Posts tonen met het label hella kuipers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hella kuipers. Alle posts tonen

17-06-2017

Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel

Laken en deken

Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg

Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou

Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in

Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk

Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon


Beladen ballades

De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.

Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.

Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.

Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.


Bellen blazen

Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.

Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.


Duinenrijen

Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.

Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.

Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.


Hamer en beitel

Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen

Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk

Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest

Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede

Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen

Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar


Mien

Helmond, 9 juni 2017

29-02-2016

Columns van Harrie (Februari 2016)


Eerste gebruik / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 19-02-2016

Voor u op de stoel ligt een wit pak. Trek dit aan. Zorg dat de rits goed dicht zit.
Trek ook de bijgevoegde handschoenen en schoenen aan. Zeker als het uw eerste keer is. Vervolgens de helm en de bijbehorende hoofdtelefoon.
Doe de deur open en stap naar binnen. Zorg ervoor dat u altijd rechtop blijft staan. De schoenen zullen u daarbij helpen. Ze zijn verzwaard met lood.
Bekijk rustig de ruimte waarin u zich nu bevindt. Draai voorzichtig naar links totdat u weer in dezelfde stand staat. De basisstand. De ruimte is klein maar went snel.
Aan de wand achter u, in basisstand, heeft u een soort van zwemhaak gezien. Klem deze om u heen door de flexibele arm onder uw linkeroksel door te halen en de haak om u borst te slaan. De zwemhaak is noodzakelijk om u rechtop te laten staan tijdens de vlucht. Klik nu op de groene knop op het bedieningspaneel voor u. De zwemhaak is daarmee op slot gezet. De knop kleurt rood als het goed is. U bent verzegeld.
De bediening is vrij eenvoudig. U ziet een stok. Dit is de USB. Universele Sleutel Besturing. Naar voren duwen: u gaat omhoog. Naar achteren duwen: u gaat omlaag. Naar links duwen: u gaat naar links. Naar rechts duwen: u gaat naar rechts. Let op: Maak geen roerende bewegingen. Dan wordt u misselijk.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Bouw je eigen TARDIS / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 16-02-2016

Belangrijk! Bevestig dit artikel met het meegeleverde ruimteanker in de ruimte. Verschillende ruimtes vereisen verschillende soorten bevestigingsbeslag. Gebruik bevestigingsbeslag dat geschikt is voor de ruimte waarin je je bevindt (niet inbegrepen). Weet je niet precies welke soort schroeven / beslag je moet gebruiken, neem contact op met de vakhandel. Bekijk goed de meegeleverde gebruiksaanwijzingen. Lees ook de onderstaande toelichting bij de plaatjes. Het is een leeswijzer bij de meegeleverde doewijzer. Wel zo handig!

Houd de doewijzer bij de hand en begin bij pagina een.

1) Benaming instrumentarium:
Kruiskopschroevendraaier, schroevendraaier, waterpas, hamer, centimeter, lijmklem, boormachine.

2) Dit artikel nooit alleen in elkaar zetten. Nodig iemand uit die niet chagrijnig is. Nodig een schrijver uit met een grote glimlach op zijn gezicht.

3) Wordt niet chagrijnig als er ergens een hoekje vanaf is. Leg een Perzisch tapijtje op de vloer. Dan voorkom je breuken.

4) Snap je niet hoe de hamer werkt? Bel dan even naar het ruimtemagazijn. Ja, je ziet het goed. Met een telefoon aan een draad.

5) Benaming bevestigingsmaterialen (de aantallen staan erbij vermeld):
Moer, bout, klem, pin, dop, hoek, plug. Noteer de nummers van ontbrekende materialen en bel dan naar het ruimtemagazijn.

Let op! De volgende handelingen met twee personen uitvoeren. Glimlachend.

6) Leg deur een op de grond en bevestig de getoonde materialen.

7) Leg deur twee op de grond en bevestig de getoonde materialen.

8) Leg zijkant een op de grond en bevestig de getoonde materialen.

9) Leg zijkant twee op de grond en bevestig de getoonde materialen.

10) Leg de achterkant op de grond en bevestig de getoonde materialen.

11) Leg de vloerplaat op de grond en bevestig de getoonde materialen.

12) Leg de plafondplaat op de grond en bevestig de getoonde materialen.

13) Verbind 6) en 7) met 8) en 9) met behulp van de getoonde materialen.

14) Verbind 10) met het resultaat van 13). Leg eerst 10) op de grond met de juiste kant boven.

15) Verbind 11) en 12) met het resultaat van 14). Eerst 11) dan 12).

16) Til de TARDIS voorzichtig rechtop.

17) Ga nu verder met het interieur. Zie Gebruiksaanwijzing 2. Het interieur

Succes!

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Gesloten venster (2) / Verkeer / 06-02-2016

Het lukt me niet goed om voor de tweede keer uit het gesloten venster te geraken. Ik weet eigenlijk ook niet precies hoe ik er weer in terecht ben gekomen. Na het stampen op het blauwe bordje ‘Inzenden voor beoordeling’ ben ik de kluts kwijtgeraakt. Kwam in een vreemde ruimte met beeldschermen met daarop vermeld het woord ‘Moderator’ en een stem die om mijn ID vroeg. Ik zou zogenaamd geen titel en categorie ingevoerd hebben, daar waar woorden mijn voeten overspoelden. Nog voor ik er erg in had, werd ik weer teruggeworpen in het gesloten venster waar ik kortgeleden vandaan kwam. Had ik nu mijn TARDIS binnen bereik gehad dan had ik dit probleem eenvoudig kunnen oplossen. Maar helaas. Die was in geen wegen of velden te bekennen. Het enige wat rest is een nieuwe verkenning van de ruimte. Gesloten venster deel twee.

Ik zak onderaan het venster door mijn knieën. Er plakt een lichtblauw vlak aan vast. Dat had ik de vorige keer nog niet gezien. Het lijkt wel een bewegingsmelder. Het registreert voortdurend woorden. Aantal woorden: 178. Terwijl ik de woorden nu ook boven mij in een moordend tempo op mij af zie komen loopt de aantalwoordenteller gestaag op. Ik voel zelfs zinnen drukken. Heel langzaam lijken ze mij op te sluiten, de woorden in zinnen, als muntjes in een gokkast op de kermis, voortgeduwd door een klein bulldozertje. Ik kan de druk niet aan en wordt nu door het woord ‘door’ langzaam richting putje geduwd. Ik probeer me nog vast te houden aan de rand van het venster maar tevergeefs. ‘Door’ drukt door en ik val naar beneden en kom terecht in een plat langgerekt wit venster.

Helemaal links zie ik ‘Slug’ geschreven staan. Zou ik dat kunnen doen? Ik zou niet durven. Wat betekent het überhaupt? Helemaal rechts staat een klein minipijltje met de punt omhoog gericht. Moet ik daar misschien naartoe? Waar hangt die verdomde TARDIS nu toch uit. Als je hem nodig hebt is ie er niet. Ik zie dat onder het woord ‘Slug’ een klein vierkantje geopend is. Boven mij, onder het gesloten venster is de bulldozer verdwenen. Het aantal woorden staat op 359 en er schijnt ook een concept opgeslagen te zijn. Een concept? Ik moet er niet aan denken. Ik wil geen concept, ik wens een oplossing. Die ligt vooralsnog opgeslagen in de ‘enter’ knop. Deze schept ruimte in de tekst. Vijf witregels gun ik me nog voor de oplossing. De return of the TARDIS. Gelukkig weet ik dat de TARDIS ook op zoek is. Dat kan niet anders. Naar mij. Zonder mij is ie stuur- en nutteloos. En zoals in de meeste goede verhalen en films komt ie altijd pas op het einde. De oplossing. Ik zet er een klassiek muziekje onder, niet te licht en niet te zwaar. Iets in de trant van ta, ta, ta, taaaa. Ken uw klassiekers. Daar komt ie al aangevlogen. Waar was je nou? Wegwezen hier, ik heb het alweer gezien. De achterkant van een verhaal hoef ik voorlopig niet meer te zien. Laat staan zijn ontstaansgeschiedenis. Laat het een wijze les zijn. Voor man en machine. Hoedt u voor gesloten vensters. Ze slurpen alles op!

Terwijl we samen wegvliegen fluistert de TARDIS mij nog even droog de betekenis van ‘Slug’ in. “Een slug in WordPress is een onderdeel van een URL dat meestal het artikel beschrijft. De slug is het gedeelte dat na de domeinnaam komt in de URL.” Met waterige oortjes neem ik het bericht voor lief. “In de slug komen alleen kleine letters; spaties worden vervangen voor een koppelstreepje; speciale karakters worden niet in de slug verwerkt.” Het komt niet meer binnen. Ik ken het woord ‘slug’ alleen maar als een natuurkundige eenheid, een Angelsaksische eenheid voor massa, tevens eenheidssymbool. Doe mij maar een slug thee. De TARDIS blijft volhouden. “Een ‘slug’ kan ook verwijzen naar een ballistisch projectiel of een Amerikaanse rapper, een fictief personage uit Marvel Comics of een lied van de Passengers.” Zo is het genoeg. Ik zet explicatiemodus van mijn TARDIS uit. De muziek gaat aan. Eno met U2.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

12-02-2016

Dure karbonade

Ik kreeg een klein boekje in handen gedrukt met veel plaatjes. Geen letter tekst. En toch, nog nooit was taal zo duidelijk. Met een brede glimlach keek de vrouw mij aan en tikte op de eerste afbeelding die in het boekje stond. Daarna maakte ze haar rechterduim nat en sloeg vervolgens de duim een aantal keren wapperend boven haar opengehouden hand. Ik begreep haar niet.

Ze keek me doordringend aan. Iets minder begripvol. Zelfs een beetje ongeduldig. Ze hield haar linkeronderarm lichtgebogen voor mijn neus en wreef met snelle beweging haar linkerduim en -wijsvinger een paar keer over elkaar. Daarna wees ze met haar wijsvinger naar mijn bord. Ik wist niet meer hoe ik het had. Op mijn bord lag een afgekloven karbonaadje. De afbeelding in het boek leek op een biefstuk. Wat bedoelde die vrouw nu eigenlijk? Waarom al dat handgeklap en duimgewapper?

De gebaren van de dame begonnen op een dansje te lijken. Een boze dans, dat mag duidelijk zijn. Ze keek me nu boos aan. Spreidde haar benen wat en boog lichtjes door de knieën. Ze stak nu haar twee onderarmen naar me uit, met handen en vingers ver uitgestrekt. Drie keer bewoog ze gelijktijdig de handen naar me toe. De frons op haar gezicht nam een zeer ernstige vorm aan. Mijn disgenoot die tot nu toe wijs gezwegen had fluisterde wat in mijn oor. ‘Volgens mij kost je karbonade dertig lev’.
‘Wat, dertig lev? Echt niet. Dat gaat hier niet gebeuren.’ Fluisterde ik terug. ‘Deze karbonade gaat hooguit vijftien lev kosten’.

Ik haalde mijn portemonnee te voorschijn en legde vijftien lev op tafel. Kort daarna vloog een grote hakbijl door de lucht en bleef hangen in de houten deurpost. Ik had net op tijd gebukt. Zo voorspelbaar die Bulgaarse antwoorden. Daar was geen gebruiksaanwijzing voor nodig. De deur vloog open, bezweek onder de zwaartekracht. Een zwaartekracht die golfde. Weg waren we. Verdwenen in het zwarte gat. Net op tijd.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)

10-02-2016

Leeswijzer voor multifunctionele mandjes

Mandje. Mandje van riet. Mandje van riet om eieren in op te bergen. Mandje van riet om chocolade eieren en geverfde eieren in op te bergen. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen zijn in op te bergen. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen, om later onderling te verdelen. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen, om later onderling te verdelen en op te eten, om vervolgens buikpijn te krijgen.

Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen, om later onderling te verdelen en op te eten, om vervolgens na het verkrijgen van buikpijn hetzelfde mandje te bekleden met plastic. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen, om later onderling te verdelen en op te eten, om vervolgens na het verkrijgen van buikpijn hetzelfde mandje te bekleden met plastic, zodat het dienst kan doen om na het spuwen het braaksel op te vangen. Mandje van riet om chocolade en geverfde eieren die in de tuin verborgen en gevonden zijn in op te bergen en naar binnen te brengen, om later onderling te verdelen en op te eten, om vervolgens na het krijgen van buikpijn hetzelfde mandje te bekleden met plastic, zodat het dienst kan doen om na het spuwen het braaksel op te vangen en uit te storten in het toilet.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)

31-01-2016

Columns van Harrie (Januari 2016)


Gesloten venster / Verkeer / 28-01-2016

Mijn TARDIS loopt vast, iets dat ik nog nooit heb meegemaakt. Mijn eerste actie was natuurlijk het melding maken van het euvel bij mijn chef. Hij wilde er niet van weten. Hij had het probleem al meerdere malen in de ruimte geconstateerd. Gevangen in de ruimte. Zo noemde hij het altijd. Meerdere planeten hadden er last van. Van dingen die vastlopen.

Enfin, daar had ik dus niet veel aan. Geen troost van mijn chef. Het kwam weer eens neer op zelfredzaamheid. Voor de verandering. Eerst maar eens de analyse van het probleem. Ik stuiter met mijn TARDIS tegen de vensterrand. Het hele venster heb ik gehad maar ik raak er niet doorheen. Wel zie ik dat het venster zich snel vult met letters. Het venster schuift ook zo nu en dan naar boven. Om ruimte te bieden aan nog meer letters. Boven en langs het scherm staan andere kleine vensters. Die lopen niet mee met het venster waar ik mij in bevind. Maar ik blijf zoeken en botsen. Vroeg of laat moet ik toch een opening vinden?

Langs het venster zie ik nu ook allemaal knoppen en zinnen opdoemen. Zo zie ik leuzes als ‘In de prullenbak’ en ‘Inzenden voor beoordeling’. ‘Opslaan als concept’ is ook zo’n mooie. En wat te denken van ‘Zichtbaarheid: Openbaar’.
Zou er ook gesloten zichtbaarheid bestaan? Begrensde zichtbaarheid? Alleen maar zichtbaar voor autochtonen, zoiets …? Ik roep nu wat termen die rondzingen op moeder aarde. Dat krijg je van al dat gestuiter in een TARDIS. Naast autochtonen heb je ook allochtonen. Een aparte categorie vormen dan weer de vluchtelingen. Vermoeiend allemaal. Er hangen ook allemaal problemen rondomheen. Net als rond mijn TARDIS. Waar zit nu de escape? Ieder venster zou er eentje moeten hebben. Een klein deurtje. Een nooduitgang.

Ik kom via de randen van het venster weer in de buurt van dat triggerende blauwe vlak ‘Inzenden voor beoordeling’. Hier blijf ik toch maar eens even hangen. Ik doe de deur van mijn TARDIS open. Het vak heeft dezelfde kleur als mijn tijdmachine. Dat kan geen toeval zijn. Ik bonk met mijn vuist stevig op de rand van het venster … en zowaar … ik stoot er doorheen. Het gat is groot genoeg om er doorheen te kruipen. Ik begeef me nu op glad ijs. Spekglad. Het eerste wat ik doe is naar het blauwe vlak lopen. Ik besluit er eens flink op te stampen. Waarom? Geen idee. Floep. Ik ben binnen. Binnen?

Ik bevind me nu in een vreemde donkere ruimte met beeldschermen die flikkeren. Op een van de schermen zie ik in grote letters staan: Moderator. Achter in de ruimte hoor ik geluid. Een stem.

“Wat doet u hier? Hoe komt u hier binnen? Mag ik even uw ID zien?”
“Ehhhh … geen idee eigenlijk … ID? … heb ik niet.”
“Ik stuur u terug. U heeft namelijk geen titel ingevoerd en geen categorie.”

Nog voor ik een plaatje heb gekregen bij de stem, zit ik weer terug in het venster. En tot mijn schrik in mijn eentje. Mijn TARDIS zie ik ook niet meer. Hoe moet ik nu naar huis? Naar de Andere Kant? Terwijl ik een plan verzin raakt het scherm in korte tijd weer vol. Met letters. Een heel verhaal. Zou daar de oplossing in geschreven staan?

Wordt vervolgd … waarschijnlijk


Pluk de ruimte / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 16-01-2016

De aarde licht op, een mooi gezicht. Altijd leuk om rond de aardse jaarwisseling door de ruimte te vliegen. Voor mij een sport om dan het licht te volgen. Op de ene plek schijnt het feller dan op de andere. Gelukkig hoor ik in mijn TARDIS niet hoe hard het licht knalt. Ik zie ook nergens vingers en ogen vliegen. Het aardse leed blijft mij bespaard.

Voor miljarden is er weer vuurwerk de ruimte ingeschoten. Een verdubbeling van sterretjes. Hoewel? Zijn die niet ontelbaar? Net als al die voornemens? Ontelbare voornemens? Ja, ontelbare voornemens. Een vreemd fenomeen op moeder aarde. Mijn chef van de Andere Kant wil dat ik ze allemaal rapporteer. Geen beginnen aan. En voordat ik de eerste voornemens in kaart breng zijn de meesten alweer gestrand. Het is en blijft een raar volkje die aardlingen.

Ik pik er willekeurig toch een paar uit. Vijftig kilo afvallen. Minimaal twee uur per dag bewegen. Een boek schrijven en uitgeven bij een erkende uitgever. Minder vlug oordelen. Wat liever zijn voor mezelf en voor de ander. Minder frikadellen eten. Stoppen met roken. Minder drinken. Een kindje kopen. Een nieuw lief vinden. Vreemd hoor, heel vreemd. Het gaat allemaal over meer of minder. Haast niemand die een status quo aanhangt, alles bij het oude laat. Zijn de aardlingen dan zo ontevreden?

Wat vind ik er eigenlijk zelf van? Ik wil niets liever dan blijven zweven. Met of zonder opdrachten. Het is me om het even. Opgaan in momenta. In het heden. Pluk de ruimte. Mijn chef aan de Andere Kant begrijpt er ook niets van. Bestaan er echt wezens die een loterij willen winnen? Wat zeg je? Onder alle bevolkingsgroepen? Ook onder de voorname? Nee!

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 13e schrijfopdracht op ColumnX (januari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Werk een goed voornemen uit
-Dik het aan, maak het smeuíg, maar houd de geloofwaardigheid in zicht
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Omdenken / Verkeer / 05-01-2016

Ik reis met spoed naar moeder Aarde. Op last van mijn chef aan de Andere Kant. Het jaar 2016 is zojuist begonnen. Gerekend in aardtijd uiteraard. Omgedacht naar galacticatijd spreken we over pakweg een triljoen lichtjaren geleden, heden of toekomstig. Ik weet het effe niet meer. Tijdbesef lijkt zo old school. En dat is not done. School en oud dat bekt niet goed, zoals dat op aarde in populaire termen heet. Iedere school behoort natuurlijk nieuw of op zijn minst vernieuwend te zijn. Niet oubollig.

Ik dwaal af. Niet echt handig in een ruimte die geen grenzen kent. Waarom die spoed naar moeder Aarde? Het heeft te maken met een apert fenomeen. Omdenken. En dan gaan de belletjes rinkelen in Galactica. Wat voor moeder Aarde wellicht overkomt als een modegril is voor Galactica een verzoeking. Er verandert al zoveel in onmetelijke ruimten. Het omdenken van aardlingen kan tot buitenproportionele gevaren leiden. Daarom moet er worden ingegrepen. Ik stuur mijn TARDIS richting lage landen.

Stuntelig land ik in een vreemde ruimte met TL-licht. Er lopen veel mensen rond. Ze tokken een beetje en schudden druk met hun hoofd. Niet van links naar rechts, dat is gekend, maar van voor naar achteren. Ze lopen druk en breed armbewegend naast en tegen elkaar. Ze schuifelen wat met hun voeten. Die lijken te zeggen. ‘Ga weg, aan de kant!’ De mensen zijn erg in zichzelf gekeerd en hebben duidelijk gebrek aan ruimte. De irritatie is voelbaar. Ik hoef niet lang na te denken wat hier aan de hand is. Ik bevind me in het hart van een journalistiek communicatiecentrum. Ze zijn bezig met omdenken. Dit is precies wat mijn chef van de Andere Kant bedoelde. Gevaarlijk.

Ik spreek een aantal mensen aan op hun gedrag. Ze kijken me stuk voor stuk stoïcijns aan en geven geen antwoord. Ook als ik hun vertel dat hun gedrag buitenaards is en nijgt naar omdenken, ik moet de boodschap voorzichtig brengen, het zijn immers aardlingen, valt het kwartje niet. Ik moet deze situatie nu toch zeer ernstig nemen. De Aarde zou zomaar kunnen kantelen. De grote schrik binnen universum Galactica. Omkantelen is een logisch gevolg van omdenken. Maar wat kan er dan zoal omkantelen door het omdenken? Een legitieme vraag.

Eindelijk heb ik een aardling te pakken die voor rede vatbaar lijkt. Zijn uitleg komt helder over. Het omdenken maakt van ja-knikkers nee-knikkers, van mannen vrouwen (en vice versa), energie groen, maar ook blue bleu en grenzen dicht. Het doet polen smelten en zet huizen onder water. Het maakt arm rijk, maar dan anders. Niet in geld. Het omdenken zorgt niet alleen voor omkanteling maar ook voor strop, voor stilstand, achteruitgang zelfs. Het werpt de mensheid terug naar de middeleeuwen. In een tijdmachine als de TARDIS geen enkel probleem, voor de aardling echter zeer verwarrend. De aardling komt met een lepe oplossing. Het omdenken, middels transitie, ombuigen naar denken en doordenken. Probleem opgelost. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Ik dacht het niet. Ook denken en doordenken hebben hun beperking. Het is een ijdele vlucht voor zijn. Daar zit nu juist het gevaar. Een ijdele vlucht in transitie van omdenken naar denken en doordenken verwart de buik, het hart en de ziel. Laten we in 2016 niet meer omdenken maar omvoelen. Voor het gevoel kan de aarde gelijktijdig omkantelen en toch stil staan. Aardlingen happy, universum Galactica happy. Kortom iedereen happy. De aardling gaat akkoord en spreidt het woord. Voorlopig is het gevaar geweken. Ik rapporteer aan mijn chef. Mission impossible possible. Ik kantel mijn TARDIS en vertrek. Richting Galactica. Gelukkig geen druk verkeer vandaag. Ruimtefiles hoef ik niet te mijden.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

08-01-2016

Permanent perkament

Ik doop mijn schrijfveer in vette inkt. Het wordt mijn jaar 2016. Zeker weten. De inkt druipt heel langzaam zwart omlaag en spint letters op perkament. Het moet een boek worden. Een roman of een verhalenbundel. Een perkamenten boek. Verlucht en versiert met plaatjes. Zelfgeschapen, zelf geschoten. Met mijn Lumix TZ6. Ja, ik weet het, een oud beestje, maar het volstaat. Ik houd wel van een grove korrel. Imperfect is perfect. Ik neem ook wat gedichten op.

Al snel heb ik de hoofdpersonen op een rijtje. Stuk voor stuk dichters met mooie verhalen. Ik werk ze uit tot op het bot, in hun natuurlijke omgeving. Een beetje autobio gaat er ook in. Verstopt in hoekjes tover ik mezelf met regelmaat tevoorschijn. Nee, niet in beeld. Nou, een klein stukje dan. Een plukje haar. Ergens in het midden, halverwege bladzijde tachtig. Honderdzestig pagina’s telt mijn boek. Een belofte die ik mezelf voorhoud.

Waarom honderdzestig? Omdat het mijn geluksgetal is. Honderdzestig? Ja, weer eens wat anders dan zeven. En anders zou mijn boek ook veel te summier zijn. En dan de inhoud. De inhoud ja. Het allerbelangrijkste. Ik schrijf toch niet enkel uit ijdele schoonheid? Nee, nee, de inhoud van het hoofd van de lezer dient ook bevredigd. Welk kunstje zal ik daar eens voor opvoeren? Ik jongleer wat in mijn rugzak en kom met verrassend materiaal te voorschijn.

Ik merk dat ik nu toch enigszins bekneld raak in dilemma’s. De verhouding inhoud, vorm is uit verhouding. Vette inkt op perkament vraagt om even zware gedachten. Ik pijnig mijn geest. Ik schrijf en schrap. Wel tweehonderd pagina’s. Hoe verwoord ik verrassend materiaal? Een ware verzuchting. Maar uiteindelijk lukt het, met het gewenste resultaat. Dat had ik mezelf ook beloofd. Trots pak ik naald en draad. Klaar voor de eindfase. Ongebonden bind ik mijn boek, mijn eersteling. Oplage een. Ik trek een flesje open, kijk in de spiegel en geef mezelf een knipoog. Vet.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 13e schrijfopdracht op ColumnX (januari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Werk een goed voornemen uit
-Dik het aan, maak het smeuíg, maar houd de geloofwaardigheid in zicht
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)

07-10-2015

Hemelsblauw

'De macht van de gesloten deur'. Ik lees de zin af van het grote bord bij de toegang van de Baron 1898, de nieuwste attractie van de Efteling. Ik moet er niet aan denken. Opgesloten zitten in een goudmijn en dan de deur niet open krijgen. Paniek alom. Mijn handen staan ernaar. Ze beven als een rietje. En dan de stem van het lichaam. De angstschreeuw die niet klinken wil. Opgesloten in een veeg lijf. Bevroren in ijskoud blauw. Doofstom gelijk de oren en mond van Munch.

'Waar twijfel je aan?', fluistert plots een hese stem in het donker naast mij. Ik lijk wel in gesprek met een dorre oude vrouw. Ze draagt een lantaarn die ineens oplicht. Ik ontwaar de contouren van een heks. Inclusief bezemsteel, grote grijze hoed en zwart kleed. Ze doet me denken aan een slechte leraar die ik ooit had. Een verwijfde oude geschiedenisgek die stonk naar oudheid. Bah. Nog steeds niet verdrongen.

'Nou, wat en wie houdt je tegen? Durf je de deur niet open te doen?'
Op de deur is een bord met een pijl getekend. Die wijst naar een klink. Hoe moeilijk kan het zijn. Maar nee, ik durf inderdaad niet. Stond er nu maar een tovenaar in plaats van een heks naast mij. Zij zijn te vertrouwen. Heksen niet. Ik verkeer in slecht gezelschap. Ook dat nog. Wat nu? Ik overwin mijn angst en zwaai de deur alsnog met grote huivering open. Wat bevindt zich achter de deur?

'Welkom achter de deur, u treedt nu het Grote-Vragen-labyrint binnen. Geef invulling aan de opdrachten op de muur en wellicht komt u verder?' Ik kijk afwisselend naar de ruimte achter de deur en de heks. Waar komt die stem vandaan? Op de muur zie ik drie opdrachten staan: 1) schrijf over een tatoeage 2) schrijf over een taakverdeling 3) schrijf over een openbaring. Dit zou ik nooit kunnen, ware het niet dat de heks me een paar woorden influistert, 'hou het simpel'.

De eerste is gemakkelijk. Ik draag zelf tatoeages op mijn beide armen, op mijn linkerarm een tatoeage in de vorm van een hart. Ik hou van de vrouw aan wie dat hart ooit toebehoorde. Helaas verliet ze mij al na drie weken. Zo werd mijn hart gebroken. Dat gebroken hart draag ik op mijn rechterarm. Ik hoor de heks achter mij een traantje wegpinken.

De tweede opdracht is veel moeilijker. Ik heb het niet zo op met taakverdelingen. Ze zijn vaak zo opgelegd en sterven daardoor bij mij meestal vroegtijdig een langzame dood. Dat heb ik ook met formulieren. Neem nu zo'n achterlijk Dela-rouwformulier. 'Hoe zou je het liefst willen sterven?' Ik zou na het lezen van zo'n rouwformulier alleen maar kunnen bedenken, niet invullen, en daarna het loodje laten, puur uit wraakzucht. Dat ze het lekker zelf uitzoeken. De lulhannesen. Daarmee heb ik opdracht drie ook gelijktijdig ingevuld. Openbaring genoeg dacht ik zo.

Meteen roep ik mezelf weer tot de orde. Maar waarom eigenlijk? Wat heb je nu aan verbroken beloftes? Mocht ik het formulier wel hebben ingevuld, de geschreven beloftes had ik echt niet kunnen nakomen. Noch aan familie, noch aan vrienden en kennissen. Formulieren en ik, dat zijn twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen. Onheilspellend voorspellend. Het enige dat ik zou kunnen doen is onbeschaamd en onbeheerst dansen. Wild en vol passie. Zij die gaan sterven groeten u.

'Iemand gaf je bloemen, uit de hemel waaronder je geboren bent'. Ik ken de songtekst niet. Maar dat is zo'n beetje het laatste wat ik me herinneren zou. Als het mij tenminste gegund is vanuit de kist. Pas na een verhelderend gesprek in diezelfde hemel zou ik eindelijk mijn afgetrapte versleten schoenen uit kunnen doen en de sleutel inleveren. Je kunt niets vasthouden uit het oude leven. Dat gaat gewoonweg niet. De schat terugbrengen heeft ook geen zin. Welke schat? Alsof jouw schatten op de aarde gratis worden uitgedeeld. Alsof je schatten op je hemelreis had mee kunnen nemen. Die zijn jou allang ontnomen. Het vege lijf, je ziel. Dat zijn de enige schatten die op jouw laatste reis mee hadden kunnen gaan. Wat je meebracht uit de oorlog is allang verdeeld. Verdeeld onder aardse aasgieren.

'Schrijf over een cirkel en dat ie nu gesloten is!', roept de heks me ineens toe. Is dat nu weer een nieuwe opdracht, vraag ik mezelf af. Maar natuurlijk. Ik snap het. Ze heeft gelijk. Wederom. Ze bedoelt het overdrachtelijk. Ik schrijf over mijn lievelingsboek. Over Zen en de kunst van het motoronderhoud, of over Boerenpsalm? Ik kan niet kiezen. Weet nog steeds niet wie er won? Toen niet, nu niet. Daar schrijf ik dan maar over. Over wie er won. Met al mijn twijfel. Ik schrijf over een won.

De ban breekt. De cirkel sluit dan toch. Heel, heel langzaam valt de zware deur open. Niet te geloven. De macht van de deur is doorbroken. Einde machteloosheid. Wie had dat ooit durven dromen? Dat het nog ooit zou gebeuren. Mijn hart bonkt, het brandt, het staat in vuur en vlam. Ik kijk omhoog. Met tranen in de ogen. Na weken, na maanden. Nog nooit, nee nog nooit, zag de hemel, mijn lucht, zo blauw.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (oktober 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand oktober zijn:

1 de macht van de gesloten deur - 2 mijn handen staan ernaar - 3 de stem van het lichaam - 4 waar twijfel je aan? - 5 gesprek met een dorre oude vrouw - 6 een slechte leraar - 7 wie houdt je tegen? - 8 een bord met een pijl - 9 zij zijn te vertrouwen - 10 slecht gezelschap - 11 schrijf over een tatoeage - 12 schrijf over een taakverdeling - 13 schrijf over een openbaring - 14 dit zou ik nooit kunnen - 15 zo werd mijn hart gebroken - 16 hoe zou je het liefst willen sterven? - 17 wraakzucht - 18 verbroken beloftes - 19 twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen - 20 onbeheerst dansen - 21 iemand gaf je bloemen - 22 de hemel waaronder je geboren bent - 23 een verhelderend gesprek - 24 versleten schoenen - 25 de sleutel inleveren - 26 je kunt niets vasthouden - 27 de schat terugbrengen - 28 wat je meebracht uit de oorlog - 29 schrijf over een cirkel - 30 mijn lievelingsboek - 31 schrijf over een won



30-09-2015

Columns van Harrie (September 2015)


Steenmannetjes / Verkeer / 21-09-2015

Zijn het sneeuwmannetjes die ik zie? Ik ben het spoor even bijster. Dit landschap komt mij bekend voor, maar ergens ook weer niet. Nee, het zijn geen sneeuwmannetjes. Het zijn steenmannetjes, besneeuwd. Het zijn platte keien op elkaar gestapeld bedolven onder sneeuw. En het rare is, ze dragen rood-witte strepen, twee om precies te zijn, aan beide kanten. Dat veronderstelt dat je ze aan beide zijden kunt benaderen, die steenmannetjes. Zo heb ik ze voor het gemak maar even genoemd. Vanuit de verte houden ze de wacht en lokken de wandelaar, al dan niet verdwaald. Ik maak nog iets anders op uit de uitgestippeldheid waarmee de mannetjes in het landschap geplaatst zijn. Ze vormen een route, het kan niet anders. Ze nemen me bij de hand de mannetjes, niet bij de neus mag ik hopen, want ik behoor toch echt op dit moment tot de categorie verdwaalden. Ik overweeg nog even naar mijn TARDIS te lopen. Maar ach, die loopt niet weg. Hij steekt al dan niet besneeuwd toch zeker twee meter boven de steenmannetjes uit. Zolang ik niet te ver wegloop blijft mijn transportvriend onder handbereik.

Ik kijk naar de lucht en zie dat deze wolkloos is. Daar houd ik nu van, wolkloze luchten. Ben in ieder geval nieuwsgierig waar de steenmannetjes me toe leiden. Achter de bergen zie ik langzaam de zon opkomen. Dat geeft in ieder geval licht en warmte. Geen enkel steenmannetje is hetzelfde en ik weet nu ook ineens waaraan ze mij doen denken. Aan vakantie die ik ooit met mijn ouders vierde op het vaste land. Ergens in Europa, ik dacht Zwitserland of Oostenrijk, maar ik kan me vergissen. Maar waar ik me nu bevind kan nooit sprake zijn van vast land, laat staan het aloude Oostenrijk of Zwitserland. Daarvoor heb ik te lang door de ruimte gezworven. De gedachte werpt me wel terug naar een ver verleden. Geen idee ook wie er het eerste was. Oostenrijk of Zwitserland. Ik voel sterk de neiging om het even op te zoeken in mijn TARDIS. Ja, die is onlangs geupdate met de nieuwste snufjes op technologisch en informatica gebied. Ik kan natuurlijk ook opzoeken via mijn TARDIS waar ik me precies bevind. Maar dat vind ik te makkelijk. Ook ik moet mijn leven als wizzard 24/7 waarmaken. Ook ik word een jaartje ouder, al valt dat in het niet ten aanzien van mijn ruimtelijke leeftijd. Maar nu ik me op moedertje aarde bevind voel ik me stokoud. Deze aarde vreet namelijk energie.

Ik zie de steenmannetjes nu een brede glimlach trekken. Ze krijgen me echter niet klein die monsterkeien. Ik heb een donkerbruin vermoeden wat zich achter de berg bevindt, die ik nu opklim. En ja hoor, bovengekomen lonkt een volgende berg. Het is een land van berg en dal waarin ik me bevind. Een look-a-like Oostenrijk of Zwitserland. Ware het niet dat de steenmannetjes kunnen praten. Een rare taal, maar met wat moeite en de taaltranslator die ik altijd bij me draag, kom ik veel te weten. Ik bevind me in Trakdurbia en achter de volgende berg zal het ophouden. Ik kan niet wachten. Trakdurbia heb ik lang niet meer bezocht. Het is een land dat zich voortdurend uitbreidt. En ook nu is het goed mogelijk dat de grens zich mogelijk oprekt. De steenmannetjes wijzen me de weg. Sommige dragen nu een sjaal. Dat is geen goed teken. Het zijn geen sjaals voor de kou, maar sjaals om virussen buiten de houden. Ik overweeg heel even om terug te gaan naar mijn TARDIS. Maar eigenlijk is het daarvoor te laat. Ik zit in dubio. Wat zal ik kiezen? De grens verder opzoeken en verkennen met het risico een virus op te lopen of toch maar een andere weg kiezen. Het laatste virus heeft drie maanden mensentijd in mij rond gewoekerd. Dat wil ik niet nog eens meemaken. De andere optie, een andere weg kiezen is misschien de beste. Ik sla bij het eerstvolgende steenmannetje linksaf. Niet rechtdoor, zoals de rood-witte markering mij wil doen geloven. Het steenmannetje kucht gevaarlijk luid. Het klinkt als een waarschuwing, maar ik trek mij er niets van aan.

Maar goed dat ik de andere weg gekozen heb. Trakdurbia laat ik snel achter me. De grens sluit zich onmiddellijk. Ik kan niet meer naar mijn TARDIS realiseer ik me ineens. Ik sta er nu toch alleen voor. Als het goed is loop ik nu linea recta naar Frontportalis. Bij ruimtekunde op school heb ik altijd goed opgelet. Links van Trakdurbia ligt Frontportalis. Zeker weten. En in Frontportalis is het leven goed. Bijna hemels om het maar eens aards te zeggen. Ik besluit dan ook om hier een pauze te nemen. Vierhonderd jaar zwerven door de ruimte heeft me toch wel erg vermoeid. Vanuit Frontportalis ben ik ook moeilijk bereikbaar. Zeker zonder TARDIS. Ik geniet voorlopig van welverdiende rust. Snel zend ik een korte Steenmannetjes-rapportage inclusief virusverwachting in Trakdurbia naar mijn thuishaven. Ze moeten wel weten waarom ik zolang wegblijf. Mijn plek kan in no-time zijn overgenomen in Galactica 7.0. En dat wil ik niet.


De maan en de andere kant / Verkeer / 27-09-2015

‘Ground control to doctor Tom …’
‘Ground control to doctor Tom …’

Snel ren ik naar mijn Tardis en gooi de deur open. Maar helaas, ik ben net te laat, de hoorn ligt van de haak.

‘Piep, piep, piep, piep …’

Snel ren ik weer naar buiten. Het is volle maan. Maar niet lang meer. De zon kan ieder moment voor de maan kruipen. En ik weet wat dat betekent. Het telefoontje had me mogelijk kunnen redden. De andere kant had mij ongetwijfeld een locatie kunnen doorgeven om te schuilen. Een andere planeet, of in het ergste geval een ander lichtstelsel.

Vol spanning wacht ik de gebeurtenissen af. De maan ziet er op dit moment knaloranje uit en lijkt uit haar voegen te barsten. Best wel eigenaardig. Ik ben speciaal op missie gezonden om het natuurwonder op aarde te aanschouwen. Maar of ik er nu zo blij mee ben. Ok sla mijn lange sjaal nog maar eens keer extra om mijn nek, het is best koud bij deze volle maan.

‘Ground control to doctor Tom …’

Ik gooi de deur open en pak de zwarte hoorn die aan de glibberkabel hangt snel vast en leg hem aan mijn oor.

‘Ground control to doctor Tom …’

‘Ja hallo, met Tom … Ehhh … Doctor Who … Hoe weet u dat …’

‘Dear Tom, ga onmiddellijk richting Jupiter en land daar, we nemen zo snel mogelijk contact met je op, doei!’

Godverdomme, dat heb ik weer. De andere kant geeft weer eens net niet genoeg informatie. Ze nemen niet eens de kans om een praatje met me te maken. Ik besluit toch nog even te wachten. Ben niet voor niets naar het spektakel op aarde gereist. Deze missie wil ik toch nog wel eventjes volbrengen.

Had ik het maar niet gedaan. De oranje maan blaast zich steeds verder op. Ik zie nu ook duidelijk het vlekkenpatroon waar de andere kant het over had. De sinaasappelhuid op de maan voorspelt niet veel goeds. Ik heb geen tijd meer om weg te raken. Dit voelt niet goed. Ik zie een groot mes door het hemelruim schieten. Wat een gevaarlijk ding. Met grote kartels. Kartels zo groot als haaienvinnen.

Ik duik weg achter een boom. Het mes hakt in op de maan en begint deze dwars door midden te snijden. Nu is het echt wegwezen. Als de maan in twee splijt hebben we twee halve manen. En dat betekent oorlog in het heelal. Dat mag duidelijk zijn. Had ik nu maar geluisterd naar de andere kant.

Het mes snijdt aan twee kanten. De maan valt doormidden. In twee helften botst ze tegen de aarde. Ik hou me vast aan de boom. De aarde kantelt en ik bungel samen met de boom onderaan. Ik kan twee dingen doen. Vasthouden of loslaten. Ik kies voor het laatste en vlieg door de ruimte onder de aarde. Heel even geeft me dat een zweverig gevoel. Totdat ik opgevangen word in mijn eigen Tardis. De wereld ondersteboven. Veilig vlieg ik verder. Zeker weten dat de andere kant een aandeel had in deze actie. Terwijl we terugvliegen naar de andere kant schrijf ik mijn rapportage, bij gebroken maan.


Reïncarnatie / Uitdaging van de maand / 28-09-2015

Terugkeren in vlees, dat werd mij meegegeven door de andere kant. Ik denk wat krijgen we nu. Wat is vlees? En waarom moet ik terugkeren in vlees? Naar de aarde kun je het beste gaan. Daar hebben grote vleeseters rondgelopen en nog. Ik begreep er niets van. Wanneer dan? Hoe lang geleden? Meer dan duizend jaar? In aardjaren gerekend? Een lichtjaar? Een kwart lichtjaar? Het doet er niet meer toe. Ik ben er nu toch. Dan maar aan de slag. Ik laat me informeren door mijn Tardis en door de andere kant. Ik krijg al gauw wat tips door. Iets met bibliotheken en Wikipedia. Daar moet ik zoeken. Fysiek of digitaal, ik kan twee kanten op. Ik kies voor de digitale, wel zo makkelijk en ik kan hem vanaf mijn Tardis besturen. Het wereld wijde net. Maar al snel kom ik erachter dat het wereld wijde net het net niet is. De moderne speeltjes van moeder aarde lopen voortdurend vast en vormen een bron van grote ergernis. Dan toch maar naar de bibliotheek. Maar welke? Er zijn er zoveel. Ik kies voor de Koninklijke. Het heeft iets deftigs en royaal. Bovendien heb ik me laten vertellen dat de voormalige koningin, nu heet dat prinses geloof ik, daar nog regelmatig komt. Een erudiete vrouw ook. Misschien dat zij me kan voorlichten. Ik heb begrepen dat zij in haar regententijd ook altijd het naadje van de kous wilde weten. Een vrouw naar mijn hart.

In de bibliotheek word ik snel wegwijs gemaakt door de bibliothecaris. Maar niet voordat ik lid gemaakt ben. Of ik een identiteitsbewijs bij me heb? Ik zeg, ik kom niet van deze aarde, niet van Mars en niet van Jupiter. Ik toon mijn intergalactisch paspoort en gelukkig neemt de bibliothecaris het voor lief. Hoewel hij mij niet kan opnemen in het administratiesysteem, locatie galactica is geen gekende optie, besluit hij mij toe te voegen in een vrij veld. Beroep: doctor. Adres: galactica kent geen postcode en geen huisnummer. Geboortedatum en -plaats: ik heb werkelijk geen idee. De bibliothecaris besluit overal kruisjes te zetten. Er moet per slot van rekening wel wat ingevuld worden. Anders raakt de administratie in de war. Dat vind ik prima. Ben ik tenminste ook niet direct opvraagbaar. Sorry, lezer, maar beroepsdeformatie van de bibliothecaris maakt dat dit stukje tekst een beetje ingewikkeld en saai overkomt. U en ik moeten het er maar even mee doen. Ik ontvang een mooi pasje en heb nu toegang tot alle zalen van de bibliotheek. Mijn speurwerk kan beginnen. Wat is vlees? Dat is voorlopig de hoofdvraag. De bibliothecaris schudt zijn hoofd. Een onmogelijke zaak om vlees in een keer te bevatten. Hij fluistert mij in om een onderverdeling te maken. Het vlees zogenaamd in kleine stukken te hakken. Hij stelt voor om bij het begin te beginnen. Het vlees bestaat al lang. Een mensenleven lang. Zelfs voor de mens op aarde kwam was er al vlees. Terug in de geschiedenis beginnen we bij het vlees van dinosaurussen. Ik wil het toch wel groot aanpakken. Reïncarneren komt dan wel later. Ik zou ook niet weten hoe een dinosaurus teruggestopt kan worden in vlees. Ja, in heel veel beesten of mensen. Maar dat is niet goed voor het evenwicht op aarde. We willen de boel wel een beetje in balans houden.

Ik stel de bibliothecaris gerust. Ik zie duidelijk dat hij moeite heeft met de materie. Zijn hoofd kraakt. Het mijne daarentegen maakt overuren. Ik begin al snel het principe van reïncarnatie te bevatten. Volgens mij is de bibliothecaris er al mee begonnen. Hij kruipt terug in zijn eigen vlees. Kookt zichzelf in zijn hete brein, dat via de oren veel stoom afblaast. Nu snap ik ook waarom aardlingen die chips aan hun hoofd hebben hangen. Het is niet alleen een tuitje om te horen maar ook om af te gieten. Enfin. Tijd voor mezelf om met deze wijsheid terug te keren naar de andere kant. Ik reïncarneer mezelf in mezelf. Reïncarneren in een ander vind ik zo’n gedoe. Bovendien bevalt de zak vlees waarin ik mij bevind uitstekend. Niet te zwaar en best wel goed ogend, zeker als ik de rest van de aardlingen beschouw. Nog heel even overweeg ik om in een vrouw terug te keren. Maar dat wordt te complex. Van zwak vlees is de andere kant ook niet gediend. Zoveel is zeker. Mijn Tardis is ook in de tussentijd gereïncarneerd. Was ie eerst blauw, nu is ie rood, met spierwitte randjes. Het lijkt wel een grote vierkante biefstuk. Ben benieuwd of het vliegen daarin gaat lukken. Het is eventjes wennen, de nieuwe kleur. Het steekt in ieder geval veel beter af tegen de blauwe lucht. De bibliothecaris en de oude koningin zwaaien me uit. Ik vraag me nu ineens af uit welk vlees zij gekneed zijn. En gaan ze straks verder als hammetjes of koteletjes? Vleesgeworden realiteit. Het blijft een maffe aarde.

Dit is mijn uitwerking van een Schrijfveer van de maand september.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-08-2015

Columns van Harrie (Augustus 2015)


Metamorfose / Uitdaging van de Maand / 03-08-2015

In mijn bos is sprake van een vreemde metamorfose. Ik word het vooral gewaar bij de bomen. Het lijkt wel of de bomen zich ergens voor opmaken. Eenzelfde soort metamorfose lijkt ook bij mij gestalte aan te nemen. Ter hoogte van mijn borst (bij de bomen op de stam) groeit iets. Zowel links als rechts. Ik zie het bij berkenbomen, bij abelen, eiken en dennen. Bij de beukenbomen zie je het nog het beste. Tieten. Mijn bomen in het bos ontwikkelen tieten op hun bast. En alsof de duvel ermee speelt. Ik voel ze bij mij ook. Ik begrijp er niets van. Hoe snel het ook gaat. Ik zie nu werkelijk waar overal borsten. De enige zorg die het me baart, zien anderen dit ook?

Bomen blozen niet. Zij laten het gewoon gebeuren. Ik zie het gebeuren bij de mannen- en de vrouwenbomen. Nog nooit is het mij zo duidelijk geworden. We zijn allemaal hetzelfde. De mannen en de vrouwen. Met als enige verschil dat de ene wat meer borstbobbelig is als de ander. Schappelijk noem ik het kleine beetje verschil. Ontevreden met het maatwerk? Het is de natuur die discrimineert.

De plotse borstkweek doet me denken aan mijn schooljeugd. Ja, ja, griss mich nich, ook ik heb die gehad. Preuts hield ik met mijn handen stevig het T-shirt strak ter hoogte van mijn borst. Want daar groeiden tietjes. Hele kleine, maar toch. Niemand mocht het zien. Een jongetje met ontluikende tietjes. De meisjes deden hetzelfde. Ook zij bedekten en verstopten hun miniborstjes met hemd en handen.

Het is toen dat ik mij verzekerde van borst- en bondgenootschap. We deelden samen een groot geheim, de meisjes en ik. Twee handen op buik en borst. Ik zal het nooit meer vergeten. Alle meisjes om mij heen en ik bloosden. Van onze metamorfose borstanique. En toch … het voelde ook zacht en goed.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Op zoek naar … / Uitdaging van de Maand / 03-08-2015

Vanavond maak ik mij extra mooi. Brizl djeu. Het is een zware dag geweest. Ziekenhuisbezoek met kleine Joey. De resultaten waren slecht. Veel te hoge waarden, medicatie die niet aanslaat en geen uitzicht op vooruitgang. Ik heb behoefte aan iets positiefs. Vanavond maak ik mij extra mooi. Ik neem een lang bad en geef mijn lijf een grote beurt. De huid krijgt olie. Mijn haren krijgen shampoo en conditioner. Ik spuit ook wat parfum achter mijn oren. Baat het niet, schaadt het niet. Ik besef terdege dat Patrick het niet ruikt, maar what the fuck. Het gaat om het idee, mijn idee. Ik trek een kort jurkje aan en bereid me goed voor. Zal ik vanavond live gaan of blijf ik nog even teasen? Het is zo’n lieverd, mijn Patrick.

Ik ben veel te bang dat de ban breekt. Nee, voor live gaan is het nog veel te vroeg. Het contact bevalt me prima zo. Ik houd mezelf en Patrick nog even in de waan. Ik kies voor het oranje jurkje. Dat past het beste bij mijn stemming. Droevig en uitgelaten tegelijk. Hopend op een positief gevoel. Joey raast door de kamer. Hij slaat voortdurend met zijn hoofd op de versleten bank. Hij weet wat er komen gaat. Hij vreet zich nu al op bij het tekort aan aandacht.

Welke lieve woorden zal Patrick mij vanavond toedichten? Als ik hem vertel wat ik aan heb. Als ik hem vertel dat ik dol op hem ben. Op afstand. Dat laatste hoeft ie niet te weten. Dat houd ik maar beter voor mezelf. Hoewel hij zeker gevoelig zal zijn voor dit soort ontwapening. Maar het risico voor ontmaskering is mij te groot. Hij zal het zeker weer vragen. Wanneer gaan we elkaar nu eindelijk eens zien? Mijn hart klopt door mijn hele lijf. Hete wangen heb ik. Ik log in op mijn laptop en ga naar mijn Facebook-account. PrettyWoman1979 op zoek naar Patrick78.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Kontfobie / Uitdaging van de Maand / 05-08-2015

Brizl djeu, ik heb een groot probleem. Ik word achtervolgd. Al dagen, weken, maanden, jaren. Door mijn kont. Serieus. Hij wil van geen wijken weten. Hoelang ik al probeer hem van mij af te schudden? U wil het niet weten. Jaren geleden had ik er niet zoveel last van. Maar toen was ie niet zo nadrukkelijk aanwezig. Iedere ochtend word ik er weer mee wakker. De kont beangstigt mij enorm. De angst neemt bijna fobische vormen aan. Claustrofobisch. Hij zit me veel te dicht op de huid en ik kom er niet vanaf. Verstikkend haast.

Alles heb ik in de strijd gegooid om er vanaf te raken. Fitness, yoga, zwemmen. Niets helpt. En ik wil er zo graag vanaf. Van de kont en van de achtervolgingsangst. Het wil maar niet lukken. Ook diëten heb ik al geprobeerd. Zinloos. Mijn kont vind alles lekker. Ook geheelonthouding heb ik even geprobeerd. Maar daarvan ging mijn kont alleen maar scheten laten. Niet bepaald vrouwvriendelijk. Daar kon ik echt niet mee de tram in. Ten einde raad heb ik nog even psychische hulp gezocht. Met lotgenoten vormde ik een praatgroep. We noemden ons praatgroep de Dwarskont. Eerst hebben we nog de naam Warskont overwogen. Maar dat klonk te veel naar Waar is kont? En dat was nu juist niet het probleem. Die wisten we wel te zitten.

Nee, niets hielp en nu zit ik er nog steeds mee. Met die gigantische kont. Ik eet, slaap, droom en denk kont. Iedere dag opnieuw en ik kan er niet langer tegen. Wie o wie neemt mij mijn kont af? Soms denk ik als troost en enigszins hoopvol terug aan de tijd dat mijn kont mijn grootste vriendin was. Maar toen werd er heel anders over gesproken als nu. Toen wilde ik het wel horen, nu niet meer. Lekker. Dik. Lekker dik. Vet. Vet lekker. Van kontgenot naar kontgeknot. Ach … laat ook maar zitten. Griss mich nich.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Ziel onder de arm / Gezondheidszorg / 22-08-2015

Met zijn ziel onder de arm hinkt de zielige man door mijn bos. Af en toe geeft hij hem een aai, want dat verdient zijn ziel. Dagelijks verwerkt de ziel emoties van diverse aard. In het geval van de zielige man in mijn bos, extra veel en hevig.

Zo liep de man onlangs met zijn neus tegen de bus. Gewoon omdat de bus iets verder halt hield. Op de automatische piloot wilde hij binnenstappen. Pats boem, de deuropening gemist. Nu draagt hij dus een rode neus. Een neus die af en toe loopt en die met een boerenzakdoek, zo’n grote geruite, nauwelijks te stelpen is. Geen gezicht. Thuisgekomen zocht ie zijn vrouw, maar die was nergens te bespeuren. Op de tafel lag een briefje. Ik ben even boodschappen doen. Ze kwam nooit meer terug. Brizl djeu, dat kon er ook nog wel bij.

Enfin. In verleden, heden en toekomstige tijd liep en loopt de zielige man dus door mijn bos. Ik hou hem nu al een paar dagen in de gaten. Het gaat niet goed met hem. Dat voel ik gewoon aan mijn HGP (Hoog Gevoelige Perceptie), die voortdurend ligt te sluimeren in een klein kwabje achter mijn oor. Het kwabje begint altijd spontaan te bonken in ontmoeting met bijzondere personen. Nu, dit is zo’n geval. Mijn HSP button slaat acuut op tilt zodra de zielige man in mijn nabijheid is.

Ik dacht ik zal hem toch maar eens aanspreken. Gewoon een klein kotergesprekje over niets, ter kennismaking. Mij is ooit verteld dat je dat het beste kunt doen bij zielige mensen. En ja hoor, het werkte, hij liep helemaal leeg. Hij nam er de tijd voor en legde zijn ziel heel eventjes helemaal bloot, tussen de struiken en het gebladerte. Een vreemd gezicht was het. Zo’n kale ziel in het struikgewas.

Wat mij betreft had ie zijn ziel gewoon onder zijn arm kunnen houden. Maar hij vond hem te zwaar wegen. Gek want de man oogde best wel stevig en gespierd.
“Mag ik hem even tillen?” Ik wees naar de ziel, ik was nu toch wel nieuwsgierig geworden hoe zwaar die woog.
“Nou liever niet? Ik ben bang dat je je vertild?”

Vijf uur lang hoorde ik de zielige man aan. Ik zou er haast een boek over kunnen schrijven. Geen speld kreeg ik er tussen. Een boeiend leven had de man gehad en nog. Het was me al gauw duidelijk dat ie daar stevig aan vasthield, het boeiende leven. Zijn neus kleurde er niet alleen rood van. Nee, nee, tijdens het vertellen kleurde zijn hele lijf rood. Ik zei nog tegen hem, wind je niet zo op, dat is niet goed voor je ziel. Maar helaas tevergeefs en te laat, hij waaide al snel weg. Natuurkrachten zijn ook zo sterk en oer.

Nooit meer iets gespeurd van de zielige man. Totdat de toekomst zich plots weer meldde. Voorspelbaar, maar ach, wie maalt erom. Een andere kijk op de ziel heb ik nu gekregen. Sommige zielen zijn niet te vatten. Zelfs niet onder de arm.


Penningmeesteres / Gezondheidszorg / 24-08-2015

Het geld groeide haar op de rug, alleen kon ze er zelf niet bij. Haar armen waren te kort. Blijkbaar had de natuur het zo gewild. De ouders waren met Sofietje al diverse keren naar de dokter geweest, maar het mocht niet baten. Eerst pilletjes, daarna een zalfje en toen nog drie keer een operatie. Ze wilden maar niet groeien, die armpjes. Het alternatieve circuit bood ook geen soelaas. Diverse bedevaartoorden werden bezocht. Acupunctuur hielp ook niet, Sofietje bleek allergisch voor naalden. Uiteindelijk gaf ze het op. Dan maar leven met veel geld op de rug en korte armpjes.

Ze was erg geliefd in de buurt waar ze woonde. Iedereen liep achter haar aan en met haar weg. De aandacht die Sofietje kreeg deed haar aanvankelijk goed. Iedereen hing om haar nek. In het begin dacht ze nog dat het uit liefde was. Later merkte ze pas dat de liefde alleen haar rug betrof. Dat stemde Sofietje erg droevig. Brizl djeu. Niet alleen kerels kwamen als vliegen op de stroop op haar af, ook meiden. En zelfs kerels en meiden die dachten dat ze kerels en meiden waren, maar dan geboren in een verkeerd lijf. Die laatsten waren uiteindelijk wel het liefst voor Sofietje. Zij herkenden immers het dilemma van een onvolmaakt, of beter gezegd, niet passend lijf.

Enfin, nadat iedereen de vruchten had geplukt van Sofietje werd het tijd voor haar om een studie te gaan volgen. Iets met geld en financiering. Econometrie leek haar wel wat. Lekker moeilijke sommetjes oplossen en flink de hersens laten kraken. Sofietje hield erg van katten en was dol op spek, dus dat kwam ook nog eens mooi uit. De arm- en rugproblemen boden haar nu ineens grote voordelen. Op de universiteit had ze veel vriendjes en vriendinnen. Als penningmeesteres van de studentenvereniging had ze altijd voldoende liquide middelen bij zich. Daardoor was ze zeer geliefd in de kroeg. Ze had een vaste plek aan de bar, precies in het midden bij de tap en de kassa. Dat was wel handig. De bareigenaar had vervelende ervaringen met opschrijven dus moest er altijd contant worden afgerekend. Omdat Sofietje niet bij de centen kon droeg ze altijd een spiegeltje op een stok bij zich. Een soort selfiestick, maar dan om naar anderen te kijken, eigenlijk een otherstick. Met telescoop uiteraard en met een klein bochtje erin. Haar armpjes waren immers te kort.

In de andere hand droeg Sofietje altijd een zweepje. Standaard. Omdat ze door schade en schande geleerd had dat sommigen hun handen niet thuis konden houden en haar probeerden kaal te plukken. Iets wat schier onmogelijk was, want het geld groeide onmiddellijk weer aan. Maar toch. Ze was eerlijk opgevoed en had een hekel aan mensen die graaien en uitbuiten. Op de universiteit was ze ook al gewaarschuwd voor kaalplukkers. Die brachten de economie ernstige schade toe. Sofietje tetste dan ook flink met haar zweep in het rond, zodra verkeerde lieden het op haar gemunt hadden. Ze had met de jaren een stevige onderarm ontwikkeld. Zelfs de kroegbaas moest het ontgelden. Hij droeg grote littekens in zijn gezicht en werd voor de grap altijd Al genoemd. Op zijn Amerikaans uitgesproken als ‘El’. Soms werd ie ook wel ‘El Pissino’ genoemd. Hij vertoefde graag op het toilet.

Sofietje compenseerde haar tekort aan armen met enorm lange benen. Na de zweep volgde dan onmiddellijk een trap onder de kont van haar belagers. In de kroeg werd dit altijd luidruchtig bezongen door de leden van de studentenvereniging. Ze hieven dan een merkwaardig lied aan dat nog het meeste leek op een lied van One Direction. Als ik mij niet vergis ‘One Way Or Another (Teenage Kicks)’. Meestal verliet de belager dan de kroeg. Sofietje bestelde daarna dan altijd een extra rondje, om haar leden te bedanken. Het zou toch eens verkeerd aflopen? Koesteren die handel, dacht Sofietje dan.


De man met het hart op de tong / Gezondheidszorg / 25-08-2015

Ik ben sinds kort helemaal gefascineerd door tongen. Zowel door goede als kwade en alles wat er tussenin zit. Blauwe tongen ook, naast rode, groene en gele. Brizl djeu, toe maar. De natuur kan het zo gek niet verzinnen of het heeft mijn belangstelling. Ook de tong als uithangbord vind ik geweldig. Die van de Rollende Stenen bijvoorbeeld. Ja, ja, van Mick, of was ie nou van Keith? Nou ja, hij was in ieder geval niet van John of Andy, dat weet ik zeker. Ik was er zelf bij. Toen de eerste druk van de pers rolde in Londen. Een tong van heb ik jou daar. Vier meter breed, zes meter lang. En dat vier keer. In vierkleurendruk. Ja, ja, zo is het allemaal begonnen met die rollende tong. Breek me de bek niet open. Ze zongen overigens hun harten uit. Die alternative other famous fab four. “You never gonna break my heart. O, o, o, no …!” Nou dat hebben we geweten. “O no, no ono can tear us apart!”

Ik dwaal af. Back to basic. Gefascineerd door tongen dus. Niet die van het formaat KISS. Veel te zwart-wit. Nee, maar wel door hele speciale. En gisteren heb ik het summum gezien. Ik ontmoette hem in mijn bos. Een man met het hart op zijn tong. Ja, zo noem ik hem. Een bijzonder geval, het moet gezegd. Ik had dit nog nooit gezien. Hij sprak een beetje moeilijk, met een rollende ‘r’ die er niet echt uit wilde komen. Alles kwam maar moeizaam vanachter uit zijn keel.

De man met het hart op de tong had al vrij snel in de gaten, dat ik hem niet echt goed kon volgen. Hij wees dan ook driftig met zijn wijsvinger naar een grote rode bult die achter in zijn keel voortdurend op en neer leek te stuiteren. De man was gelukkig een stuk kleiner dan mij, waardoor ik met gemak in zijn wijd opengesperde (of is het wijdopengesperde) mond kon kijken. Ik geloofde mijn eigen ogen niet. De rode bult bleek de vorm te hebben van een hart. Deze man had daadwerkelijk een hart op zijn tong. Hij deed zijn uiterste best om dat ook tegen mij te zeggen. Ik stelde hem gerust en bonkte met mijn rechterhand op mijn linkerborst. Boenk, boenk. Daarna stak ik mijn wijsvinger in zijn mond en tikte zachtjes tegen het hart op zijn tong. We begrepen elkaar.

“Is dat niet lastig? Twee kloppende harten? Spreken met twee kloppende harten?” Vroeg ik aan de man, direct beseffend dat dit eigenlijk best een domme vraag was. Een kind kon zelfs horen hoeveel moeite hij had met het gesprek.
“Nou … nou … no … r … r … r … r …”
Oei, oei, daar rolden de ‘erren’ zowaar uit de mond … hup … zomaar op de grond. Snel raapte ik enkele ‘erren’ op en stak er eentje in de mond van de man. Hij vervolgde.
” … maal heb ik geen last tijdens het sp … r … r … r …”
Gelukkig had ik nog wat ‘erren’ op de achterhand en stak er vlug nog eentje in zijn mond.
” … eken, behalve als ik … r … r … r … r … ”
De laatste twee ‘erren’ stak ik nu tegelijk in zijn mond.
” … erren … nodig heb!”

Ik hield het kort met de man met het hart op de tong. Ik constateerde dat de conversatie zowel hem als mij uitputte.
Gelukkig hadden we nog andere communicatiemiddelen voor handen. Het schrift. Eureka.
Met een big smile stak de man met het hart op de tong mij een blocnote en pen toe. Ik ben natuurlijk meteen beginnen schrijven aan dit verhaal.

Ik schrijf nu dat het hart op de tong van de man wel een heel bijzondere tong was. Het droeg namelijk een tattoo. ‘Van Henk With Love’, stond erop geschreven.

Wie is Henk?, schreef ik natuurlijk onmiddellijk op de blocnote.
Schiffmacher!, schreef de man terug.
Scheefmaker, verstond ik dat goed? Ik vond nochtans dat de tekst keurig in het midden van het hart stond afgebeeld.
En waarom With Love?

Maar dat werd eventjes teveel voor de man met het hart op de tong.
Einde verhaal, noteerde hij op zijn blocnote.


Gezien worden / Gezondheidszorg / Sport / 29-08-2015

Ik had hem al gezien, maar hij mij niet. Dat wilde ik voorlopig ook zo houden. Zien en gezien worden daar draait het om in ons leven. Hoewel er ook veel mensen zijn die liever niet gezien worden, kijken de meesten hun ogen het liefst uit of ze niet gespot worden. Het begint al in de jongste jaren. Meteen ook de aandoenlijkste periode uit het leven. Wie herkent het niet? Je hebt jezelf verstopt onder de tafel. Angstvallig spits je je oren om te horen of er niemand de woonkamer binnenkomt. Je staat rechtop onder de tafel en ziet niets. Je kunt alleen maar goed luisteren. De anderen kunnen jou ook niet zien. De houten tafelrand onder de tafel houdt jou uit beeld. Dat denk je als vijfjarige. En toch wordt je onmiddellijk gespot tijdens het verstoppertje spelen. Hoe is dat nu mogelijk? Jij ziet niets. Dan zien anderen jou toch ook niet? Spotten en gespot worden. Een spannend spel.

Ik had hem al gezien, maar hij mij niet. De man stond niet onder een tafel maar tegen een boom. Met zijn linkeroog hield ie scherp de takken boven hem in de gaten. Het rechteroog hield hij stevig dicht geknepen. Hij hield het oog zo sterk dicht geknepen dat het mij zelfs pijn begon te doen. Ik knipperde snel heel eventjes met mijn ogen want ik wilde hem niet uit het oog verliezen. Veel te spannend wat hij allemaal aan het bekijken was. Na verloop van tijd wisselde de man van positie. Dan leunde hij met zijn linkerschouder tegen de boom en keek met zijn rechteroog langs de stam omhoog. Ik moest dan opletten dat hij mij niet zag. Ik wilde immers niet gespot worden. Een ding wist ik zeker. Die man was een spotter. Geen vogelspotter. Want de vogels hadden de spotter allang door. Die vogels waren meteen gevlogen toen de man zijn ogen richtte op de takken. Ze hadden hem natuurlijk ook allang horen aankomen.

Mijn nieuwsgierigheid was intussen steeds groter geworden. Griss mich nich, waar keek die man nu naar? Wacht, wacht. Nu gebeurde er ineens iets. Ik zag het aan de houding van de man. Ik bespeurde een kleine euforie. Een beweging in de boom stemde de man blijkbaar gelukkig. Wauw … nu zag ik het ook. En ook ik voelde iets diep van binnen branden, een broeierig gevoel van geluk. Heel warm. En ja, wat was ze mooi. Heel, heel langzaam was ze langs de achterkant van de boomstam omlaag gegleden. Stijlvol en sierlijk. Daarna was ze driftig weggelopen. Boos omdat het belletje om haar nek veel te veel geluid maakte. De man bij de boom maakte een vreugdedansje. Ik ook. We hadden samen iets moois mee gemaakt. Nou ja, samen …


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

07-08-2015

Hork

Waarom wil hij er toch altijd een wedstrijdje van maken? Ik word er helemaal simpel van. Ik heb gelijk! Ik heb gelijk! Ik heb gelijk! Oké, jij hebt gelijk. Nou tevreden? Jij bent mijn gelijke. Gelijk heb je. Twee – nul. Ik geef je gelijk. Gelijk ook lik op stuk. Daar is de deur. Schaam je. Hou je dan geen enkele rekening met mijn gevoel? Heb je wel gevoel? Hork. Daarna slaat hij de deur hard achter zich dicht. Het is nog geen uur geleden.

Ik smeek je, kom terug. Laat me niet alleen. Met mezelf. Dat gaat niet lukken. Alsjeblieft. Wat doe ik toch verkeerd? Wat mankeert? Wat mankeert mij? Is die ander beter, lekkerder, leuker? Neukt ze nog? Echt? Dan heb je jouw gelijke gevonden mannetje. Amen. In hemelsnaam, wat moet ik nou toch zonder Frits, denk ik dan, vlug heel vlug. Mijn gedachten slaan op tilt. Het hart bonkt in mijn keel.

Ik bel Wilma. Mijn beste vriendin. Als er iemand een luisterend oor heeft dan is het Wilma.

“Nee. Hij komt niet meer terug. Hij kan de bomen in. Waarom? Hij is een hork. Een gevoelloos stuk vreten. Wat? Of ik hem mis? Wat denk jij? Natuurlijk mis ik hem? Ik kan het alleen niet goed verbergen. Ik ben ook zo’n emokip. Ja, morgen hebben we het eerste gesprek. Nee, het is een vrouwelijke advocaat. In mijn voordeel? Ik weet het niet? Zij spreekt wel recht en Frits mag dan gevoelloos zijn, hij kan paaien als de beste. Wat zeg je? Krijg je zo dadelijk bezoek? Nu? Moet je nu echt ophangen? Ik hou het niet meer. Ik hou nog van hem. Mag ik nog heel even zeuren? Toe. Ik wil nog eventjes uithuilen.”

Op de achtergrond hoor ik Wilma’s bezoek binnenkomen.

“Hoi schatje. Zit je aan de telefoon? Wie heb je aan de lijn? Een vriendin?”

Tuut, tuut, tuut, tuut …

“Frits! Frits?! … Friiiiiitsss!!! … Godverdomme … Het is niet waar … Wilma … Trut!!!”

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sexe
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)

06-08-2015

Love unlimited

Ik neurie mee op de muziek en het ritme van de naald die op en neer zigzagt door de huid die voor me ligt. Voorzichtig trek ik de huid wat naar me toe en ruik eraan. Mijn neusvleugels tintelen. De geur van olie heeft een hypnotiserende werking en schiet rechtdoor naar mijn hersenen. Ik wrijf de huid tegen mijn wang. Het plakt een beetje en geeft een opwindend gevoel. Het voelt net alsof ik drie regels cocaïne mijn neus heb ingejast. Ik schud mijn hoofd op en neer van voldoening en masseer de lange haren die in mijn nekplooi vallen teder van links naar rechts. Het walsen van mijn blonde lokken geeft een nog grotere kick.

In de grote passpiegel die naast me staat zie ik dat mijn haren weer wat gegroeid zijn. Met een goudkleurige borstel breng ik mijn lokken omhoog en laat ze daarna met een korte zwiep uit de borstel omlaag vallen. Ze springen dartelend neer op mijn blote schouders..
I’m so glad that I’m a woman, I, and know I wouldn’t trade. I know I got it made.
Voorzichtig wieg ik met mijn heupen op de stoel achter de naaimachine ritmisch mee op de zwoele muziek die door de kelder stroomt.
We are the life line of mankind. And now is the time for me.

De huid is bijna af. Voorzichtig trek ik hem weg van de naaimachine en drapeer hem voor de spiegel over mijn blote lijf. Ik ben nog niet helemaal tevreden. Er mist nog iets. Glans en kleur. Er zit niet genoeg leven in.
Achterin de kelder hoor ik nu geschreeuw. Hoge schelle kreten. Toch niet weer? Ze heeft zich vandaag zo goed gedragen. Het irriteert me mateloos. Sssssttttttt … darling … nog even wachten, jij bent zo dadelijk aan de beurt. Ik heb duidelijk nog een nieuwe verse huid nodig. Ik slijp de messen.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sexe
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)

Duivels maatpak

Eigenlijk is het best een lekker jong. Anders gebouwd is hij dan ik. Robuuster. Bredere schouders, smallere heupen. Ook is hij meer gespierd. Kijk hij zwelt de spieren even voor me op. Hoe stoer. Doet hij dat nu om indruk te maken? Op wie, op mij? Nergens voor nodig. We zijn immers alleen. Wij met z’n twee.

Zeggen doet ie niet veel. Wat valt er ook te zeggen? De prachtige natuur waarin we bivakkeren legt ons simpelweg het zwijgen op. De zon schijnt over zijn glanzend witte huid. Wat is hij mooi. Zijn blauwe pretoogjes schitteren ondeugend. Hij weet het, hij is voor mij alleen. Een godsgeschenk. Veel mooier dan de wolf en de beer, de stieren, tijgers en de leeuwen. Mijn blonde reus. Hij kan praten, zingen en neuriën. Niet zijn favoriete hobby’s, maar toch. Met deze dappere dodo wil ik best wel even flikflooien.

Maar eerst moet er goed gegeten worden. De liefde van de man gaat door de maag is mij ingefluisterd. Gelukkig heb ik geduld. Vandaag is een perfecte dag om hem te plukken. Mijn lekker kippetje, mijn lief schattig varkentje. Wat ligt hij lekker daar in het groen. Ik duw een lekkere appel in zijn mond. Jonagold. Maar niet nadat ik hem eerst zelf geproefd heb. Bittersweet. Zonde. Doodzonde. Had ik niet moeten doen.

Onze naaktheid is voorgoed in het pak gestoken. Mijn adonis draagt opeens een vale jeans en een foute witte blouse. Die hangt ver open, ik kan zijn borsthaar zien. Had hij dat eerst ook? Borsthaar? Ik weet het niet meer. Ikzelf lig in een strak grijs kokerrokje en zijden blouse op het gras. Slip en borstenhouder houden van alles op hun plaats. Ik kan mijn benen amper bewegen. Had ik die zojuist niet om hem heen willen slaan? In een stevig tedere houdgreep? De appel smaakt plots zuur. Zo staan ook onze gezichten. Zuur en uitgekleed.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sexe
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)

31-07-2015

Columns van Harrie (Juli 2015)


Zuppa di ortiche / Uitdaging van de Maand / 07-07-2015

Mac slaat keihard de deur van het restaurant achter zich dicht. Mac van D., vernoemd naar een bekende hamburgerketen, was al heel wat plagerijen gewend. Maar dit sloeg alles. Brizl djeu, dat dit hem moest overkomen, als jonge recensent, in Italië nota bene. Maar ja, Italianen zijn ook bepaald geen lieverdjes. Zeker niet die uit Modena.

Mac van D. was het spuugzat, de arrogantie. Verzekerd van zijn macht als doorslaggevende en laatste post in het restaurantrecensiecircus, zou hij korte metten maken met de belabberde dienstverlening van Osteria Francescana. Hij zou een hele slechte recensie schrijven, absoluut. Dat had hij ook meteen kenbaar gemaakt aan chefkok Massimo.

Massimo, vernoemd naar een oud circus, was een plager en clown eerste klas. Hij had niet voor niets een garnituur van rauwe brandnetels laten serveren bij zijn beroemde ‘Zuppa di ortiche’. Zonder bestek. Het was immers een drinksoepje.

Massimo deed nooit iets zonder reden. Hij wist al lang welk restaurant in 2015 uitverkozen zou worden tot het beste ter wereld. Niet dat van hem maar dat van de Spaanse broertjes Roca uit Girona. Griss mich nich, de eerste prijs voor Catalanen, merde. Massimo was zo boos geworden van het publieke geheim, dat hij besloten had het verwachtte bezoek van Mac van D. speciaal vorm te geven.

De rauwe brandnetels waren niet ontneteld. Mac bleef jeuk houden aan zijn handen, tong, zijn gehemelte en lippen. Wat een stoethaspel was die Massimo. ‘Chefkok verprutst topgerecht en toppositie’, zo zou de titel luiden van zijn recensie in culinair magazine Soep. Zeker weten.

Zover is het nooit gekomen. In een klein steegje vlakbij Osteria Franscesca werd Mac na het verlaten van het restaurant omgelegd. Met een salvo hagel, chocolade hagel. Recht in zijn gezicht. Morsdood. Omgelegd door een man met zwarte cape en dito hoed en snor. Bij de lokale bevolking gekend als Capitan Iel Snorro. Een week later werd restaurant El Celler de Can Roca verkozen tot beste restaurant van de wereld 2015.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Het gevleugelde schaap / Uitdaging van de Maand / 07-07-2015

Ingezonden recensie verkiezing buitenluchtrestaurant 2015 getiteld: 'Als sterren aan de hemel staan'.

Opdrachtgever: Hella Kuipers (professioneel schrijfster en hobbykok)
Naam restaurant: Het gevleugelde schaap
Locatie: Pork (België)
Recensent: Kat Wezel (aka Harrie)

Locatiebeschrijving:
Tra omringd door loof- en dennenbomen. Verscholen in het struikgewas, een kleine buitenkeuken met drie potten hangend boven kleine vuurtjes. CO2-emissie: binnen de norm. Veiligheid: nauwelijks. Kuisheid: vettig.

Tafelschikking:
Op de grond. In het begin wel wennen. Plaats voor 25 personen. Gezeten op huiden van wolven, in kringopstelling aan lange lage tafels. Bij sommige huiden lichte twijfel. Lijken verdacht veel op poedel- en labradorpelsen. Nep dus.

Bediening:
Jonge kinderen. Vergunning voor aangevraagd. Keltisch gekleed. Vriendelijk maar niet echt kundig. Komen kracht tekort. Vooral bij het dragen van pullen en groot vlees.

Borden en bestek:
Borden van gevlochten tenen. Geen bestek. Er mag / moet met de handen gegeten worden. Tafelmanieren zijn navenant. Er wordt luidruchtig gesmakt. Dit vindt goedkeuring bij chefkok en filiaalhouder.

Eten:
Geen voor- en nagerecht. Een gemis.
Vlees: zwijn, rund of schaap (gevleugeld). Geroosterd of gekookt.
Vis: zee- of riviervis. Gebakken met zout, azijn en komein.
Alle gerechten geserveerd met brood. Droog.
Gekozen voor het gevleugeld schaap. Bleef helaas niet liggen op het bord. Geen beoordeling.

Drank:
Water, tarwebier (met honing) of wijn. Soms een halve pul gekregen. Werd bij het afrekenen niet moeilijk over gedaan. Had nog wel dorst na de maaltijd.

Muziek:
Op aanvraag. Wordt meestal geen gebruik van gemaakt. De enige beschikbare artiest speelt nogal vals.
Volgens het personeel mocht ik blij zijn dat de artiest toevallig een dag vrij had.

Openingstijden:
Variëren, afhankelijk van de leeftijden van het beschikbare personeel. Sommigen doen nog een middagdutje.

Reserveren:
Voor groepen, ja.

Dresscode:
Geen

Totaalbeoordeling:
Een vier. Had moeite met kinderarbeid, willekeurige openingstijden, slechte muziek, gebrek aan tafelmanieren en afwezigheid voor- en nagerecht. Doorslaggevend was echter de dikke ongelikte beer die in de keuken stond. Hij dabde voortdurend in zijn kruis tijdens het koken. Bah. Smakeloos. Griss mich nich.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Zuurtje / Uitdaging van de Maand / 08-07-2015

Dronken rol ik het restaurant binnen, mijn smaakpapillen gedrenkt in zoetzure alcohol. Om goed te kunnen proeven is het belangrijk om de belevingswereld van ervaringsdeskundigen te ervaren. Helaas kan ik zelf niet bogen op jarenlange ervaring. De laatste keer dat ik dronken was lijkt een eeuwigheid geleden. Ik weet niet eens meer hoe het proeft. Dat het niet naar honing smaakt herinner ik mij nu. Dat ervaar je alleen bij die andere dronkenschap. Die van de liefde. Dronkenschap die zowel voor- als achteraf geen koppijn geeft.

De liefde van een recensent gaat niet altijd over rozen. Gratis eten en drinken op kosten van de zaak, niet die van het geraadpleegde etablissement maar van de opdrachtgever, is niet altijd fijn. Brizl djeu. Enfin, ik dwaal af. Dronken rol ik bierrestaurant de Tierelier binnen. Ik tref alleen maar dronken mensen aan. Dat is goed. Ik heb me laten vertellen door een collega dat ik aan de ogen van de consument kan aflezen wat voor bier hij of zij gedronken heeft.

Ik neem de proef op de som. En ja hoor. Daar zie ik al een typisch gevalletje Leffe. Triple. Zeker weten. En daar links een Westmalletje. Ja, ja. En daar achterin een heel clubje Verboden vruchtjes. Ze zitten naast een zooitje Deugnieten. Van Brasserie du Bocq. Niet aankomen waarschuwde mijn collega. Geldt ook voor Mort Subite. Alleen geschikt voor kenners.

Diep in de nacht kom ik tot mijn eindconclusie. Ik twijfel. Griss mich nich. De Tierelier? Is dit nu de toplocatie? Ik mis toch een belangrijke smaak. De zoetjes, zoutjes en bittertjes heb ik ontdekt. Maar hoe zit het met de zuurtjes? Zonder zuur geen zoet. Ik moet dringend naar het toilet. En wat vind ik daar … ? Juist ja. Het zuur. Maar veel te laat. Locatie Tierelier komt voor mij helaas niet in aanmerking voor het precaire predicaat beste bierrestaurant van de Benelux. Ik teken het op. Eerst hangend boven en daarna zittend op de pot.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)



Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

02-07-2015

Sterretjesrestaurant

De bel is kapot. Na wat gezwaai voor het raam wordt de deur opengedaan. De deur klemt. Onze jassen worden aangenomen en de tafel aangewezen. De hele avond klinkt Bruce Springsteen door de ruimte. De ruimte heeft veel weg van een grote boksring. We hebben met drie personen gereserveerd bij restaurant Bij Ali. Een vleesrestaurant. En dat zullen we weten. Zodra we de bestelling hebben doorgegeven begint het foute feest.

Gang 1:
De ober brengt ons het voorgerecht. Dat bestaat uit een mager bloederig tomatensoepje met taaie soepstengels. De stengels hebben duidelijk geen krokantje. In de soep drijven wat stukjes tomaat en wat kleine zwarte beestjes. Na drie minuten gaat de gong. De soepborden worden onder onze neus, nog half vol, weggetrokken. Ik wil een opmerking maken totdat ik in de bloeddoorlopen ogen van de ober kijk. “Heeft het gesmaakt?”

Gang 2:
De ober brengt ons het hoofdgerecht. Dat bestaat uit een varkenskop met in zijn bek een grote vleestomaat. Geen groenten. Het vet druipt van zijn oren. De haartjes op de oren bewegen speels in de luchtstroom van de ventilator die op tafel is geplaatst. “Zeer heet!” Dat begrijpen we als na een hapje, de stoom uit onze neus en oren komt. Niet te vreten.

Gang 3:
De ober brengt ons het nagerecht. We durven het niet aan te raken. Het lijkt nog te bewegen. Aardbeien op een bedje yoghurt. Maar iets in de yoghurt beweegt. Het plopt ineens omhoog. Een oog. Een bloederig oog? Hoe komt dat daar terecht? Ik roep de ober.

De ober komt eraan. Hij houdt een hand voor zijn linkeroog. “Hoe komt het dat …?” Nog voor hij antwoord kan geven stormt de chefkok de ruimte binnen. Op maffe schoenen met lange springerige veters, ontbloot bovenlijf en een foute glimmende korte broek die breed wappert tussen zijn navel en knieën. Ik lach en kom niet meer bij. Totdat ik plotsklaps sterretjes zie. Heel veel sterretjes. Ontelbaar veel.

Naam restaurant: Bij Ali
Adres: Kleiparklaan 12, Rotterdam
Locatie: Stadscentrum
Aantal tafels: 40
Aantal sterren: Ontelbaar
Menukaart: Bloederig
Eten: Bloederig
Sfeer: Prettig agressief
Beoordeling (Schaal 1 op 10): 4

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)


Appelmoesvlieg

Ik was van plan een slechte restaurantrecensie te schrijven. Maar aangezien ik vanochtend tien afleveringen achter elkaar gekeken heb van MasterChef Nieuw Zeeland, kan ik niet anders dan lofuitingen geven. Sorry, ik weet het, dat is boring. Maar na mijn bezoek gisteren aan het sterrenrestaurant Hotel de Botel zult u begrijpen waarom. Van mij alleen maar uitingen als: Gorcious, Unbelievable, You nailed it, This is what cooking is all about, These flavours, sour, sweet, hot, spicy, perfectly combined.

Speciaal voor de gelegenheid heb ik mijn zoontje meegenomen. Het restaurant is immers kindvriendelijk. Althans zo stond het op de website. De klasse van het restaurant wordt al ingeluid bij de reservering. Ik volg een telefonische screening tot in het kleinste detail. Welke schoenmaat ik en mijn zoon hebben (om de juiste voetruimte onder tafel te bepalen), welke parfum ik draag (tafelkeuzes worden gemaakt op basis van geurprofielen), welke kledingkleuren mijn zoon en ik dragen (het restaurant heeft drie ruimtes die ieder een eigen kleurschema hebben, opdat de kledingkeuze van de gasten niet vloekt met het interieur). So far so good.

Mijn zoontje wordt welkom geheten door een echte clown. Deze zal ook gedurende het zevengangen-diner telkens komen met nieuwe trucjes en grapjes ter leeringh en vermaeck. Erg leuk. De klant is koning, nietwaar? Ook zal de clown als een ware chaperonne de stoel telkens af- en aanschuiven indien mijn zoontje even de benen wil strekken. Wat een geweldige service. Ik hoef het eten eigenlijk nauwelijks te recenseren. De omgeving en entourage is zo perfect dat er voor het eten amper woorden overblijven. Ware het niet dat de appelmoes van mijn zoontje bestierd wordt door een vervelende vlieg. “Een appelmoesvlieg”, spreekt de oberclown. “Niets aan de hand!” Hij vangt de vlieg af. Net op tijd. Op mijn kaviaar heeft ie gelukkig niet gepist.

De volgende dag is mijn zoontje ziek. Alsnog een slechte recensie schrijven? Toch maar niet. De culinaire CliniClown van Hotel de Botel wint.


Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)

De Heikrekel

Het kost moeite om het restaurant te vinden, diep verstopt in de Weertse bossen. Helaas geen wegaanduidingen en onvindbaar voor navigatiesystemen. GPS, GLONASS, BeiDou en Galileo, ze vangen allemaal bot. Maar eerlijk is eerlijk het is een prachtige locatie. De naam Heikrekel is enerzijds toepasselijk want hij staat op het menu. Anderzijds niet. Heikrekels in een bos?

Het restaurant is gebouwd in de vorm van een heikrekel. Niet echt handig, alsof je binnenstapt in een koperen vliegenasbak. Kent u ze nog? Met zo’n openslaande klep als vleugel. De ontvangst is niet bijzonder vriendelijk en het stinkt er verschrikkelijk. Het personeel is zelfs verrast dat ik het restaurant heb weten te vinden. Nu is er werk aan de winkel. Dat vindt het personeel schijnbaar niet leuk.

Er staat slechts een tafeltje met vier stoelen in de ruimte. Aan de wanden en aan het plafond hangen grote muskietennetten. Een donkere inrichting is het. Uit kleine geluidsboxen in de hoeken klinkt gezoem. Heel irritant. Ik krijg een menukaart in de handen gedrukt. Die heeft de vorm van een heikrekel. Er staat slechts een gerecht vernoemd. U raad het al. Heikrekel. Maar ik kan wel kiezen uit diverse bereidingen. Gekookt, gestoomd, gebakken, gefrituurd of rauw. Ik kies voor rauw.

Met een knikje duidt de nurkse ober op een vangnet dat in de hoek staat. Hij is kort van stof. Over drie minuten worden de heikrekels losgelaten. Ik moet zelf het eten vangen. Honderden heikrekels worden losgelaten. Al snel heb ik er een te pakken. Angstig vouwt het beestje zijn rechthoekige vleugels onder zijn schild. Hij kent zijn lot.

Het bord dat ik voorgeschoteld krijg ziet er niet uit. Een rauwe heikrekel aan een klein kettinkje en verder geen enkele garnering. Ik heb geen trek meer. Uit de muziekboxen klinkt muziek: Waarom, waarom, waarom … ? Dit eco-biologisch restaurant verdient geen hoofdprijs. Ik ontraad het iedereen. Om te huilen zo slecht, zo klantonvriendelijk.


Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)

30-06-2015

Columns van Harrie (Juni 2015)


Dieven / Uitdaging van de Maand / 04-06-2015

Ik kan me er vreselijk kwaad om maken. Dieven in mijn bos. Het is vooral de jeugd tussen zestien en twintig die zich eraan zondigt. Eerlijkheid gebied te zeggen dat ook ik mij er wel eens aan gezondigd heb. Maar dat was dan uit vergeetachtigheid en ingegeven door kritische vragen van mijn ouders. ‘Heb je wel een cadeautje gekocht?’

De vergeetachtigheid van een puber vergoelijkt kleinburgerlijke zondes. Maar niet in mijn bos. Griss mich nich. Dieven. Het mag eenvoudigweg niet. De onschuld heeft de laatste jaren plaatsgemaakt voor doelbewust jatten. De financiële crisis is de boosdoener geworden, schuilhut voor onschuldig wangedrag.

Het is juni. De diploma-uitreiking en feestjes staan er aan te komen. Het dieven is allang ingezet. Opdat de oogst straks veel groter is. Het jonge spul is in mijn bos eerst bij de oksel genomen, onthaart als het ware. De groei is gestaag gevorderd en puilt uit in geuren en kleuren. In rood, geel en wit.

Al jaren loopt het uit de hand. Dit jaar besluit ik voortijdig in te grijpen. Het dieven, jatten, stelen moet gewoon een halt toegeroepen worden. Bij het woord ‘halt’ vreest mijn doelgroep al. Aan papiertjes prikken hebben de meesten een broertje dood. Voor paal staan in de pubertijd is not done.

Mijn hinderlaag is eenvoudig. Ik lig gewoon klaar in de bosjes waar de oogst welig tiert, op wacht met een buks vol hagel. Pubervriendelijke hagel, van pure chocola. Ik ben onherkenbaar verkleed, met een pet diep over mijn oren getrokken. Een camouflagepet behangen met boshyacinten.

Een verrekijker is niet nodig. Ik zie ze van verre al aankomen. Ze dragen een rolletje blinkende aluminiumfolie in hun hand en een brede glimlach op hun gezicht. Alles schittert in de zon. Geslaagd gaan ze naar ieder feest, met proletarisch verworven trofeeën uit mijn bos. Jeugdherinneringen schieten door mijn hoofd. Bevrijding, lol en dolle pret temperen mijn ingehouden woede. En ik besluit, vandaag laat ik de jeugd de jeugd.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 10e schrijfopdracht op ColumnX (juni 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
Omschrijf een welbekend spreekwoord. Benoem het absoluut niet, ook geen delen van het spreekwoord, maar maak een mooi verhaal van bijvoorbeeld een situatie waarin iemand dat spreekwoord zou kunnen verzuchten. Kies geen streekwoorden of een nauwelijks bekend spreekwoord (Dan schiet je de opdracht voorbij). Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325).


Jabotski versus Godeliefkens / Uitdaging van de Maand / 05-06-2015

Het was de zoveelste heiligverklaring in mijn bos, tevens afsluiter van het jaarlijkse druïdecongres. De Poolse druïde Strabenitzas was voorgedragen dit jaar. Een terechte keuze volgens velen. Alleen Jabotski was het er niet mee eens. Hij betuigde zijn onvrede met listige vragen.

Waar haalde de Joodse Jabotski het lef vandaan om te twijfelen aan de heiligverklaring van Strabenitzas? Omdat deze wellicht nog in levende lijve op de wereld was? Een blinde kon zien wat voor een verdiensten en wonderen deze Pool verricht had in zijn nog prille bestaan. Hij was nog maar pas geleden veertien geworden. Dat kon geen reden zijn om de heiligverklaring geen doorgang te laten vinden. Wonderen kun je ook verrichten voor je veertiende. Griss mich nich.

Jabotski, kampioen in alles in twijfel trekken, opperde dat dat toch echt niet kon. Hij beweerde dat als het congres hem even de tijd gunde hij zo kon laten zien dat van heiligverklaring van Strabenitzas geen sprake kon zijn. En zo geschiede.

In vlot Joods haalde Jabotski maar liefs tien argumenten naar voren die hout sneden. Tot grote verbazing van de hele goegemeente. Bijna alle druïden vielen haast van hun stoel. En toch wilden zij er niet aan geloven. Wat Jabotski inbracht aan argumenten klopte gewoon niet.

Jabotski’s tegenpool en grootste opponent druïde Godeliefkens vroeg nu het woord. De Belgische gezant, bijna rechtstreeks uit de hemel gezonden en zelf al jarenlang heiligverklaard verwierp in duidelijke taal alles, maar dan ook alles wat Jabotski zojuist naar voren had gebracht. De goegemeente klapte haar handen stuk. Godeliefkens had gelijk.

Strabenitzas werd heiligverklaard. In grote blijdschap dronk de veertienjarige knaap in een teug zijn limonade op. Jaboski lepelde zuur zijn glaasje leeg. Het gele goedje plakte pesterig aan zijn gehemelte. Zijn protest en gekakel had helaas niet geholpen. Godeliefkens verkoos een godendrankje samen met zijn metgezellen. Het spoelde de laatste twijfels weg.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 10e schrijfopdracht op ColumnX (juni 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
Omschrijf een welbekend spreekwoord. Benoem het absoluut niet, ook geen delen van het spreekwoord, maar maak een mooi verhaal van bijvoorbeeld een situatie waarin iemand dat spreekwoord zou kunnen verzuchten. Kies geen streekwoorden of een nauwelijks bekend spreekwoord (Dan schiet je de opdracht voorbij). Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325).


Schuilbos / Gein & Ongein / 17-06-2015

Mijn bos is een schuilplaats. Voor mensen en dieren. Zo moet het ook zijn. Inclusief of ondanks oorlogen van zoet minnen. In bossen worden mens en dier zonder vooroordeel ter wereld gebracht en ontvangen. Als onbeschreven bladeren. Sommigen verlaten het bos om nooit meer terug te keren. Zij vliegen uit. Het eten en dromen achterna. Op zoek naar voeding voor lijf en hoofd. Anderen blijven braaf binnen de bosrand, de omheining, het gedachtenhek. Hen ontbreekt de moed, al dan niet ingegeven door angst. Of erger nog, ingegeven door dictatuur. De heerser(es) staat ontsnappen niet toe. Alle middelen worden dan ingezet om toch de gedachtenbarrière en de angst, handen en voeten te geven. Om op de vlucht te slaan. Met of zonder kroost. Vrijheid doet leven. Gebondenheid slaat dood.

Mijn bos is een schuilplaats. Voor lieve mensen en stoute. De een bestaat niet zonder de ander. Zonder goed geen kwaad. De struikrover rooft geen struiken. De jachtopziener is niet blind. De vogelspotter steekt de draak met andere gevleugelde dieren. Ze kunnen uiteindelijk allemaal met elkaar door een deur. Een grote deur. Mijn bos kent geen deuren. Het staat altijd open. Voor iedereen. Voor degenen die zijn komen zwemmen. Voor degenen die komen met de boot. De bossen zijn een huis voor iedereen. Dus laat maar komen. Bossen zijn voor alle volkeren. Ze vormen een prima huis. Mijn bos dat houdt van huisgenoten. In oudheid, middeleeuwen, renaissance en moderne tijd. Laat volkeren gerust verhuizen. Griss mich nich. Brizl djeu.


Skinny dipping / Gein & Ongein / 22-06-2015

Wauw eindelijk is het dan zover. De langverwachte dag, het langverwachte seizoen. Lang, lang, ga ik ervan genieten. De hele dag. De langste dag. Van zonsopgang tot zonsondergang en dan nog een paar uurtjes. Honderdduizend kleuren groen zeggen dat het goed is. Honderdduizend tinten licht verblijden mij. Zelfs de dieren zijn blij. Ze hummen anders, ze kieren zelfs, ze kitkatten en ze tortelen. Gans anders. Blijer. Zwoeler. Ik kan het even niet vatten. Het is too much. Alleen de temperatuur die blijft wat achter. Van buiten dan. Van binnen kolkt het door mijn bloed. Het bloed dat sneller lijkt te stromen. Skinny deap. Ik zie het kruipen onder mijn vel. Het zwelt alles op.

Een blonde vrouw struint door mijn bos. Is zij wel veilig hier? Ben ik wel veilig hier? Griss mich nich. Wat is ze mooi. Ze is niet alleen. Helaas. Wat een vervolg. Allemaal blijde mensen. Ze huppelen, dansen, draaien door mijn bos. Ze buigen door hun knieën en richten zich naar mij. Kijken blij en flirten. Ja … flirten … flirten met de zon. Flirten met de langste dag. Zomerflirt. Oo oo ooho oo. Skinny deap. De blondine rent stoer voorop. Ze bolt haar wangen en trekt haar mond een beetje scheef. Knipoogt zwoel. Oohooohoooo. Skinny deap komt ze bij me binnen. Raakhout wordt er bijna bang van. Brizl djeu. Zo heeft hij zijn baasje lang niet meer gezien. Ooit, ooit, was Raakhout zelf verliefd. Op een blonde pad met een aardig keeltje. Maar deze versie slaat toch echt wel alles. Wat een mooie vrouw. Ohohhoooo oho … skinny deap. Mooie schaduwen in de hete zon.

Het gezelschap trekt door het bos. De blonde vrouw is leading. Blij holt iedereen achter haar aan. Zo nu en dan gaan ze voor haar door de knieën en maken een klein Papoeadansje. Als roze krijgers dansen ze rond de blonde vrouw. Stampvoetend op een mooie zomerbeat. Ohooho ohooohoooo oo oh … skinny deap. De zon gaat langzaam onder. Het gezelschap is aangekomen bij een prachtig water. Het water lonkt zwoel en uitnodigend in dampende stralen van een niet aflatende zon. Met hese zomerstem zingt de blonde vrouw haar gezelschap toe. De langste dag moet in stijl afgerond. Het water is nog wat koud. Iedereen doet zijn roze kleren uit. De zon gaat onder … het water voelt nu fijn. Ohoo ohohoho oo oo … The sun goes done. Skinny dipping …


Plan Hittepetit / Actualiteiten / 30-06-2015

Het wordt heet, heel heet de komende dagen. Ik merk het aan alles en iedereen. Ook in mijn bos. Brizl djeu. Ik zie vogeltjes anders vliegen en fluiten. Niet het fluiten zoals bij paniek. Wanneer een poes of roofvogel hen territorium beloert. Nee, het is nog anders. Het is een natter fluiten. Sproeierig bijna. Alsof ze de weersvoorspelling al bewaarheid zien.

Als je goed kijkt zie je druppels aan hun puntige bekjes hangen. Hun interne koelmachines lijken al opgestart. Niks geen airco of ventilator waaraan zij zich kunnen laven en koelen. Nee, zij moeten het hebben van interne hitteafdrijving. Normaal gaat dit met opengesperde bek. Maar nu constateer ik toch wat anders. De druppels aan de bekjes is geen goed voorteken. Griss mich nich. Dit is een voorbode op een ernstige situatie. Dit vraagt om alertheid en extra zorg.

Zeker de oudere vogels die meestal wat meer in het hart van het struikgewas leven moeten oppassen. Zij willen nog wel eens de takken om hen heen buigen. Tegen de tocht. Maar dat is juist niet goed. Bij plus dertig graden moet juist alles open. De takken dus wijd open zetten. Maar ja. Leg dat maar eens uit aan een oude mus of merel. De vink en de oude roodborst kan daar ook niets mee. Het vraagt om extra ondersteuning. Het goede voorbeeld geven kan daarbij helpen. Ik zit dan ook voortdurend in de struiken en wapper met de takken dat het een lieve lust is.

Ik wil niet meemaken dat straks mijn bos bezaaid ligt met dode vogeltjes. Waarom alleen zorg voor de vogeltjes? Die vraag schiet u nu wellicht te binnen. Heel simpel. Omdat Raakhout zorg draagt voor alle andere dieren in het bos. De vogeltjes zijn eenvoudigweg de grootste en meest kwetsbare doelgroep. De zorg voor hen heb ik mezelf maar opgelegd. Raakhout doet de rest.

Uiteraard houden we ons aan een gemeenschappelijk plan. Dat hebben we vorig jaar uitgedacht. Het Hittepetitplan moet alle dieren veilig stellen voor de komende dagen. De temperatuur loopt de komende vier dagen op tot maar liefst vierendertig graden. En wat daarna komt is nog maar de vraag. Mijn eigenste weersvoorspellinggoeroe Grut Graad zit er nooit ver langs. Ik houd voor de zekerheid de koelvesten paraat. Nu maar hopen dat het allemaal meevalt.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.