Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen

09-09-2024

Laat me losser

Vandaag is de dag. Weken heb ik er om gezeurd. Maar vanavond gaan we los. Eindelijk heeft hij tijd voor mij. Ben ik even meer belangrijk dan zijn werk. Wat zal ik er van genieten. Hopelijk is hij in een goede bui. Mij begeleiden naar ultiem genot. Een klein hoogtepunt in mijn nog prille leven. Hier heb ik al lang op gewacht. 

Daar is de auto al. Ik hoor het aan het geronk van de motor. Stiekem wacht ik hem op vanachter de gordijnen. De vitrage schuif ik ook een stukje opzij. Hij heeft me al gezien. Mijn pretoogjes schitteren en geef een gulle glimlach. Hij geeft me een dikke knuffel bij binnenkomst. En eerst eten we ons buikje rond. Ik kan niet langer wachten. En roep vol verwachting: 'ga je mee!'. Gelukkig staat hij gelijk op. 'We gaan naar buiten!', zegt hij met een knipoog. En ik denk: 'yes'.

'Aha, je hebt de wieltjes er al afgehaald, wat goed van jou. Heeft mama geholpen, of heb je het zelf gedaan?' Vol trots zeg ik: 'zelf!', en stap glunderend op mijn blauwe fiets. Mijn pa moedigt me aan en geeft aanwijzingen. Ik hoor ze niet. Wil ze niet horen. Kan allang fietsen, maar dat weet hij niet. Ik doe net alsof ik val. Net op tijd vangt pa me op. Ik voel zijn sterke armen om mij heen, geniet van het moment en stap weer op mijn fiets. Nog vijf keer laat ik me vallen en vijf keer vangt pa me op. Zijn hand wijkt niet van het zadel en zachtjes duwt hij mij vooruit. 'Je kunt het kerel!' En ik roep terug: 'laat me losser! Ik draai me om en pa staat achter in de straat. Ik ben verbaasd. Hoe lang heeft hij mij al losgelaten?

25-03-2018

Een gedicht van vier seconden

Een gedicht van vier seconden

Uitvoering: neem een eierwekker en zet in op vier seconden. De truc is om het gedicht daadwerkelijk in vier seconden voor te dragen. Oefening baart kunst.
Voor het eerst voorgedragen tijdens Literair Podium PoëzieClub Eindhoven i.s.m. dichters Café Eijlders Amsterdam ter gelegenheid sluiting Kunstcafé Malle Abbe op 25 maart 2018 in Malle Abbe.

13-09-2017

Der Bomber

De zandloper staat op tafel. Heel langzaam zie ik het zand door het kleine gaatje stromen. En ik kan maar een ding denken. Laat het alsjeblieft heel even regenen in het bovenste deel van de zandloper. Kan dat? Nee, natuurlijk kan dat niet. Maar ik kan het wel denken, toch? Zodat het zand stroperig wordt en niet meer door het gaatje kan. Alsjeblieft. Ik moet toch ergens tijd winnen?

De zandloper staat nog steeds op tafel. Tien paar ogen staren me aan. Hoelang houd ik dit nog vol? Zie ik nu pretogen of bezorgde ogen? Ik kan het maar moeilijk peilen. Mijn eigen blik bevat maar een staat. Een staat van paniek. Ik voel ook tranen prikken. Nu al? Ik heb toch nog tijd? Mijn gedachten dwalen weer af. Wat als er nu een heel klein mannetje in de bovenste helft van de zandloper zou opstaan uit het zand? En dan, ja sorry, een heel klein poepje zou doen? Maar pas nadat hij driftig met zijn kleine handjes eerst een flinke kuil heeft gegraven. Kan dat? Ik stel het mezelf voor. Nee, dat gaat nooit lukken, graven en poepen tegelijk. Ik zie het zand steeds sneller stromen. Weg tijd.

De vraag, wat was nu ook alweer de vraag? Tien paar ogen staren me nog steeds aan. Een sportvraag. Wie scoorde in 1974 het bevrijdende doelpunt voor de Duitsers tijdens het WK voetbal? Wat een rotvraag. Hoezo bevrijdend doelpunt? Is dit een flauwe grap? Wil ik die vraag überhaupt wel beantwoorden? Maar opgeven is geen optie. Tien paar ogen kijken me op het moment suprême heel ernstig aan. Tien handen kloppen met hun vingers ongeduldig op de tafel. Hoezo tijdsdruk? De bonusvraag, in welke minuut werd er gescoord, laat ik schieten. Schieten, bombarderen? Der Bomber! Gerd. Gerd Müller! Ik zie de laatste korrel door het gaatje glijden. Shit! Weer verloren.


Schrijfopdracht Web Tales (naar een idee van Christa Sevichny)
Onderwerp: Suspense en tijdsdruk!
Een manier om suspense toe te voegen is tijdsdruk. Tijdsdruk is in feite een probleem of oplossing met een tijdsaspect. Het probleem of de oplossing daarvan zal plaatsvinden binnen een gestelde tijd (een week, een dag, een uur). Bijvoorbeeld: de bom gaat af over een half uur of morgen hoort jouw personage of hij is aangenomen voor zijn droombaan. Het kan ook gebeuren dat het probleem erger wordt gedurende een bepaalde tijd, bijvoorbeeld wanneer een personage gewond is en zo snel mogelijk hulp nodig heeft.

Tijdsdruk hoeft niet gebonden zijn aan de tijd zoals aangegeven op een klok; het is zelfs aan te raden om te vermijden dat jouw personage continu op de klok kijk. Het gevoel van tijdsverloop is voldoende, bijvoorbeeld “Zodra mijn man terugkomt van de oorlog kan ik hem vertellen dat ik zwanger ben” of “Over enkele ogenblikken zal de jury bekendmaken wie de wedstrijd gewonnen heeft”.

Bedenk ten minste drie manieren om tijdsdruk toe te voegen aan jouw verhaal. Het kan handig zijn om eerst te bedenken wat jouw personage zou willen bereiken. Dit kan iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld je wil een cadeautje kopen voordat de winkels sluiten, of iets heel groots, bijvoorbeeld iemand die terminaal ziek is maar toch die grote wereldreis wil maken.


31-01-2017

Schrijfveren Januari 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Als je de horizon kunt aanraken (01-01-2017)

Als je de horizon kunt aanraken, dan ben je een lange weg gegaan. Dwars door hoge ijskoude golven met schuimkoppen, of zachtjes glijdend door een strak blauw vlak. Kruipend door het gloeiend hete brandend zand, of meegevlogen door een korrelige lucht. Hijgend van vermoeidheid door het natte weidegras tussen diepe dalen door of stoer met bergschoenen aan schurend over hoge wanden, die dan net niet de horizon kan raken, tenzij je springt. Het leven heel even durft los te laten gewoon omdat ook horizonnen lonken. En dan, tik hem aan, je ineens vleugels krijgt, die je dan bij het laatste stukje helpen.

En ja, daar is dan. Wat voelt ie lekker zacht. Je trekt spontaan je zwemvliezen uit, je bergschoenen, sokken, of sandalen. Want het voelt zo ongelooflijk fijn, om op de horizon te zijn. Het voelt wat ongemakkelijk maar heerlijk wollig. Energie die stroomt naar binnen. Links en rechts daar staan twee grote potten. Volgeladen met vloeibaar goud. Je loopt naar een en steekt je hand erin. Het goud glijdt door je handen. Heerlijk hoe dat voelt. Je smijt en gooit het van je af, de wijde wereld in. Wie had dat gedacht? De kleuren in de regenboog die lachen zich te pletter. Ja echt, ze vallen uit de lucht. De grond verandert onmiddellijk in rozengeur en maneschijn, zover je maar kunt zien en ruiken.

En in de hemel zie je ze dan staan, al degene die ooit het leven lieten. In prachtige gewaden, doorzichtig, transparant. Dat krijg je er zomaar bij, als je de horizon kunt aanraken. Met herinneringen die je bij het raken vooruit zijn gegaan. Want het is de gedachte en het geloof die uiteindelijk de liefde maken. Je hebt slechts tien minuten om met iedereen te spreken. Want uiteindelijk wordt ook een horizon te heet onder je voeten. Je moet terug uiteindelijk naar het avond- en het morgenland. Maar lieve allemaal, het is en blijft en was, een waar genoegen, om jullie heel even kort te spreken. Ik ga daar nog aan denken. Uren, dagen, weken, maanden, jaren. Tot in de eeuwigheid.


Een ander besef van tijd (03-01-2017)

Ik tuur al dagen naar de klok. De grote klok met hangballen in de woonkamer. De klok met engeltjes op zijn dak. Van mahoniehout, of is het toch teak? Afgevallen van een container op kade vier van Haven Rotterdam, of was het van de vrachtwagen langs de A16? Wat doet het er ook toe. De herinnering die zich vastbijt in het heden voorkomt beweging in de toekomst. Ik wil geen tijd meer verspillen.

Ik geef een flinke ruk aan de ijzeren kettingen die losjes hangen onder de klok precies tussen de flinke hangballen die via kleine katrollen ook weer verbonden zijn aan het klokkenspel. Kunt u nog volgen? Ik wel. De klok klapt haast uit elkaar. De hangballen zijn met een flinke vaart tegen zijn houten gezicht gekaatst en de klok denkt: TILT.

Heel goed. Nu gebeurt er eindelijk iets. De slapende klok krijgt ineens besef van tijd, de hoogste tijd. Nu is het zijn beurt om te handelen. Hij kan niet langer slaperig in afwachting van routinematig tijdgewandel en -gekringel aan de muur blijven hangen. Nee, het wordt tijd dat het eens afgelopen is met dat rondjes lopen. Slaapverwekkend gewoon.

Nee, we willen voort, ook in de woonkamer een doorlopend besef en gevoel van tijd ervaren. In een rechte lijn, oneindig, niet langer circulair. Dat laatste levert niets op, behalve cirkelgedachten. Vanaf nu een ander besef van tijd. Recht toe recht aan. Lang leve de langgerekte, opgerekte, doorgestrekte tijd. Voortaan niet meer op eieren lopen in cirkeltjes maar gewoon dwars door de tijd. Wat een heerlijk en bevrijdend gevoel.


Een zwak voor schoonheid (05-01-2017)

Met twee zwaar gerimpelde handen kleit Auguste een perfecte borst op ooghoogte. De monocle valt bijna van zijn neus, door het zweet dat langs zijn oog drupt. Van emotie of van inspanning? Moeilijk te zeggen. Zijn handen doen al een tijdje niet meer wat het hoofd hen influistert. Gelukkig is het model geduldig. Bovarietje kent Auguste al langer dan vandaag en weet gelukkig wat haar straks te wachten staat. Harde pegel en pegels bij een heerlijk kopje melk. Ze probeert een gaap, tegen beter weten in, te camoufleren. Betrapt voelt ze zich onmiddellijk.

Auguste heeft een goed humeur vandaag en beziet het gaapje door zijn ruwe vingers. Hij steekt zijn linkerhand uit en voelt aan Bovarietje's linkerborst. Die voelt zacht en warm aan, ligt echter niet in in de juiste positie. Met een harde bas vraagt ie Bovarietje om haar tors ietwat meer te torseren, opdat haar brave borst wat meer naar boven pulst. Ja, prima zo. Houden zo. Auguste neemt nog wat extra klei van tafel en kneedt dat het een lieve lust is.

De tijd vliet daar waar die niet gaan kan. Beiden drinken een flinke beker melk tijdens de pauze. Het vocht druipt stout uit hun mondhoeken. Auguste's broek bolt er zowaar van op. De pauze wordt al snel avond. Het komt de schone kunst alleen maar ten goede. Wat een schoonheid is ze toch, Bovarietje, dame naar zijn dromen. Op het grote ledikant wordt schone kunst geboren. In de handen en tussen de benen. Beeldhouwwerk van formaat. Wit marmer wordt vloeibaar.


Een armlastig genie (09-01-2017)

Bernard Driemaster zag het niet meer zitten. Hoe goed hij ook zijn best deed, er kwam niets meer uit zijn koker. Geen enkel idee met levensvatbaarheid borrelde meer op. Geliefd bij vriend en vijand, in oost en west, noord en zuid, hij wist het eenvoudigweg niet meer te bolwerken. Hij wist ook niet meer wie er precies aan de beurt was om zijn mogelijk nieuwe idee door te ontwikkelen. Het grootst bewaarde geheim op moeder aarde dreigde aan intellectuele uitputting ten onder te gaan.

De wereldlijders uit alle continenten werden in het geheim bij elkaar geroepen, door de al even geheim gehouden secretariaten. Ondergronds moest nu wel bovengronds komen, anders was de wereld een genie armer. En geniën waren al zo zeldzaam op aardkloot aarde. Hoe konden ze nu Bernard Driemaster (uit de Zaanstreek met geheim adres) het beste ondersteunen? Er lagen nog pakweg vierendertig wereldproblemen te wachten die node een oplossing behoefden. Twaalf in het westen, elf in het oosten, zeven in het noorden en 4 in het zuiden.

De wereldlijders troffen elkaar in Leprados, een klein eilandje gelegen vlakbij de evenaar precies tussen de continenten Afrika en Zuid-Amerika. Pas ontdekt en zorgvuldig geheim gehouden voor atlasmakers en geografen. Slechts bereikbaar per boot. Kleine boot. Eerst vochten ze uit wie het eerste aan de beurt was voor het ontvangen van een nieuw idee. Ze deden er vier maanden over. Vier maanden.

Bernard Driemaster lag inmiddels al aan een breininfuus. Er borrelde namelijk nikkes nada meer spontaan uit zijn brein omhoog. De hersensappen die ingevoerd werden bestonden uit een mengeling van biobrandstof en ecoweed en zorgden helaas voor vreemde bijwerkingen. Om de drie uur stuiterde Bernard rechtop van zijn bed en begon dan spontaan te zingen. Satie, maar dan in vocalen. Heel bijzonder maar verder niet interessant voor mogelijke toepassing. Het zou nog meer dan een jaar duren voordat Bernard zijn creatieve leegte eindelijk wis te vullen met levensvatbare ideeën. Het leven van een genie gaat lang niet altijd over rozen. Zo blijkt maar weer eens. Gelukkig overleefde moeder aarde deze kortstondige ideeëncrisis.


Omwentelingen (11-01-2017)

Keer om, keer om. Ommekeer. We draaien helemaal door. Doordraaien heet dat. En niet allen we. Nee, iedereen. Hoe dat zo komt? Heel simpel. We begeven ons op een oneindige weg. En dan ook nog eens op een bol die omwentelt. Keer op keer. En dan moeten we ook nog eens geloven dat we door zwaartekracht naar het midden worden gezogen. Een centraal punt. Een oneindig punt. Punten zijn immers zo. Punt. Wat heeft omwentelen dan überhaupt voor zin? Überhaupt gaat sowieso boven mijn hoofd. Of boven de pet zo u wil. Of wij? Liever zeg ik, ik, jij, hij, zij of jullie. Maar alles bij elkaar, blijft het wij. We, voor degenen die een hekel hebben aan de ij.

Hoeveel omwentelingen hebben we intussen al niet achter de rug? Voor de rug ook trouwens, dat heet buik. De buik waar de maag in rust. Een maag vol omwentelingen, dat willen we al helemaal niet. Dan keert na verloop van tijd alles op zijn kop en wentelen we alles naar buiten. Gelijk een teefje, dat tevoren als gevolg van overschrijden van de houdbaarheidsdatum, van ontevredenheid wentelt in de maag. De rug op met die foute wentelteefjes.


Een keurige tennisfamilie (17-01-2017)

De AO is amper bezig of ... ja, ik moest het ook even opzoeken, Australian Open ... of de roddels vliegen weer over het tenniskoord (veld, lijnen, net, umpaiers, ol inkloesif).

Nog steeds staat het beeld van het geile broertje uit F helder op mijn netvlies. Twee blote dames die op het gloeiend hete gravel hun balletjes slaan. Broertje F met grote (f)lodderogen, vingers krom gehaakt in de afrastering, verlustigt zich aan de bruine zonnebankhuiden. Is zich niet gewaar van naderend onheil. De familie van ... opgewonden broertjes ... van de huppelende blonde paardenstaartjes is aanstonds. Weglopen kan niet meer. Hij ... de gluurder ... krijgt gigantisch op zijn flikker. Ze slaan hem zo hard dat ie spontaan de dames weer gekleed ziet tennissen. Zijn ogen geven hem Lacoste. Één van de deftige broertjes komt uit. Jaren later. Ja, ook in een keurige tennisfamilie bestaan ...

Maar terug naar de AO roddels. Borg doet het samen met John. Laatste nieuws. Presenteren en onderbroeken verkopen. LOL. Al in de eerste ronde zegt Kiki boe en neemt Haase de benen. Andy en Kerber zijn gespot in een eedjenzie om te werken aan een beter immidg. Een korte stage bij teams RF en SW is inbegrepen. Keurige tennisfamilies tegen beter weten in. Een Bronxsister met een rood zakmes is en blijft een gevaarlijke combinatie. Let's double.


Zelfremmend (19-01-2017)

Gebiologeerd kijk ik naar het woord dat voor mij opgeschreven staat. Zelfremmend. Het komt binnen en het remt. Zo simpel kan het dus zijn. Een rem op jezelf. Een rem op het zelf. Een lichte nuance in deze is noodzakelijk. Zodra je de rem op jezelf zet, zet je mogelijk tevens een rem op het zelf. Wie ben ik, als ik mezelf rem?

Bij remmen komt energie vrij. Warmte. Aan de andere kant wordt ook energie gespaard. Maar die is van een andere aard. Remwarmte geeft lucht. En door meer lucht kun je weer ademen. Doe je niks dan spaar je energie. Hoewel? Niks doen kan behoorlijk onrust geven. Onrust die in zichzelf energie verbruikt. Onnodige. Zinloze?

Kan energie zinloos verbruikt worden? Ja, maar waar leidt dat dan toe? Lijdt je van dit leiden? Lijdzaam kom je wellicht tot inzicht dat het nergens toe leidt. En ja, ook dat kost weer energie.

Energie kosten? Is dat niet wat kapitalistisch uitgedrukt? In een wereld die draait op economische principes, gaan kosten aan de baten vooruit. Maar wat levert het dan op? Aan het eind? En moet het überhaupt wat opleveren?

Bestaat er an sich geen intrinsiek verlangen in de mens naar niets doen? Gewoon alleen maar zijn, puur. Unheimlich unheimisch om met enkele germanismen te spreken.

Mijn Fingerspitzengefühl zegt even helemaal niets. Ik peuter en pieker me suf. Mijn vingers razen over het toetsenbord in voldoening, van links naar rechts en van onder naar boven in onwillekeurige volgorde. Ik weet immers wat ik tik. En ja, heel soms corrigeer ik, zelfremmend, omdat taal dwingt. Niets zo inspannend als juist duiden.


Een machtig instrument (21-01-2017)

Een oorlogswapen of liefdesveer
Met patronen of hoge aaibaarheidsfactor
Vlammend scherp of vloeiend sereen
Bloed aan de paal of botergeil
Belerend bot en uitgesproken
Of vol bewondering van muze
Bestraffend of onvoorwaardelijk
To the point of ins Blaue hinein

In between kan ook
Zowel de vrede als de oorlog bewaakt bewaard
Met nuance en geheel in stijl
Weloverwogen van rancune bevrijd
Bedachtzaam met geduld
Letters, woorden, zinnen
Chronologisch zonder flashbacks
In dansend script met vette kapitalen

Dichtend, verhalend
Een sletterig pamflet
Zonder zonden gewoon heel braaf
Of in woede in zichzelf gekeerd
Van je af of en naar de ander toe
In gesprek of dood gezwegen
Daarom hef het zwaard en doop het in honing
Opdat de pen nooit zal zwijgen


Een intens miezemuizen (Remco Campert) (23-01-2017)

Dat kan Remco helemaal niet. Rem en co. Gejat van Annie. Intens miezemuizen. Iets dat Annie helemaal niet doet en kan. Hoewel? Als we haar nader beschouwen dan zit er toch echt wel een miezemuisje in Annie. Navraag bij Jip en Janneke bevestigt mijn bevinding. Waarheidsgetrouw want ik heb het uit JJ's mondjes. Getoetst door kritische pers en na grondig onderzoek weten de naasten van Annie me te vertellen dat Annie weldegelijk miezemuiste. En ja, ook dat Remco het heeft overgenomen. Tijdens een onderling thee- en wijnkransje, tijdens een kerstperiode ergens in de twintigste eeuw hebben Annie en Remco gezamenlijk hun onvrede geuit en verwoordde lieve Annie dit in miezemuizen. Sterker nog. Ze vond dat Remco bij uitstek miezemuiste. Dat heeft Remco goed in zijn oren geknoopt en uitgevent. Nee, niet uitgekereld en uitgemand en ook niet uitgecowboyd. Zo'n held is het niet. Althans in de ogen van good old Annie. In pamfletten, gedichten, wartaal en stoute berichten ontkomt Remco niet aan het erfgoed van Annie. Man wat kan die vent miezemuizen. Intens.


Wereldzeeën (25-01-2017)

Ik tel ze niet meer. Het zijn er veel te veel en er komen steeds meer bij. Daar kan ik niets mee. En het geldt niet alleen voor wereldzeeën. Asteroïden tel ik ook niet meer en muggen. Maar ophouden met ziften kan ik niet. Het liefst doe ik dat met liften. In New York bijvoorbeeld of Seoel. Het moeten wel wereldsteden zijn. Seoel wint. New York blijft sinds kort achter. Sinds 20 januari om precies te zijn. Waarom 20 januari? Inauguratie van heer Trump, als opperopperopperopperopperopperbestuurder van samengebalde staten. En daarmee liftboy bij uitstek. Geen zifter maar lifter. Nee, tiller. Optiller. Van liften. Sinds hij de nieuwe liftboy is van de samengebalde staten, niet te verwarren met baltische, ik weet het, het klinkt als baltsen, maar dat bedoel ik niet, loopt het spaak met de productie van liften in New York en eigenlijk in alle steden en dorpen, mochten die laatste al liften hebben, van de samengebalde staten. En de eerlijkheid gebied te zeggen ook ik bal mijn ballen samen, ze zijn in alle staten. De wereld op zijn kop.

Ik tel dus meer liften in Seoel dan in New York, sinds 20 januari. Aan wereldzeeën hoef ik voorlopig niet te beginnen. Dat wordt namelijk geen optelsom maar aftreksom. Trump, het nieuwe opperhoofd van de samengebalde staten wil een beperking leggen op het aantal wereldzeeën. Het liefst wil hij er een groot hek omheen zetten maar dat wordt een beetje lastig. Daarom heeft hij besloten, heel discreet maar wel stiekem, buiten de pers en de media, enkele zeeën gelegen grenzend en nabij de samengebalde staten samen te voegen. In zijn ogen verminderd het zijn span of control. En ja, onder ons gezegd, dat reageert, pardon, regeert makkelijker. Zie het twitteraccount van heer Potus Trump. Inclusief moeilijke en lange wereldzeenamen heeft hij twaalf berichten aan alle samenvoegingen gewijd of geweid? Toe maar. Niemand die de samengebalde staten nog zomaar binnenvaart. BPT is watching you!


Een gehaktmolen (27-01-2017)

De roze balletjes vliegen door de lucht. De gehaktmolen doet erg zijn best. Zijn wieken zwieren met groot gebaar door de lucht. De balletjes voelen nat en papperig. De consistentie is niet van hoge kwaliteit. Zou er wel een goede mix gemaakt zijn? Mijn gedachten vlieden weg. Naar een crimi. Midnight Sun. Weer een Zweeds kunstwerkje.

Meer specifiek denk ik aan de openingsscène. Zelden zoiets gezien. Een man ligt vastgebonden op één van de wieken van een helicopter, met ijzeren kettingen. Heel langzaam beginnen de wieken te draaien. Steeds sneller en sneller. De camera zoemt in en je hoort de man ijzig schreeuwen. Het komt keihard bij me binnen en dringt door tot op het bot. Met afgrijzen kijk ik wat er gebeurt. De centrifugale kracht wordt zo hoog dat het hoofd van de romp schiet. Keihard. Gruwelijk.

Terug bij de slappe gehaktballetjes die uit de lucht vallen. Ik spreek de gehaktmolenaar er even op aan. Dit kan niet. Hier lusten de honden geen brood van. Laat staan ik. De molenaar belooft beterschap en de mix aan te passen. Volgende week ben ik weer van de partij. Ben benieuwd of de ballen dan wat beter smaken. Niet naar soep.


Kip klaarmaken (29-01-2017)

Mijn broer kan nog geen ei bakken. Heeft ie nooit geleerd. Maar wat valt er aan te leren? Pan op het vuur, boter erin (met olie zullen we nog maar even wachten), even wachten tot de boter heet is, eitje erin, al dan niet met dooier heel, maar daar letten we even niet op, even geduld (zou daar de crux zitten?), met een spatel even lospulken, of de pan tijdens het gehele proces op en neer wiebelen, oeps twee keuzes, dat is er wellicht een teveel (zou daar de crux zitten?) en klaar is Kees, mijn broer dus. Niet dat ie Kees heet, maar dat terzijde. Wat kan daar nu mis mee gaan? Of is het eerder te wijten aan een motivatieprobleem? Niet te motiveren voor het bakken van een ei. Of is het halsstarrig weigeren zich te wijden of verdiepen aan en in de keuken? Geen bekend terrein voor mijn broer. En ik dan? Waag ik me er wel aan? Ja hoor. Geleerd bij de scouting. Maar wacht eens even, daar zat mijn broer toch ook bij? Heeft ie dan nooit en altijd en ...? Ja vast. Kan haast niet anders.

Kip klaarmaken dat is veel moeilijker. Daar waagt mijn broer zich helemaal niet aan. Ik wel. Piece of cake. Gewoon het kippetje lokken, vangen, plukken en dan klaarmaken. Wat is daar nu zo moeilijk aan? Het zijn maar vier acties, waarvan, en dat moet gezegd, de laatste actie wel de meeste finesse eist. Je moet het kippetje goed aanpakken en uitpakken. Alle veren af laten leggen. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je moeite voor doen. En alweer geduld betrachten. Ik zet toch op het laatste in hoor. Geduld is een schone zaak. Maar te lang klooien en wachten bij het plukken is natuurlijk ook niet goed. Daar worden kippetjes heel wrevelig van. Ongedurig. En ja, dan vraag je je af, terecht, wie is er hier nu ongeduldig? Het kippetje of jij? Ik laat er vervolgens mijn snaartheorie op los. Kwestie van de gevoelige snaar raken. Succes altijd verzekerd. Tot grot hemelen breng ik mijn kippetjes met mijn snaartheorie. Die praktiseer ik uiteraard zonder het zeggen. Bewijs moet altijd eerst geleverd. Dat vraagt de wetenschap van het kippetjes plukken. En ervaring. Dat helpt ook. Dus niet alleen denken maar ook doen. En tijdens het doen, niet meer denken. Ingewikkeld allemaal en toch heel eenvoudig. Kan dat? Ja, dat kan. Gewoon doen. Kippen klaarmaken is en geeft een eitje.


Dorp aan zee (31-01-2017)

Barend van Dorp, geen bekende Nederlander, woont aan zee. Vlakbij Katwijk aan Zee, bij de zee. Vroeger een klein dorp, nu een toeristische attractie. Katwijk bedoel ik dan, niet Barend. Toeristisch omdat er veel toeristen passeren. Passeren? Ja, passeren, ze blijven er niet. Wie wil er nu in Katwijk aan Zee verblijven? Hooguit wat hondenliefhebbers die hun Keesje uitlaten. De katten zijn immers al eeuwenlang geweken uit Katwijk. Het is dan ook zeer gekend bij hondenliefhebbers. Ongestoord je Kees uitlaten, waar kan dat nog in Nederland?

Helaas is de kustlijn van Katwijk aan Zee niet erg lang. Je passeert het in een mum van tijd. Erg jammer voor de bewoners. Een goudmijn zou het kunnen zijn. Net als Bloemendaal of Zandvoort. Beide ook gelegen aan Zee. Maar deze dorpen hebben de allure van een stad. Katwijk aan Zee daarentegen is blijven hangen in het stenen tijdperk. Kijk maar eens naar de zeedijk. Een en al steen. Geen sprietje gras te bekennen. Met blote voeten over stenen lopen is niet fijn. Zeker niet in de zomer. En iedereen weet, in de zomer moet je binnenlopen. Als toeristische attractie. Maar dan moet je de klanten wel binnenhouden.

Dat brengt me terug bij Barend van Dorp. Geen bekende Nederlander. Maar wat niet is kan nog komen, nietwaar? Hij heeft het plan opgevat om een Bed and Breakfast te beginnen, in Katwijk aan Zee, midden op het strand, maar buiten de marges van gevaar. Een B&B op hoge poten. En ja, honden mogen blijven slapen. Dat heeft Barend meteen opgenomen in zijn ondernemingsplan. Een dankbare doelgroep om mee te beginnen. De bank ging meteen akkoord. Zeker toen de bank de ontbijtplannen zag. Gebakken mosselen. Wat een idee! Gebakken eitjes doen ze aan de overkant, met worstjes. Maar aan gene zijde worden vroeg in de ochtend mosselen geserveerd. Met de dooier heel uiteraard. Een superplan. De naam van Barends B&B vindt de bank ook geweldig. Dorp aan Zee. Prachtig. Een B&B midden op het strand op hoge poten in het mooiste dorp aan zee. Katwijk aan Zee. Niet voor de poes.

25-10-2016

Het zakhorloge - 5

Snel maakten Gnomon en Piet zich uit de voeten, into the great wild open. Althans zo voelde het voor Piet. Hij had sowieso al lang niet meer gereisd. Het leek wel of ie in een groot schilderij van Salvador Dali rond banjerde. Alleen de grote olifanten ontbraken nog. Schichtig keek ie om zich heen, hij hoorde vreemde geluiden. Maar Gnomon leek ze niet te horen, die stuiterde als een maffe sprinkhaan over het gloeiend hete zand. De zon leek hen haast op te vreten. Totdat P.S. plots Piet een halt toe riep en maande te gaan liggen, plat op de buik.

‘De Pipipaarden komen eraan, we hebben de toorn gewekt van Grillo, hij heeft ons al gespot, sodeju!’

Met zijn neus in het zand probeerde Piet vanuit zijn ooghoeken een glimp op te vangen van wat er in de lucht gebeurde. Het regende ineens zwart gestippelde witte paarden. Ze vielen hinnikend uit de lucht en denderden vlak naast hen neer. Dat had Piet dus gehoord. Gehinnik.  Wat waren het er veel. De enige gespikkelde paarden die Piet kende, waren die van Sinterklaas, Langkous en Winnetou. Maar deze paarden hadden vleugels. Ze wapperden er vervaarlijk mee in de lucht.

‘Blijven liggen!’ Siste P.S. ‘Zolang we niet bewegen gebeurt er niets!’

Na pakweg twee minuten hield de paardenregen op. De hele woestijn lag vol bezaaid. Hoe moesten ze nu verder? Het ging lang niet meer zo vlotjes over al die paarden. En ze stonken verschrikkelijk. De meesten waren dood.

‘Typisch Grillo weer. Hij smijt altijd met paarden als ie boos is. Dat belooft wat als we zo direct aankomen bij Tempus. Kom op we hebben nog zo’n dertien uur.’

‘Dertien uur? Moeten we nog zolang door deze paardenwoestijn trekken? Het zal toch niet, dat trek ik niet hoor!’ Klaagde Piet.

‘Ja, klojo, dan had je maar van dat zakhorloge moeten afblijven, nu zitten we met de gebakken peren en voeten en straks ook nog eens met verrotte neusgaten!’

Gnomon en Piet konden niets anders doen dan verder trekken. Om beurten trokken en tilden ze elkaar over de paarden, want het werd steeds zwaarder. De geur werd steeds ondraaglijker. Niets ruikt er vreselijker dan dood paard. Gelukkig waren ze nu bijna aan het eind van de bui paarden, nog vijftien meter te gaan. Alleen, nu hadden ze plots een ander probleem. Het is niet waar.

‘Sodeju, weer zo’n klote actie van Grillo, hij wil ons coûte que coûte op de vertraging zetten, zo halen we Tempus nooit!’

Met beide voeten stampte P.S. pislink op het dorre zand. De belletjes aan zijn schoenen rinkelden furieus. De rook kwam uit zijn groene elvenoren. Zo ver de horizon reikte stonden grote stalen secondewijzers rechtop in het zand geprikt. Van diverse maten en soorten. Sommigen strak en anderen met barokke uitgewerkte punten. Franse, Zwitserse, Amerikaanse, oude, nieuwe, en ook een aantal die Piet niet kende. Elvenstokken noemde Gnomon ze. Wat moesten ze daar nu mee? Een onneembare vesting, zo leek het. Hoe nu verder te gaan? De tijd drong, er was haast geboden. De bewoners bij Tempus wachtten al veel te lang. Al 2824 dagen om precies te zijn.

Deel 5 van een vervolgverhaal / fantasy, geschreven door leden van schrijvers- en lezerswebsite ColumnX

Deel 1 door Lianne
Deel 2 door Arta
Deel 3 door NicoleS
Deel 4 door Esther Suzanna
Deel 5 door Mien
Deel 6 door Dees
Deel 7 door Lianne
Deel 8 door NicoleS
Deel 9 door Esther Suzanna
Deel 10 door Arta
Deel 11 door Mien
Deel 12 (slot) door Lianne

01-02-2011

Tulpenklok

Mijn klok met rode tulpen kijkt me uitnodigend aan. Hij weet dat ik hem regelmatig aanschouw. Geduldig lijkt hij argeloos en wat verveeld mijn tijd weg te tikken. Met elke tik brengt hij de lente dichterbij. Het is alsof de tulpenklok dat weet. Plagend, ingehouden en tergend langzaam loopt hij routineus zijn rondjes. Voldaan en zelfverzekerd. Met een big smile, zo lijkt het wel. Maar niets is minder waar.

Als ik mijn oor aandachtig te luister leg hoor ik de klok met regelmaat kleine zuchtjes slaken. Vooral als hij met zijn secondewijzer dicht in de buurt van de tweecijferige getallen komt. Heel vreemd wat er dan gebeurt. Zodra de secondewijzer de 9 passeert breekt hem het angstzweet uit. En vlak voor het getal 10 dan stokt de wijzer. Heel eventjes. Blokkeert als een geschrokken paard dat pal voor een moeilijke barrière staat.

Ik heb lang moeten nadenken waar deze merkwaardige blokkade vandaan komt. Totdat ik bij een klokkenmaker informeerde. Die wist mij te vertellen dat tulpenklokken speciale klokken zijn. Het zijn klokken met een ongeduldig karakter en zeer onzeker. Een fatale combinatie voor goede tijdwaarneming. Door hun onzekerheid en ongeduld hebben zij hun klokjestraining niet succesvol afgerond. Een klokdiploma hebben zij nooit verkregen.

Tot 10 tellen heeft iedere klok wel ooit geleerd. De tulpenklokken zijn nooit verder gekomen. De getallen 10, 11 en 12 zijn voor de tulpensecondewijzer daardoor vreemden en worden als zodanig niet herkent. Toch moet ook de tulpensecondewijzer eraan geloven. Voortgedreven door zijn mechaniek komt na het passeren van de 9 als vanzelf de 1 van 10 naderbij. Die 1 dat kan de wijzer nog bevatten. Hij denkt: “1, ik ga weer terug naar af.” Maar zodra de 0 van 10 aan hem verschijnt, raakt hij onmiddellijk het Noorden kwijt. Hij heeft geen keus, de klok tikt verder. Een nieuwe 1 doemt al snel weer op. Het is de eerste 1 van 11. Al gauw gevolgd door een tweede. De wijzer raakt zijn paadje kwijt.

Gauw schakelt hij over op de automatische piloot. Maar het lijkt wel of de duvel met hem speelt. Nog geen seconde later treft hem weer een 1. Dit keer is hij gauw gerustgesteld, want vrijwel onmiddellijk volgt een vertrouwde 2. De secondewijzer is weer even bij de les. Hij houdt de pas er stevig in. Totdat, ja verdorie, weer een 1 aan zijn horizon verschijnt. Dat is toch niet te volgen. In korte tijd krijgt hij maar liefst 5 enen voor zijn plaat. De logica lijkt ver te zoeken. Totdat … warempel … opnieuw een 2 verschijnt. Geduld behouden is een goede zaak. Nu naderen geheel staccato de 3, de 4, de 5, de 6, de 7, de 8 de 9. Ze naderen met krasse schreden. De tulpensecondewijzer gaat op herhaling. De lente komt steeds dichterbij.

Mien seconde wijzer

16-04-2003

Rookverhaal 11: 30 Dagen …

… is een maand. Een maand vakantie. Een maand ziek. Een maand salaris. Een maand in mei. Een maand in november. 12 in een dozijn. 12 in een jaar. Een maand op stage. Een maand in een projectgroep. Een maand in trainingskamp. Een maand voor de terugkomst. Een maand voor dominoday. Een maand voor kerstmis. Een maand voor nieuwjaar. Een maand voor het einde van de oorlog … of gewoon een maand gestopt met roken.

Tijd is zo betrekkelijk. Zeker als je het heel weinig hebt. Tijdloos leven is in de mode. Het betere Zwitserleven gevoel zullen we maar zeggen. Tijd maken of tijd doden, het ligt allemaal zo dicht bij elkaar. Goede tijden slechte tijden. Tijden veranderen. Ook Bob wordt grijs. Grijze luchten in november. Tijd heelt alle wonden.

Onze tijd is gekomen. De vierde dimensie is in aantocht. Reizen door de tijd. Het liefst met een tijdmachine. Vadertje tijd stelt zijn klok bij. Zand glijdt door de zandloper. De tijd schrijdt. Zomertijd na wintertijd. Openingstijd voor sluitingstijd. Tijd is geld. Wachttijd. Tijdgenoten. Tijdgeest. Jehovatijd. Einde tijd.

Rookmien

"Rookverhalen" een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken in de herfst van 2001. Oftewel verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht.

06-04-2003

Rookverhaal 09: Over afscheid en verwondering …

Ben ik blij dat ik niet de enige ben die afscheid neemt van iets. Is het in mijn geval slechts het afscheid van ongezonde gewoontes, de natuur heeft meer te verdragen. Miljoenen blaadjes vallen van de bomen. Het bladverlies moet toch aan het hart gaan van al die bomen. Juist in het jaargetijde dat bol staat van regen, wind en kou zal zo’n boompje toch zijn beschutting hard missen. Raar geregeld in die natuur. Ik zou zo’n boompje toch wel een winterkleed geven. Gelukkig verliezen wij geen bladeren, hooguit een beetje het gemoed. Bij de wisseling van de seizoenen hoort ook wisseling van stemming en wisseling van muziek. Herfstige klassiek bijvoorbeeld. Hoe lekker zou het nu niet zijn om bij mijn nieuwe aanwinsten een lekker sigaretje te roken. Lekker langzaam inhaleren op de pianoklanken van Satie. Of zwaar stomen op het Abschied … van Mahler.

Das Lied von der Erde. Als de natuur tot rust komt wordt mijn gemoed juist stemmig. Dat spoort de creativiteit dan weer aan. Net als stoppen met roken. Waarschijnlijk ontstaan er luchtgaten in de hersenen waarin het idee zich nestelt. Het idee krijgt lucht. Het is dan slechts een kwestie van vormgeven en uiten. In plaats van rook adem je creativiteit uit. Ook de verwondering krijgt weer een kans als het roken achterwege blijft. De waas die voor je ogen hangt verdwijnt als sneeuw voor de zon. Je ziet weer van alles, je ruikt weer van alles. Prikkeling van de zintuigen is een goede voedingsbodem voor verwondering. Stoppen met roken, wisseling der seizoenen … ach, … is alles niet een kwestie van tijd!

Rookmien

"Rookverhalen" een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken in de herfst van 2001. Oftewel verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht.