan allebei dezelfde spreektijd om overal en nergens over te praten. Ze larderen hun teksten met cijfers en getallen. En ik zeg. Niet doen. Ze staan al genoeg voor paal. Eentje is dan ook nog eens onfatsoenlijk. Het is de hard sprekende en slecht horende net niet look-a-like president. Een belastingneuker en vrouwenhater. Hoewel hij diezelfde vrouwen wel in familiare feminiene vorm nodig heeft op het podium om zijn gigantische trump van boven en beneden koest en verborgen te houden. Die mogen niet groot in beeld en luidspreker komen. Liever niet.

Het vuurrode vrouwtje weet wel raad met dit soort potloodventers die de American Dream over de rug van papa's en mama's hebben veilig gesteld. Samen met haar grijze mannetje neemt ze applausjes, zegeningen, kushandjes en lofuitingen gelijk een vrouwelijke paus in ontvangst. Ze kussen nog net niet haar voeten. Alle lofuitingen, applausjes, zegeningen en kushandjes zijn uiteraard wederzijds. Ze is niet zuinig met dit gemeengoed. En sterker nog, het is gratis. Kost niets. Valt dat effe mee gezien de hoge kosten die het reclamecircus met zich meebrengt. Toveren uit de hoed. Dat doet ze veel beter dan de sigaren uit de doos van Donald. Ze zal toch niet ... Nee ... Nee!

Terug naar mijn vakantie. U ziet ik laat me graag rondleiden in het westelijk halfrond. Ik val met de neus in de boter. Hopelijk mag ik in november ook nog een weekje weg van de baas. Grote kans dat dan een van de twee aan tafel zit bij mijn chef aan de Andere Kant. Met Hillary of Donald. Gewoon om even serieus te babbelen over hoe nu verder met Moeder Aarde. Het is en blijft mijn stokpaardje. Eender wie erop rijdt. Een ezel of een olifant. Ze zijn sowieso inwisselbaar. En dat geldt ook voor de achterban. Ze maken het zichzelf wel erg makkelijk daar in het noorden van het westelijk halfrond. Een immer terugkerend referendum. Olifant of ezel? Ga er maar aan staan. Jippie Ja Jee.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-08-2016

Columns van Harrie (Augustus 2016)

Geringd / Gein & Ongein / 13-08-2016

Raakhout komt keihard op me afgerend. Hij is erg geschrokken. Er ligt een man onder de eikenboom. Zwaar gehavend en ijlend. Ik moet onmiddellijk meekomen. Het is lang geleden dat ik Raakhout zo aangedaan heb gezien en trek snel mijn sandalen aan. Waar is mijn stok? Gevonden. Snel gaan we op pad.

Onder de eikenboom ligt een klein klerenkastje. Brizl djeu, griss mich nich. Anders kan ik het niet benoemen. Ik schat de situatie in en heb al snel in de gaten wat hier het euvel is. Alleen een ding kan ik niet meteen verklaren. Waarom draagt deze jongeman ringen aan zijn enkels. Twee grote ijzeren ringen, aan een ketting? Hij ziet er niet echt bandieterig uit. In tegendeel. Zijn vreedzame gezicht staat op grote tevredenheid. Een flinke glimlach rond zijn mond en heel af en toe laat hij een zucht ontsnappen uit zijn samengeperste mond. Zijn pruillippen bibberen dan een beetje. Als ik me vooroverbuk naar de jongeman ruik ik alcohol. Aha, duidelijk gevalletje nachtelijk doorhalen.

Deze meneer slaapt zijn roes uit. Roes, waarvan, en waarom die ringen? Die vragen blijven openstaan. Ik vraag aan Raakhout hoe lang hij hier al ligt en waar de man precies gehavend is? Ik zie namelijk geen letsels. Een paar uur en hij ijlt om het half uur. We wachten even totdat het halfuur voorbij is. Misschien waren we net na zijn laatste ijlmoment ter plaatse. Raakhout wijst naar de brede borst van de jongeling. Buitenproportie. Bovendien hangen er ook rare worstarmen aan. Dat is toch niet normaal?

Is dat wat Raakhout met gehavend bedoelt? Hij knikt ja. Niets aan de hand hoor. Dit is volgens mij gewoon een gevalletje overtraining. Deze jongeman heeft en teveel sportschool gezien en teveel café. Ik hoor nu geritsel in het struikgewas. Een kleinere en minder gespierd evenbeeld van de jongeling rijst op. En wie bent u? Zwammes, antwoord de man. Vriend en vijand van wat daar ligt. Ah, ik snap het al. Voor de drank vriend en na de drank vijand. Er worden in de tussenfase vaak rare dingen uitgesproken. Rake dingen, ware dingen.

Hij nam mijn plek in vier jaar geleden. En dat neem ik hem nog steeds kwalijk. Waar? Vraag ik met belangstelling. Bij de Olympische Spelen in Londen. Oh, dat maffe wereldspel. Daar heb ik niet zoveel mee. Ik doe aan touwtrekken en dat vind ik sportief genoeg. Hoef er ook geen medaille voor. Ja, ik kan dat erg goed touwtje trekken. In alle vormen en soorten. Het is het liefste dat ik doe. Aan touwen trekken. Ik hou die dingen nou eenmaal het liefst in handen. Bij voorkeur die van mezelf, maar ook die van anderen. Maar vertel eens. Wat is er precies afgelopen nacht gebeurd?

Dat is een lang verhaal. We zweefden door de lucht. Gewoon voor en door de leut. Boven een favela. Ja, in Rio. We waanden ons Batman en Robin. Daar zijn we neergestort. Yoeris Tempeloeris, zo heet mijn vriend en vijand, had vlak te voren, een ringoefening gedaan op de Spelen. Had zich gekwalificeerd voor de volgende ronde individueel en was door het dolle heen. We besloten dat te vieren, trokken na afloop een strak pak aan en zijn de bloemetjes stevig buiten gaan zetten. En ja, toen vlogen we ineens de kroeg uit. Vlak bij die favela. In de kraag gevat door de lokale politie zonder uniform en in de boeien geslagen.

Ik begrijp ineens de ijzeren ringen rond de voeten van Tempeloeris. Weer een vraag opgelost, tot grote geruststelling van Raakhout. Zelf had ik een ijzerzaagje bij me. Een kleintje, zo'n Zwitsers. Zo gepiept. En ik wilde net beginnen aan die van Yoeris, totdat die rare pad op mijn pad kwam. Raakhout heet ie. En hij doet niets hoor.

Waar ben ik? Yoeris is ontwaakt. Als het goed is gaat ie nu ijlen, aldus Raakhout. En ja hoor. Hij spreekt rare zinnen uit. Engelse zinnen. Warrig. Droevig. Maar ook mooi. Zangerig. IJlerig.

One day I'll fly away
Leave your love to yesterday
What more can your love do for me?
When will love be through with me?

Och, daar begint ie weer. Zwammes houdt zijn oren dicht. Al dat zelfmedelijden. Het gaat over zijn ringen. Zwammes wordt er helemaal simpel van. Straks gaat ie ook heel hard schreeuwen. Let maar op.

Maurice, Maurice, ... zielige Ties.

Griss mich nich, waar gaat dit over?
Dat wil je niet weten. Denkt Zwammes.

Voordat Raakhout en ik het goed en wel beseffen stijgt Yoeris plots op. Zijn magere beentjes bungelen achter hem aan. Verzwaard met ringen en ketting. Als een geringde vogel. Met in zijn kielzog Zwammes. Die hij net op tijd aan zijn kleine worstarmpjes vastpakt. Doeg. We gaan op zoek naar Eepke Aap de fladderaar.

Raakhout en ik kijken elkaar aan. Was het dat nou? Brizl djeu, wat een idioot schouwspel. Niets om je over druk te maken. Toch?


Absurd / Gein & Ongein / 26-08-2016

Een vreemde situatie in mijn bos, griss mich nich, ongehoord. Bij iedere boom zie ik een dichter staan. Ja, dichtbij iedere boom. Ze luisteren naar wat de boom te vertellen heeft. Er zitten ook schrijvers tussen. Een groot verschil. Dichter of schrijver zijn. Waarbij gezegd dat een schrijver dichter bij de dichter staat dan een dichter bij de schrijver. Hoe dat zo komt? Simpel. Dichten vraagt meer kunst. Is minder toegankelijk. Een dichter houdt afstand. Een schrijver niet. Een schrijver heeft nood aan voeding. En een dichter voedt. Zo simpel is. Ik schrik er zelf van. Hoe ik aan een zo eenvoudige verklaring kom. Wil nog niet zeggen dat ik er geen last van heb. Van al die dichters en schrijvers in mijn bos.

Ze zijn erg opdringerig. Meters papier dragen ze bij zich. Voor noodgevallen. Ze poepen er nogal op los. Heel vervelend al die opgeschreven diarree, die ze achter iedere boom zich laten ontvallen. Bah. Het stinkt ook nog eens. Als het nu nog eens mooie stukken waren, dan kon ik er nog vrede mee hebben. Maar, nee. Het meeste is toch wel bagger. Het ergste vind ik nog al dat gepiep. Ja, ze dragen allemaal zo'n vreemd kastje bij zich waar ze zorgvuldig op hameren, met hun fletse magere schrijfvingertjes. Na verloop van tijd hoor je dan een piepje. Ik heb het eens gevraagd aan een van de dichters / schrijvers. Wat maakt nu dat piepje?

Oh, dat is een verzonden stuk. Zoveel? Zoveel. Het komt allemaal in de wachtrij bij onze uitgevers. We proberen ze gek te maken. Die uitgevers. Het zijn zulke koekenbakkers. En ze worden schathemeltjerijk van onze productie. Eigenlijk zouden we er eens een tijdje mee moeten stoppen. Zodat ze bankroet zien. Geldwolven. Maar de schrijfdrang is te groot. Verslaafd zijn we aan net schrijven en dichten. Stuk voor stuk. Niemand uitgezonderd. Gelukkig hebben we dit bos gevonden. Vol met bomen. Historische bomen. Die willen hun verhaal wel kwijt. Mooi bos waar jij inwoont vriend.

Mijn mond valt open van verbazing. Brizl djeu. Die van Raakhout ook. Hoe durven ze? Onze verhalen optekenen? Wij hebben het immers de bomen ingefluisterd.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-07-2016

Columns van Harrie (Juli 2016)

Max keer maal / Gein & Ongein / 31-07-2016

Hoe vaak kan iemand nu een wedstrijd winnen? Dat vraag ik mij nu af? Kijk als ik zo zit in mijn bos en ik zie die rare mannetjes in auto’s keihard dwars door de bomen scheuren, weet ik nooit wie er voorop ligt. Raakhout ook niet. Maar die is sowieso altijd de weg kwijt. Nee, ze scheuren rond langs, beuken, berken, eiken, dennen en wij maar rennen. Waar rennen ze toch naartoe? En hoe vaak komen ze nog langs? Soms zie je er eentje plots niet meer. Naar het schijnt legt hij dan eventjes zijn karretje aan banden. Aan nieuwe banden? Alsof de bosgrond zoveel slijt. Het is naar het schijnt allemaal tactiek.

Tactiek om geld te verdienen. Dat is dan weer nieuw voor mij. Waarom zouden er aan spelen en wedstrijden geld verdiend moeten worden? Iedereen sport toch voor de leut, ontspanning en gezondheid? Dus nee. Nee dus. Op het laatste druïdenbal heb ik me laten inwijden. Brood en spelen. Daar schijnt alles om te draaien. Brood, brood? Maar ik zie toch nooit iemand brood eten? Jawel hoor, vertelde Maxoramix. Alleen je ziet het niet. Het gebeurt vaak achter gesloten deuren. En dat brood, dat moet je ruim zien. Het is het bier, de bitterballen, het contact en de contracten. Niet schriftelijk maar mondeling. Het is eten en gegeten worden.

Kleine vissen worden groot. Totdat ze op ontploffen staan. Zodra dat voorkomt, dan is het tijd om maar weer eens te gaan. Zoveel werd me duidelijk. En dat in een notendop. Ik kijk nu gans anders tegen het sporten aan. En laat de wagens maar gaan en gaan. De uitslag is niet meer van belang. Zolang maar iedereen de kar in beweging houdt en de wagens blijven toeren. Kijk daar komt Max alweer voorbij. Max keer maal. De kassa rinkelt. En heel Nederland, ja zelfs Nummer Een blij. Steek de vlag maar alvast uit.


Regelspel / Gein & Ongein / 15-07-2016

Raakhout is behoorlijk in de war. Hij heeft zich ingelaten met een merkwaardig spel. Een spel dat zijn eigen regels spelt en voorschrijft. Op zich niets mis mee zou je op de eerste plaats denken. Ware het niet dat het een heel onschuldig spel betreft. In de bossen worden niet zo heel veel spelletjes gespeeld. De natuur, waartoe het bos behoort, is in zijn aard eerlijk. Maar owee, zijn bezoekers en inwoners. Dat is een ander verhaal. Je zou denken dat dieren tegen hun verlies kunnen. Maar niets is minder waar. In dat opzicht zijn het net mensen. In vele andere opzichten ook, maar dat is een ander verhaal, een ander lang verhaal. Iets met personificatie. Maar daar laten we ons even niet mee in.

Terug naar Raakhout. Hij mocht meedoen met een spel. En niet zo maar een spel, nee, nee het was een soort van schaakspel. Ieder dier mocht een eigen verhaaltje spellen en vertellen. Al maanden werd het spel gespeeld en telkens met een ander thema. Het thema van deze maand was ‘eikels’. Nou daar wist Raakhout wel raad mee. Hij kwam ze iedere ochtend tegen in het bos. Zo gedacht, zo gespeld en zo verteld. De dieren hadden aan zijn lippen gekluisterd gezeten. Vooral de vos, de eekhoorn en de bonte kip vonden zijn verhaal prachtig. Ze leefden zich volledig in het verhaal in. Vele eikels liet Raakhout de revue passeren. De ene eikel nog gekker als de andere. In vele eikels herkenden de dieren zich. In sommigen niet. Die waren natuurlijk met meest interessant. Het waren eikels die vreemd gedrag vertoonden. Ze pasten regels aan naar hun eigen believen. Maar zo erg was dat nog niet.

Eigenlijk was er maar eentje die dat niet naar behoren deed. In de veronderstelling dat toch niemand het door zou hebben. En ach, zo belangrijk was het nu ook weer niet. De toehoorders van het verhaal raakten langzaam in de ban van het gebeuren. Dit kon toch echt niet door de beugel. Maar niemand die wat deed. Zwijgzaam stemde iedereen toe. Totdat een slim vogeltje erachter kwam. Maar het vogeltje was een vreemde vogel. En de vogel wist dit van zichzelf. Wat nu? Niemand zou hem geloven. Feiten laten zien. Met bewijzen komen. Dat had de papa van het vreemde vogeltje het vogeltje geleerd. En aldus vertelde het vogeltje aan iedereen die het horen wilde zijn verhaal. Gestaafd met feiten. Iedereen begreep het, maar niemand reageerde. De regelgever bezat te veel macht. En de dieren wisten als geen ander. De hand die voedt, die is heilig.

Maar het kleine vogeltje was moedig. Het had de waarheid nodig om bruggen te bouwen. Maar dan moest het wel eerst de aandacht vestigen. De klokken luiden. Zo gezegd, zo gedaan. De dieren uit het bos vielen bijna van hun stoel, stok, hout, tak, stengel, nee, dit was niet waar? Iemand die de spelregels zo naar zijn hand kon zetten, die deugde niet. En ook nog eens zo stiekem. Zo quasinonchalant. Dit moest iedereen weten. En toch? Als iedereen het wist en daarvan baalde, dan nog, dan nog. Zou het hele spel dan niet meer doorgaan? Wie zou het dan nog willen organiseren. Dat was toch ook niet zo’n goed plan. Weet je wat? En ze waren het er allemaal over eens. En ze namen het volgende besluit. We kijken door onze vingers, klauwen, poten, vliezen ... vergeten het never nooit niet ... die spelleiding deugt van geen meter, maar ons het spel afnemen, dat toch liever ook niet. Dan maar zonder winnaar. Weet je wat? We roepen gewoon iedereen tot winnaar uit. Lang leve de lol. Maar Raakhout die vond het maar niks. Hij is nog steeds wat in de war. Zal hij het spel nog meespelen? Zo’n spel is toch geen lot uit de loterij? Vooruit dan maar.



Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

24-04-2016

Vijfhonderdenvierennegentig alweer

Met een bosje bloemen en een flink stuk taart neem ik de bus naar Nummer Een. Af en toe steek ik mijn neus tussen de bloemenblaadjes en snuif de zoele geuren die daaraan ontstijgen diep op. Ik waan mezelf in de bloementuin van mijn grootouders. Hoe lang is dat geleden? Ze zijn nu dood. Nog vijf minuten en ik ben er. Hoe zou het ze vergaan? Harrie en Raakhout. Lang niet meer gezien.

Onrustig drentel ik op en neer tussen beuk en eik. Mijn favoriete hotspot. Brizl dieu wat is het heet. Vandaag word ik vijfhonderdvierennegentig. Op naar de zeshonderd. Waar is de tijd toch gebleven? Ik vier het klein. Sterker nog. Een mens weet er maar van. Mijn schrijftafelheer Mien. En vandaag komt hij op bezoek, mij feliciteren. Raakhout is al bijna net zo zenuwachtig als ik. Het is nu bijna driehonderd jaar geleden dat ik mijn verjaardag voor het laatst vierde.

De bus stopt bij de laatste halte. Het is nog twee kilometer lopen en dan ben ik er. Ik kijk nog eens goed op het perkament dat Harrie mij heeft toegezonden. Geen wegen maar sferen staan beschreven. In geuren en kleuren.
Ga bij de roosjes linksaf. Let wel op. Bij de lichtroze rozen die ruiken naar zoete zuurtjes. Daar waar de wind rechts langs je oren waait en de lucht ruikt naar dennenhars ga je linksaf. Blijf vanaf hier rechtdoor lopen en fluit of neurie ‘Drie kleine kleutertjes’. Doe dat twee keer. Dan hoor je links tussen de struiken een klein stroompje kabbelen. Volg dit via de rechterkant, tot je bij een klein bruggetje aankomt. Hier haalt Raakhout je op.

‘Raakhout het is bijna tijd. Pik jij Mien even op. Bij de brug. Bij de brug ja, niet eronder, oen.’ Ik kan hem maar een opdracht tegelijk geven. Eigenlijk had ik hem ook nog willen vragen wat paarse brem mee te nemen, maar dat is gewoon too much. Sinds kort ben ik erachter dat Raakhout lijdt aan ADHD. Naast autisme is dat een lastige staat van zijn. Maar meten is weten. Een opdracht per keer meegeven volstaat even.

‘Ha, Raakhout, sta je hier al lang? Dat is lang geleden.’ Raakhout kijkt dwars door me heen. Heel even loopt er een koude rilling over mijn rug. Zo ken ik Raakhout niet. Koudbloedig van binnen en van buiten. Ik laat het maar zo. Ben veel te verheugd om Harrie weer te gaan zien. Zonder een krimp te geven huppelt Raakhout voor me uit door het struikgewas. Steeds sneller. ‘Hee, doe eens even rustig, we hoeven toch niet de trein te halen?’ Raakhout hoort me niet en struint stevig door. Na pakweg vijfenvijftig krammen en krassen zie ik de hut van Harrie voor me. Zou hij thuis zijn? De deur van de hut zwaait open.

‘Ha, Mien daar ben je dan. Niets veranderd zie ik. Nog steeds kleurrijk gekleed, en ha, ha, ik zie het al, je eigen eten meegenomen, verse bloemen en taart. Je bent ook niet vergeten dat ik dol ben op dahlia’s. Mmm, dat wordt smullen. Doe je jas maar uit, neem een kistje en ga ergens zitten. Neem die grote kist maar, vooruit, zo vaak kom je niet op bezoek. Vertel, vertel, wat heb ik allemaal gemist de afgelopen tijd?’

‘Allemaal rumoer en onrust Harrie, opstand en gerel. Je wil het niet weten. Dagen, weken is er niet geschreven. De boel is zelfs een maand stilgelegd. Een splitsing vond plaats, in allemaal minikampen, heel verdrietig allemaal. Het is niet anders. Maar, gelukkig is er ook goed nieuws te melden. De laatste dagen trekt alles weer vlot. Oude schrijvers komen weer terug. We hebben alleen blijvend afscheid moeten nemen van je weet wel, hij die zo graag genoemd wil worden. Hij maakte het veel te bont. Schreef lukraak alleen nog maar bullshit. Hij smeet met modder en met vlijmscherpe pijltjes. Het schijnt dat ie nu alleen nog maar dart in zijn vrije tijd. Dart Harrie, niet tart.’

‘Griss mich nich, Mien, ik schrik ervan. Liet hij zich zomaar afpoeieren dan? Want zo klinkt het. Dat zal toch niet? Zo’n deftig heerschap, ongepast en ongehoord!’

‘Wel Harrie, het was geen afpoeieren hoor. Er is zorgvuldig met reden, hoor en wederhoor, en niet te vergeten argumenten en verklaringen over en weer gestrooid. Maar begrip en acceptatie wilde helaas niet landen, niet binnenkomen. Evenmin een pauze. Ach, je kent het heerschap toch? Vooralsnog is de vulkaan tot rust gekomen en ingeslapen. Na wat laatste aardschokken en plaagstoten. Voor hoelang? Geen idee. Niemand die het weet. Onbelangrijk ook verder. We hebben iets te vieren Harrie. Vijfhonderdenvierennegentig alweer. Op naar de zeshonderd.

Co-column geschreven door Harrie en Mien