Ondoorgrondelijk boort de boor op mijn stug gebit. Speeksel spat in mijn mond. Verbijten kan ik de boor niet. Ik zou niet eens durven. Stel dat ik in de handen bijt van mijn weldoener? Dan doe ik iets niet goed.
Ondoorgrondelijk de gedachten die ratelen in mijn hoofd. Welles vecht met nietes. En ze worden het zelden eens. Winnen doet er geen. Verliezen eveneens. Loslaten schreeuwt de een. Vasthouden roept de ander. Om gek van te worden.
Ondoorgrondelijk de blik die veegt. Ondoorgrondelijk de veger die blikt. Alles onder de mat. De stoelen en de banken. De tafels en de rekensommen. Ze zeggen niets. Geen moer en spijkers. Muren bouwen om zich heen. Woorden daden slaan op hol. Ondoorgrondelijk haast.
Posts tonen met het label muur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muur. Alle posts tonen
19-07-2020
17-06-2017
Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel
Laken en deken
Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg
Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou
Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in
Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk
Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon
Beladen ballades
De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.
Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.
Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.
Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.
Bellen blazen
Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.
Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.
Duinenrijen
Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.
Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.
Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.
Hamer en beitel
Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen
Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk
Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest
Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede
Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen
Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar
Mien
Helmond, 9 juni 2017
Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg
Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou
Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in
Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk
Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon
Beladen ballades
De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.
Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.
Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.
Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.
Bellen blazen
Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.
Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.
Duinenrijen
Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.
Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.
Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.
Hamer en beitel
Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen
Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk
Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest
Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede
Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen
Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar
Mien
Helmond, 9 juni 2017
09-06-2015
Stilleven (11): Eeuwigheid in positie
Ik knip het schilderij aan stukken. In heel veel vierkant. Zuinig ben ik op de randjes. Die wijzen mij de weg. Het mag niet kloppen en hussel alle stukken door elkaar. Het roze verdrijft het blauw. Zoals een dame haar koning. Schaakmat hollen paarden over de vloer. Dat mag niet. Ze moeten stilstaan. Schuin voor de overgang.
Oorlog op het bord. Stilte aan tafel. Stukken aan kop nemen nieuw positie in. Gulden sneden doorklieven het vlees en kerven de ziel. Modellen komen tot leven, staan op uit de verf, als aimabele amandelbloesem, ooit gezien onder een warme zon ergens in het zoete Zuiden.
Perfect perforeer ik kleine ronde gaatjes in alle hoeken van de puzzelstukjes. Uitzonderlijk is de lichtval die door de gaten schijnt. Op de grond schuif ik de stukken op zijn plaats. In een nieuwe orde. Het mag niet kloppen. Grillig zoeken de amandeltakken elkaar op. Kronkelend scheef, omringd door roze blauw en groen, in hele kleine beetjes bruin.
Het schilderij tovert zichzelf weer in elkaar. Ik hecht de stukken in de hoeken opnieuw aaneen. Met kleine witte toverkruisjes. Ingenieus plastic uit een nieuwe tijd. Vierkant is het midden, rechthoekig de totale vorm, glanzend de inhoud. De afbeelding vlak gestreken, schittert in valse schijn. De verf is helaas al jaren haar diepgang kwijt.
De bank wordt aan de kant geschoven. Onbetaalbaar is de lege muur. Hoeveel kunstjes kan zij nog verdragen? Het is niet het moment om vragen te stellen. Zwijgzaam hecht ik strippen op de muur, haaks geraamd. Kromme stukjes amandeltak lachen me vierkant vanaf de grond toe. Nooit, nooit zullen zij nog water proeven.
Ik vat het totaalplaatje van de grond. Het wiebelt en waggelt en wil niet plooien. Horizontaal spreid ik mijn armen en hang het kersverse amandelskelet in positie aan de muur. Het klopt. Alles valt samen en ineen. De muur, de bank, de vloer, het licht. In roze, blauw, groen en bruin. Voor de eeuwigheid? Voor de eeuwigheid.
Bron: Amandelbloesem (van Gogh featuring IXXI)
Oorlog op het bord. Stilte aan tafel. Stukken aan kop nemen nieuw positie in. Gulden sneden doorklieven het vlees en kerven de ziel. Modellen komen tot leven, staan op uit de verf, als aimabele amandelbloesem, ooit gezien onder een warme zon ergens in het zoete Zuiden.
Perfect perforeer ik kleine ronde gaatjes in alle hoeken van de puzzelstukjes. Uitzonderlijk is de lichtval die door de gaten schijnt. Op de grond schuif ik de stukken op zijn plaats. In een nieuwe orde. Het mag niet kloppen. Grillig zoeken de amandeltakken elkaar op. Kronkelend scheef, omringd door roze blauw en groen, in hele kleine beetjes bruin.
Het schilderij tovert zichzelf weer in elkaar. Ik hecht de stukken in de hoeken opnieuw aaneen. Met kleine witte toverkruisjes. Ingenieus plastic uit een nieuwe tijd. Vierkant is het midden, rechthoekig de totale vorm, glanzend de inhoud. De afbeelding vlak gestreken, schittert in valse schijn. De verf is helaas al jaren haar diepgang kwijt.
De bank wordt aan de kant geschoven. Onbetaalbaar is de lege muur. Hoeveel kunstjes kan zij nog verdragen? Het is niet het moment om vragen te stellen. Zwijgzaam hecht ik strippen op de muur, haaks geraamd. Kromme stukjes amandeltak lachen me vierkant vanaf de grond toe. Nooit, nooit zullen zij nog water proeven.
Ik vat het totaalplaatje van de grond. Het wiebelt en waggelt en wil niet plooien. Horizontaal spreid ik mijn armen en hang het kersverse amandelskelet in positie aan de muur. Het klopt. Alles valt samen en ineen. De muur, de bank, de vloer, het licht. In roze, blauw, groen en bruin. Voor de eeuwigheid? Voor de eeuwigheid.
Bron: Amandelbloesem (van Gogh featuring IXXI)
09-07-2009
Muur der communicatie
Communicatie is een toverwoord en schept verwachting. Goede communicatie dient als informatie-elixer, gebracht in heldere taal, just in time, just in place en op waarde geschat. Het geeft voeding, waardering en erkenning. Duidelijke communicatie is een kostbaar goed. Zowel voor zender als ontvanger.
De Grieken wisten de waarde van communicatie goed in te schatten. Zowel in het dagelijkse leven als in de politieke arena werd volop gecommuniceerd en geredetwist. Sterke redevoeringen met onheuse informatie werden soms verheven boven de waarheid. In helder taalgebruik won het woord van de rede.
In het huidige informatietijdperk lijkt het taalgebruik vaak wollig en in mysteriën gehuld. We mailen, hyven en twitteren ons suf. Agenda’s, werkbeschrijvingen, notulen, actielijstjes, alles wordt gecommuniceerd. Door hoofd en handen pulseert een onaflatende stroom aan informatie, totdat hij explodeert aan het einde van de pijp. Server out of use en daarmee tevens de receiver.
Slechte communicatie openbaart zich in een muur van communicatie.
Want wat gezegd wordt, is dat ook gehoord?
Wat gehoord wordt, is dat ook begrepen?
Wat begrepen wordt, is dat ook begrepen als bedoeld?
Wat bedoeld wordt, is dat ook akkoord bevonden?
Wat akkoord bevonden is, wordt dat ook gedaan?
Wat gedaan wordt, blijft men dat ook doen?
Het klinkt misschien Chinees, maar muren zijn er om te doorbreken. Confucius beriep zich op ‘horen, zien en zwijgen’. De kop in het zand steken lost alleen niets op. Ook wat onwelvoeglijk is moet gehoord, gezien en verteld worden. Gelukkig bedienen spreek- en lichaamstaal zich van nuancering. Echter soms verhult nuance de miscommunicatie. Een klein verschil in het gebruik van, ik noem maar iets, her- of re- in organisatie kan grote gevolgen hebben.
Communicatie bestaat in vele vormen. Het lopende vuur is de oudste vorm en van alle tijden. Loop voor de aardigheid eens bij elkaar binnen. In het ontmoeten gaat een wereld aan informatie open en wat zo leuk is, u communiceert. U krijgt er veel voor terug. Zowel als zender als ontvanger.
Mien bouwt muren
Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten
De Grieken wisten de waarde van communicatie goed in te schatten. Zowel in het dagelijkse leven als in de politieke arena werd volop gecommuniceerd en geredetwist. Sterke redevoeringen met onheuse informatie werden soms verheven boven de waarheid. In helder taalgebruik won het woord van de rede.
In het huidige informatietijdperk lijkt het taalgebruik vaak wollig en in mysteriën gehuld. We mailen, hyven en twitteren ons suf. Agenda’s, werkbeschrijvingen, notulen, actielijstjes, alles wordt gecommuniceerd. Door hoofd en handen pulseert een onaflatende stroom aan informatie, totdat hij explodeert aan het einde van de pijp. Server out of use en daarmee tevens de receiver.
Slechte communicatie openbaart zich in een muur van communicatie.
Want wat gezegd wordt, is dat ook gehoord?
Wat gehoord wordt, is dat ook begrepen?
Wat begrepen wordt, is dat ook begrepen als bedoeld?
Wat bedoeld wordt, is dat ook akkoord bevonden?
Wat akkoord bevonden is, wordt dat ook gedaan?
Wat gedaan wordt, blijft men dat ook doen?
Het klinkt misschien Chinees, maar muren zijn er om te doorbreken. Confucius beriep zich op ‘horen, zien en zwijgen’. De kop in het zand steken lost alleen niets op. Ook wat onwelvoeglijk is moet gehoord, gezien en verteld worden. Gelukkig bedienen spreek- en lichaamstaal zich van nuancering. Echter soms verhult nuance de miscommunicatie. Een klein verschil in het gebruik van, ik noem maar iets, her- of re- in organisatie kan grote gevolgen hebben.
Communicatie bestaat in vele vormen. Het lopende vuur is de oudste vorm en van alle tijden. Loop voor de aardigheid eens bij elkaar binnen. In het ontmoeten gaat een wereld aan informatie open en wat zo leuk is, u communiceert. U krijgt er veel voor terug. Zowel als zender als ontvanger.
Mien bouwt muren
Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten
Abonneren op:
Posts (Atom)