Posts tonen met het label sgerat oemniboes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sgerat oemniboes. Alle posts tonen

01-08-2016

Sgerat en inslag 3 (Boy Plukharos)

Relaxed zit Boy Plukharos achter zijn notenhouten bureau. Achterover geleund in een kalfslederen stoel met de benen nonchalant op zijn bureau. De gelakte krokodillenleren schoenen steken loodrecht naar het plafond omhoog. Af en toe lacht ie hardop. Zijn kamerheer schrikt er telkens een beetje van. Die snapt het echt niet. Eigenlijk zou Minister Plukharos beter zijn administratie moeten doen. Er ligt een grote stapel Burgerregistratieformulieren op het bureau. Klaar om nagekeken te worden.

Boy prefereert echter lezen uit het op zijn knieën opengeslagen stripboek: Klukkluk en Pipo de Clown, op jacht naar eeuwige roem. Het schijnt nogal een humorvolle strip te zijn. Als hij even niet leest zit hij op zijn mobiele telefoon. Twitter, Facebook, Het Riool en Onmiddellijk.nl. Plukharos is een allesvreter. De kamerheer ziet in zijn werkgever een soort Rupsje Nooitgenoeg, het hongerige rupsje uit een ander kinderboek.

Ook de televisie staat dag en nacht aan. Zonder onderbreking wordt het nieuws herhaald. Het lijkt wel een dwangneurose. De Donald Duck is een graag gelezen weekblad bij de baas. Voor de broodnodige ontspanning, zegt hij dan. De kamerheer moet er schamper om lachen. Want er wordt nauwelijks werk gedaan. Laatst had Plukharos een vriendinnetje. Met zijn oor aan de deur stond de kamerheer uren de wacht te houden. Is dat werken? Schandalig.

Na een nadrukkelijk ‘hummetje’ van de kamerheer trekt Boy met veel tegenzin het bovenste Burgerregistratieformulier naar zich toe.
‘Sgerat Omniboes’ staat bovenaan het formulier geschreven. Oemniboes, Oemniboes … Maar die naam kent Boy. Is dat niet … Verrek ja. De man van Granika. Dat lekkere ding dat hij vorige maand nog stevig onder handen had genomen. Het kwijl loopt Boy weer in de mond.

‘Beroep: Taxichauffeur’, leest Boy verder. ‘Aanvraag voor permanent verblijf.’ Heel even twijfelt Boy. Stapeltje links of stapeltje rechts? In of uit? Maar Boy kan niet kiezen en haalt een oude zilveren rijksdaalder uit de lade. Kop of munt? Kop voor Sgerat in. Munt voor Sgerat uit.

Oh nee, het kop en munt verhaal. Afkeurend kijkt de kamerheer toe hoe Plukharos de daalder hoog de lucht in werpt. Met een zachte plof landt hij op het harde tapijt. Reikhalzend staart de kamerheer naar de uitkomst. Hij kent de methodes van de baas wel.
Shit, kop! Haastig kijkt Boy van links naar rechts, dan draait hij de daalder stiekem naar munt. Dat is vals, meent de kamerheer en hij nadert de valsspeler met rappe schreden.

‘Dat u dit spelletje speelt is toch al dubieus, maar als u dan een uitslag heeft dient u die wel te accepteren. Draai hem om!’
Dreigend staart hij naar de doortrapte Boy. Die heeft geen keus en kleurt het vakje ‘In’ rood.
‘In de envelop!’ commandeert de kamerheer.
‘Oké, oké!’
Met een kwade blik trekt Boy het stripboek weer naar zich toe. Voor vandaag genoeg gedaan.

Zodra de kamerheer de ruimte verlaat trekt Boy vliegensvlug de envelop naar zich toe. Hij knipt vakkundig een klein vierkantje uit een A4 en plakt het zorgvuldig over het vakje ‘In’. Snel naar de kopieermachine. Nieuw rood kruisje in vakje ‘Uit’ en klaar is Kees … Boy. Geen kind die er naar kraait. Dat is wat Boy denkt.

Een maand later zit hij nietsvermoedend te lezen in een nieuw stripverhaal, als er plots drie keer hard op zijn deur wordt gebonkt. Vreemd.
Een verwilderd ogende man aan de deur. Maar wat wil hij in godsnaam. Gestotter en gestamel. Een zweterig uitziend figuur, gehuld in een ranzig shirt. Jakkes, daar moet Plukharos toch niets van hebben. De ogen draaien vreemd in de kassen.
‘Wat wenst u?’ buldert Boy.

Als hij naar de man kijkt moet hij zomaar denken aan zijn lievelingsstripfiguur Klukkluk. Zonder veer. Is hij malende? De artsen hadden hem voorzichtig meegedeeld dat de medicijnen tegen een droplul vreemde bijwerkingen zouden opleveren. Maar of hallucineren er één van is?
‘Ik heb geen tijd voor deze onzin. Jij idiote Klukkluk zonder veer!’
De man doet, uit zijn evenwicht gebracht, een pas naar voren en dan naar achteren. Hij trekt verbeten aan een rood touwtje, zonder resultaat. Is dit allemaal echt? Of is hij zijn verstand soms verloren?

Razendsnel schat Boy het vreemde gedrag van de man in. Bij twijfel altijd overbluffen.
‘Wat doet u nu? Eh… is dat een nepbom?’
Nu begint Boy toch heel even te twijfelen.
‘…Van meneer Rustigs toch zeker?’
Een enorme knal volgt. Confetti vliegt door de lucht. Heel even waant Boy zich dood. En nee, nee, … daar verschijnt ook nog Granika achter Sgerat. Het is niet waar?!

De kamerheer komt toegeschoten, overziet de situatie en begint keihard te lachen. Dat hij dit nog mag meemaken tijdens zijn meer dan vijftigjarige loopbaan. Granika begint ook te lachen. Het is best een komisch gezicht. Bullebak Plukharos met confetti in zijn dunne haar. En dan die blik van hem. Als blikken konden doden. Hij bibbert als een juffershondje, die stoere Boy. De kamerheer staat er schuddebuikend bij en neemt snel zijn mobiel ter hand. Deze situatie is te koddig om te laten lopen.

Hij drukt op camera en is nog net op tijd om de liefdesverklaring van Granika vast te leggen. Hij heeft nog een mannetje bij de pers die hier graag van op de hoogte gesteld wil worden. Genietend wrijft hij zich met zijn vrije hand over de maag. Dit wordt een groot schandaal! De ogen glimmen als die van een kwaadaardige kobold. Eindelijk vrij van die foute Boy Plukharos.
En terwijl Boy zichzelf schaapachtig lachend feliciteert met het overleven van een nep-aanslag, worden de kranten van de volgende dag al gedrukt.
De rijksdaalder is eindelijk op munt gevallen bij de juiste persoon.

Co-thriller geschreven door NicoleS en Mien

Zie ook:
Sgerat en inslag 1 (Het verhaal van Sgerat)
Sgerat en inslag 2 (Granika) (Het verhaal van Granika)

27-07-2016

Sgerat en inslag 2 (Granika)

Gestommel in de badkamer. Al tijden vertoeft hij er. De deur is op slot. Het voelt alsof er uren voorbij zijn gegleden. Een tijdje geleden kreeg ze argwaan. Ze bemerkte de zenuwachtige bewegingen en zijn ontwijkende blik. Haar bezorgde vragen beantwoordde hij niet. Maar er was iets aan de hand. Ze voelde het gewoon. Haar man had haar altijd onderschat. Zij was volgens hem een domme vrouw, geen tegenstander om rekening mee te houden. Uitgehuwelijkt op haar vijftiende. Vader had haar beloofd aan de zoon van zijn oudoom. Daar werd een oude schuld mee vereffend. Een lening voor de aanschaf van jonge olijfbomen. Wat was een dochter anders waard? Zo had zij toch haar nut. Protesteren tegen het lot was zinloos. Dus huwde ze haar veel oudere neef. Hij hoopte op een zoon. Maar hun huwelijk bleef kinderloos. Kwam het door haar incompetentie, zoals hij telkens beweerde, of was hun verwantschap hier debet aan?

‘Sgerat, wat ben je allemaal aan het doen? Schiet eens op, ik moet zo dadelijk naar de kapper!’

Geen reactie. Granika legt haar oor tegen de badkamerdeur en hoort een vreemd geluid. Alsof Sgerat een grote harde scheet laat, maar dat is het niet. Zoiets zou haar brave gast nooit doen. Zelfs niet op de badkamer. Ze luistert nog eens goed. Het klinkt alsof er iets scheurt nu. Tape. Ja, het scheuren van tape. Hij heeft toch geen ongeluk gehad? Is ie nu in zijn eentje zich aan het verbinden? Hij is ook zo onhandig in die dingen. Een echt mamma’s kindje. Wat huilde hij bij het afscheid van thuis. Ze heugt het zich als de dag van gisteren. Een bizar huwelijk was het. Was? Is!

‘Sgerat, heb je hulp nodig?’

Zwijgen. Geen antwoord. Schijnbaar hoort hij haar niet eens. Waar is hij mee bezig! Gemompel. Over blauwe en rode touwtjes. Van de … BOM?! Granika draaft van links naar rechts over de overloop, als een kip met een zojuist afgehakte kop. Bij Allah! Hij doet het dus vandaag. Gaat ie die bom nu toch echt gebruiken? Bovenop al het andere dat hij al heeft uitgehaald? Zorgvuldig had hij de bom voor haar verstopt. Dat wist ze en ze had het zo gelaten. Ze durfde hem er niet op aan te spreken. Dit is haar straf. Zoals het in de Koran staat geschreven. Ze had niet naar bed moeten gaan met de buurman. Dat was natuurlijk het summum geweest. Maar ze was ook zo eenzaam al die tijd. Wat kan ze doen om haar idiote man te stoppen? Ze rent struikelend naar beneden. De reservesleutel ligt in het bakje onder de gootsteen. Snel, snel naar de achterbak!

Met een zucht laat Granika zich in de Opel Kadett ploffen en gooit de achterklep dicht. Waar zal dit reisje nu weer naartoe gaan? De vorige keer zijn ze geëindigd in België, na een veel te lange rit. Totaal geobsedeerd door Dutroux wilde Sgerat per se de meisjes vinden. Uiteindelijk was hij verdwaald en eindigde de rit bij een friteskot. Maar nu is de zaak toch wel een stuk ernstiger. Zeker gezien de actualiteiten. Bommen en granaten aan de orde van de dag. Daar raakt Granika zelfs van in paniek. Ze begrijpt nu ook waarom er een handleiding bommologie tussen het studiemateriaal van Sgerat lag. Die behoorde echt niet tot de cursus driebanden die hij onlangs was gaan volgen. Een mamma’s kind dat bommen maakt, hoe is het mogelijk? Het portier slaat open en onder veel gemompel start Sgerat de auto. Granika zet zich schrap. Dit kan wel eventjes gaan duren. Ze troost zich bij de gedachte dat ze de bomgordel van Sgerat op tijd heeft ontdekt … en gemanipuleerd. Voor de zekerheid. You never know.

De wildemansrit begint. Het is benauwd in de kofferbak. Wanneer de Opel plots een bocht omvliegt valt er iets zwaars. Er sijpelt een dikke vloeistof langs haar benen, en ze voelt hoe haar gewaad langzaam aan haar huid vastkleeft. Ongelooflijk. Is deze Sgerat dezelfde persoon als de man die tijdens een bezoek aan haar schoonmoeder om tieties vroeg? Waarop ma haar volle borsten ontblootte om zoonlief het zich goed te laten smaken? Ze hoort Sgerat mompelen over zijn geliefde Opel. Die rot Opel. Dan staan ze stil. Het portier slaat dicht, ze wacht even en bevrijdt zich uit haar benarde positie. De schade aan haar gewaad is niet gering. Een fles olijfolie is gevallen en leeggelopen. Vol haat neemt ze een kleine dolk uit haar zak, die ze er bewaart voor noodgevallen, en steekt alle vier banden van de Opel lek. Goed, dat lucht op. Waar is haar vent nu naartoe?

Ze zijn in Den Haag, dat is duidelijk. Regeringsgebouwen? Ministerie van Burgerregistratie? Het is niet waar? Haar Sgerat gaat achter Boy aan. Boy Plukharos. Daar heeft ie nog een appeltje mee te schillen. Een appeltje? Een complete fruitschaal. Door Boy staat Sgerat onterecht geregistreerd als ‘boventallahig’. Ze had nog zo tegen Sgerat gezegd, ga toch eerst eens goed Nederlands leren. Plukharos heeft niets met Allah. Je hebt hem verkeerd verstaan, echt. Maar Sgerat had tegen haar gezegd dat hij niets aan zijn oren mankeert. Wie aan Allah komt, komt aan hem. Wraak had hij gezworen.
Buiten adem komt Granika aan bij het Ministerie. Als de retescheet rent Granika naar de eerste etage. Ze kennen haar, want ze mag zo doorrennen. Bezorgd staart de juffrouw aan de ontvangstreceptie haar nog na. Als ze maar niet uitglijdt? Haar blauwe bloemetjesjurk laat een vet spoor van olijfolie na op de gladde regeringsvloer.

Oh help, Boy. Glibberend bestormt ze de trappen op weg naar zijn werkkamer. Het is een ramp. Ongewenste herinneringen vinden hun weg vanuit de krochten van haar geheugen. Beelden van Boy in Adamskostuum. Vrijend op de sofa onder het raam met uitzicht op het Torentje van Premier Grutten. Boy die liefkozend haar lichaam bespeelt, zoals een virtuoos pianist zijn piano zou bespelen. Niets mag hierover naar buiten komen. Niets. En toch … is Sgerat van haar schandelijke affaires op de hoogte?
En dan staat ze oog in oog met haar gewezen minnaar. De abortus had hij op een chique wijze voor haar geregeld. In een privé kliniek in Frankrijk. Weet Sgerat ervan af?

Perplex, sprakeloos en met grote ogen kijkt Boy Plukharos haar aan. Ze is te laat. De bom is reeds ontploft. De confetti dwarrelt nog wat in het rond en landt deels op hoofd en schouders van Boy en Sgerat. Best een komisch gezicht, ware het niet dat.

‘Granika, wat doe jij hier? Is dit een joke? Misselijkmakend, bah! Waarom, waarom? En wie is deze Klukkluk zonder veer, toch niet jouw man?’

Maar Granika heeft alleen maar oog voor Sgerat. Ze draait hem aan de schouders naar zich toe, kijkt hem aan en schrikt van de ijskoude, dodelijke vertwijfeling op zijn gezicht. Zo heeft ze hem nog nooit gezien.

‘Sgerat, mijn lieve schat, ik … ik … ik … kan het uitleggen. Ik moest … ik kon … ik wist … ik heb de spijkers vervangen door confetti … want … want … want … ik kon het niet toestaan. Nee, nee, nee … niet mijn lieve Boy … nee, nee, nee … ik weet dat je hem haat, … maar … maar … maar … ik hou van hem … nog steeds …!’

Co-thriller geschreven door NicoleS en Mien

Zie ook:
Sgerat en inslag 1 (Het verhaal van Sgerat)
Sgerat en inslag 3 (Boy Plukharos) (Het verhaal van Boy Plukharos)

23-07-2016

Sgerat en inslag 1

Nog één keer bekijkt Sgerat Oemniboes zich in de spiegel. Het is nu of nooit. Hij wil koste wat kost goed voor de dag komen. Zijn rode haren heeft hij strak naar achteren gekamd en vastgezet met een ijzeren klem. Gisteren geverfd. Stel dat er toch wat blond tevoorschijn komt. Dat kan echt niet. Wat zal hij tegen zijn vrouw zeggen, nu het grote moment aanstonds is. Voor de zekerheid checkt Sgerat de zelfgemaakte bomgordel. Zit deze goed bevestigd? De ducttape kriebelt op het zwarte borstkroeshaar. Verrekte irritant. Maar hij mag er absoluut niet meer aankomen. No way. Granika wacht beneden op de gang. Wat moet ie nu toch zeggen?

Die vrouw is hemeltergend nieuwsgierig. Ze heeft een echte speurneus. Het zweet breekt hem aan alle kanten uit. Zelfs uit gaten waar hij het bestaan niet van vermoedde gutst het zoute water. Ongeduldig maait hij met zijn klamme hand door het rommelige laatje van het nieuwe badkamermeubel. IKEA, zelf in elkaar gezet. Luid vloekend in alle talen die hij kende. De buren kwamen zelfs kijken of hij niets kwaadaardigs ten uitvoer bracht. Nou, hij zal ze een poepie laten ruiken. Hij, de grote Sgerat Oemniboes, zal op de voorpagina van elke krant verschijnen. In naam van de heilige Mohammed zal hij zich wreken. Zeventig maagden staan op hem te wachten. Ha, zijn zonnebril. Nu zal Granika, de alwetende, niet in zijn ogen kunnen kijken.

In gedachten loopt Sgerat het te volgen scenario van vandaag nog eens door. Auto parkeren, minimaal drie kilometer van locatie (hij is erg zuinig op zijn auto). Dan in stevig looptempo richting Ministerie van Burgerregistratie. Geschatte looptijd vijfenveertig minuten. Zorgen dat de plastic ID-kaart aan zijn broek bevestigd is. De pasfoto op zijn ID, gisteren gemaakt na het verven van zijn haar, is goed gelukt. De nep-ID is niet van echt te onderscheiden. Trektouwtjes checken, van ID en bomgordel. Blauw is ID. Rood is bomgordel. Niet vergeten. Naar de eerste etage lopen, kamer E 543. Checken of minister Boy Plukharos aanwezig is. Zo ja, binnenlopen. Zo nee, weglopen. Moet lukken. Met een gerust hart loopt Sgerat de trap af naar Granika, hij weet nu ook wat te zeggen en haalt zijn creditcard tevoorschijn.

Met geld is elke vrouw te paaien. En Granika wordt kort gehouden. Nou ja, kort gehouden, hij moet er eerlijkheidshalve wel bij vermelden dat er domweg nooit geld is om uit te geven. Van zijn baantje als taxichauffeur wordt niemand rijk. Hij hoorde de blanken wel praten op zijn achterbank, terwijl zij dachten dat hij te dom was om Nederlands te leren. Ze verhaalden over achterlijke moslims en hun cultuur. En dat hij daar één van was. Ze zouden hun stem gaan uitbrengen op die ongelovige Plukharos. Hij gaat ze zometeen een lesje leren. Allemaal. Genietend van het vooruitzicht opent hij de kamerdeur. Hij schrikt zich rot. Want waar is Granika nu?

Ach, wat maakt het ook uit. Eigenlijk is het maar beter zo. Een eenzijdig afscheid valt hem sowieso moeilijk. Opgelucht stapt Sgerat in zijn oude Opel Kadett. Met een brok in de keel. Afscheid nemen van zijn ‘oldie’ gaat hem veel moeizamer af. Heel voorzichtig rijdt hij over de verkeersdrempels. Stel je eens voor, dat zijn gordel afgaat. Hij moet er niet aan denken. De auto voelt vreemd zwaar en af en toe meent Sgerat ook een zucht te horen. Ach, allemaal verbeelding. Niets aan het handje. Geen enkele afwijking brengt hem van zijn missie. Hij parkeert de auto en loopt richting Ministerie van Burgerregistratie. Zijn hartslag stijgt licht, maar het voelt goed.

De vrouw achter het loket kijkt hem argwanend aan. Zijn uiterlijk geeft alle reden om achterdocht te wekken. De rode haren met klem, met hier en daar een vleugje blond, de donkere bril, het vlassige zwarte snorretje. Zenuwachtig schuift Sgerat met zijn rechtervoet.
‘Ik zweer u, ik heb een afspraak met de heer Plukharos! Hier is de bevestiging.’
Zijn stem beeft licht terwijl hij een verfrommeld formulier op de doorschuifbalie deponeert. En dan opeens tikt iemand hem aan. Een korte felle slag op zijn linkerarm. Zijn hart staat bijna stil. De bom! Hij draait zich om.
‘Granika!!’
Zijn vrouw kijkt boos.
‘Waar ben jij in godsnaam mee bezig. Jij, superidioot!’

Kortsluiting in het hoofd. Rookpluimpjes uit de oren. Sgerat kan maar één ding doen. Waar is de trappenhal? Geen moment te verliezen. Eerste etage, Kamer E 543. Sgerat verzamelt alle moed en bonkt drie keer keihard op de deur. De deur bonkt terug, of is dat zijn hart? De deur gaat open. En daar staat Boy. Hij torent hoog boven Sgerat uit.
‘Hoe komt u hier en wat wenst u?’ buldert Boy.
‘Ik’, ik..’ Sgerat komt niet uit zijn woorden.
‘Ik, ik, ik.. ben van de vlugge, met de trap, en sta nu voor uw deur, want ik, ik, ik..!’
Hij durft Minister Boy niet aan te kijken. Deze plukt wat aan zijn haar en zegt denigrerend,
‘Hier heb ik geen tijd voor, verrekte Klukkluk en je hebt je veer vergeten.’
Nog voordat Boy de deur dicht kan smijten trekt Sgerat aan het rode touwtje en sluit zijn ogen.

En dan gebeurt er niks! Het zweet stroomt Sgerat inmiddels over het gezicht. Hij kan het niet geloven.
‘Wat doe je toch daar?’ vraagt Boy, met een scherpe blik gericht op het rode draadje. Maar dan verzacht zijn gezicht.
‘Wacht eens, stop. Dat daar is vast een nepbom hé, geef maar toe. Heeft minister Rustigs je ingehuurd? Neemt hij wraak omdat ik hem onlangs in de maling heb genomen? Haha. Kom maar hier, jij clown, met je maffe pipo-outfit!’
Clown. Dat doet de deur dicht. Er schiet een rode waas voor Sgerat’s ogen.
‘Niet doen!’ roept een overslaande vrouwenstem.
Maar Sgerat doet het wel. Hij trekt en trekt. Dan vliegt Granika maar mee de lucht in. Het zij zo. Inshallah. Dat is het laatste wat hij denkt. Dan ontploft eindelijk de bom.

Co-thriller geschreven door NicoleS en Mien

Zie ook:
Sgerat en inslag 2 (Granika) (Het verhaal van Granika)
Sgerat en inslag 3 (Boy Plukharos) (Het verhaal van Boy Plukharos)