Gaston en Winston zitten vooraan in de bus, op het bankje achter de chauffeur. De bus draait de A1 op, buiten is het dertig graden. Hartje zomer dus. In de scherpe bocht van de oprit voelt Gaston zijn maag draaien. Het is nog een lange rit naar Kerkrade. Vandaag start de nieuw reclamecampagne van de Nationale Postcode Loterij.
De nieuwe slogan: 'Flaneer mee in de straten van de Limburgse Mediterranee. Doe mee! En win vijfhonderd miljoen'. De slogan is verzonnen door Gaston. Hij was dit keer aan de beurt.
In het laatste stukje bocht van de oprit van de A1 voelt Gaston wat brokjes in zijn keel. Het is niet waar? Het smaakt wat zuur. Toch niet de foute frikadel speciaal van vanmiddag? Hoe dan ook, het smaakt smerig. Concentreren is het enige dat helpt en diep ademhalen. Maar als Gaston door de raam van de bus in het weiland langs de A1, de koeien loom ziet herkauwen, houdt hij het niet meer binnen. Stukjes frikandel spatten uit zijn mond. Van schrik houdt hij zijn hand voor de mond waardoor een sproei-effect ontstaat. De stukjes spatten tegen de raam en over Winston. Getver. De witte broek van Winston is niet langer wit. Gevlekt rood. Postcoderood.
Winston in paniek. Hij heeft geen reservekleding bij zich. Hoe moet dat nou? Zo kan hij toch niet verschijnen bij de start van de reclamecampagne. Onderweg dan maar even stoppen. Gaston ziet bleek. Waren ze maar niet met de bus gegaan. Maar ja, dat is een beetje moeilijk, met al het reclamemateriaal. Bovendien moet er nog geoefend worden met de nieuwe slogan. Alle nationale ambassadeurs, bekende Nederlanders, zijn voor deze speciale campagne ingezet. Zelfs de internationale ambassadeur is opgetrommeld. Voor een dag overgevlogen van Roland Garros. Tot op heden schiet de deelname van Limburg aan de Nationale Postcode Loterij te kort. Er is nog winst te behalen. En dan komt Winston in beeld. Maar eerst moet Gaston wat fitter worden. Maar Gaston heeft last van gas on. Hij moet nu ook poepen. Nee!
Winston ziet de bui al hangen. Hij kent Gaston al wat langer dan vandaag. En dit zijn tekenen waarbij kordaat optreden noodzakelijk is. Eerst overgeven en dan poepen, dan weet Winston genoeg. Hij tikt de buschauffeur op zijn schouder en vermaant hem onmiddellijk te stoppen. De buschauffeur draait de bus zo snel als ie kan de vluchtstrook op. Hij heeft al vaker met dit bijltje gehakt. Gaston spurt de bus uit en trekt zijn broek omlaag. Bijna te laat. Onder tegen de berm spat de diarree uit zijn broek en drupt tussen zijn benen door het gras in. Als hij opkijkt ziet hij hoe een nieuwsgierige koe, met lodderige ogen en gras smakkend, hem aankijkt. Wat een shitberoep heb ik toch, denkt Gaston.
Net op tijd arriveert de bus in Kerkrade. Winston heeft nog onderweg een witte broek kunnen scoren. De reclamecampagne kan beginnen. De line-up van nationale beroemdheden en die ene internationale is in de bus wel honderd keer geoefend. Dat komt ervan als de internationale alleen maar Spaans spreekt. Uiteindelijk is het inclusief de sloganrepetitie allemaal nog goed gekomen. De Nationale Postcode Loterij. Doen! Bamos, roept Nadal. De reclameborden worden uit de bus gesleurd. Het feesten kan beginnen. Maar voor Gaston vandaag geen frikadel speciaal meer. Hij heeft genoeg van Nationale Postcode Loterij schijterij.
Posts tonen met het label diarree. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diarree. Alle posts tonen
19-01-2018
31-03-2017
Columns van Harrie (maart 2017)
Dia(r)ree-alarm / Gein & Ongein / 22-03-2017
Mozes kriebel. Wat heeft Raakhout in hemelsnaam uitgevreten? Wat mankeert dat beest? Die stomme pad heeft het hele bos ondergescheten. Overal ligt groene poep. Bah. Achter een boom zit Raakhout stilletjes te huilen. Hij kan er ook niets aan doen. Gewoon iets verkeerds gegeten gisteren? Maar wat heeft ie dan precies gegeten? Zijn dagelijkse kost meer niet. En ik kan het weten. Ik was erbij. Dan moet er toch iets vreemds in het eten hebben gezeten. Of zou het door de ree gekomen zijn? De ree die op de laatste dia stond. Gisteren hadden we zoals altijd in het begin van de lente een dia-avond. Heerlijk ouderwets. De laatste dia bevatte een mooie ree. Bambi verbleekt erbij. Maar het kan natuurlijk zijn, dat hoe goed het kleine reetje ook op het diapositief stond, het omkeerprocedé er mogelijk voor heeft gezorgd dat nog een ander omkeerprocedé in gang is gezet. De ervaring, en zeker die met Raakhout, leert dat omkeerprocedés een laxerende werking hebben op de stoelgang van Raakhout. Het is hem ook aan te zien. Zijn ogen staan op bruin. Hij is met geen stok achter zijn boom vandaan te krijgen. Ook dat nog. Maar geen nood. Hij mag er rustig even blijven zitten. We hoeven nog niet op pad.
Raakhout op pad? Ja, want ook Raakhout is ontvankelijk voor de liefde. En de liefde die hangt in de lucht. Right now. Maar ja, dan kun je natuurlijk niet bij je potentiële verovering met dit soort flauwekul aankomen. Met poep in de broek. De concurrenten lachen zich een deuk. Je zult toch hartje lente geen partner kunnen vinden omdat je voortdurend de broek vol hebt. En dan ook nog eens geeneens van angst. Nee, Raakhout houdt zich nog eventjes schuil. Intussen is de concurrentie al ijverig aan de slag gegaan. De padden blazen zich allemaal op gelijk pubers op de kermis bij de botsauto's. Ze duwen, trekken en stoten dat het een lieve lust is om bij de meisjes in de gratie te vallen. Die laten de jongens op hun beurt in hun sop, en nu ook poep, gaarkoken. Een stukje verderop staat het hoogtepunt van de voorjaarskermis. De kamelenrenbaan, alleen dit keer, waarom weet niemand, uitgevoerd in reetjes. De attractie schijnt uit het hoge noorden van Zweden te komen. Lapland om precies te zijn. De reeën verbeelden eigenlijk elanden, maar ja, die kennen ze dan in Nederland weer niet. En zeker niet in zo'n dorp als Nummer Een. Dus hebben ze er reeën van gemaakt. Best wel schattig eigenlijk.
Plots komt Raakhout tevoorschijn. Hij heeft nog wat verse bladeren weten te vinden waarmee hij dankbaar zijn achterste en poten mee heeft afgeveegd. Nu nog hopen dat alles eruit is. Hij wil liever niet van een koude kermis thuiskomen straks. Het dia(r)ree-alarm is vooralsnog opgelost. In de verte ziet hij zijn favoriete paddenmeisje al staan. Ze heeft contact met Dragonietes, zijn beste vriend, een rugstreeppad. Die kijkt met verliefde grote gele ogen naar het mooiste meisje van het bos, zijn meisje. Griss mich nich, brizzl djeu, erop af, geen tijd te verliezen. Schuwsanne is voor hem. Voor Raakhout en voor niemand anders. Zijn hart bonkt. Een goed teken. Leven in de paddenbrouwerij. Let's go!
Weet ik nog niet / Gein & Ongein / 29-03-2017
Weet ik nog niet, weet ik nog niet? Wat is dat nu weer? Wat weet je nog niet? Je weet nog niet eens wat ik je wilde vragen? En dan al bij voorbaat reageren met 'Weet ik nog niet', dat gaat zelfs mij te ver. Doe dat maar bij je schrijfclubje. Van die quasi-non-antwoorden geven. Hoezo, weet ik nog niet? Hoe vaak hebben we inmiddels al uitgelegd dat deze manier van werken niet werkt. Brizzl djeu. Griss mich nich. Is jouw geheugen dan zo slecht? Daar moeten we nodig verandering in brengen. Volgende week maandag geheugentraining. In de tussentijd wil ik dat je de tafel van een tot en met zes uit je hoofd leert. Denk en tel maar in vliegen. Dat helpt. Raakhout trekt zijn dikke tong naar binnen en kijkt me wat onnozel aan. Meent ie dat nou, zie ik hem denken. Ja, dat meent je baasje. En nu aan de slag.
Eerst maar eens wat hout sprokkelen. Tafel een tot en met zes. Dat zijn er nogal wat. Die kan ie beter eerst visualiseren. Met vliegen lukt dat niet. De snelle zijn te snel en de trage zijn te lekker. Dat schiet niet op voor Raakhout. Maar gelukkig redt hij het net voor zondag. Heeft ie nog precies een dag om zich voor te bereiden op die vervelende geheugentraining. Hij weet nu al wat zijn baasje hem gaat vragen. Wel zo makkelijk. Voor het juiste antwoord moet hij nog even aan de bel trekken en op pad. Beiden vinden plaats in dezelfde straat. Dat scheelt weer tijd. Maar alleen voor zijn baas. Hijzelf heeft er eigenlijk niet zoveel aan.
Weet ik nog niet. Daar moet ie ook nog even een oplossing voor verzinnen. Eigenlijk weet hij het wel, maar wil hij het niet loslaten. Gezichtsverlies. Er is niets vreselijker dan gezichtsverlies. En we hebben het al eerder vermeld. Gezichtsverlies lijd je alleen maar door het verdwijnen van dingen. Gladde strakke huid bijvoorbeeld. Maar daar krijg je toch ook iets voor terug zou je denken. Klopt. Rimpels. En die wil je niet. Nog niet. Of zal hij het dan toch maar opbiechten. Zijn lieve baasjes ziet, hoort, voelt, proeft, ruikt toch alles. Hij is verliefd op Schuwsanne, de meisjespad, de jongste telg van familie Honddol. Schuwsanne Hondol. Daar is Raakhout sinds kort helemaal verliefd op. En hij heeft het vermoeden dat iedereen dat al weet behalve Schuwsanne en hijzelf. Werk aan de winkel. Een winkel die zich voorlopig beperkt tot het foerageren van lekkere hapjes. Vliegjes in alle kleuren, maten en smaken. Geen enkel probleem voor meesterjager Raakhout.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Mozes kriebel. Wat heeft Raakhout in hemelsnaam uitgevreten? Wat mankeert dat beest? Die stomme pad heeft het hele bos ondergescheten. Overal ligt groene poep. Bah. Achter een boom zit Raakhout stilletjes te huilen. Hij kan er ook niets aan doen. Gewoon iets verkeerds gegeten gisteren? Maar wat heeft ie dan precies gegeten? Zijn dagelijkse kost meer niet. En ik kan het weten. Ik was erbij. Dan moet er toch iets vreemds in het eten hebben gezeten. Of zou het door de ree gekomen zijn? De ree die op de laatste dia stond. Gisteren hadden we zoals altijd in het begin van de lente een dia-avond. Heerlijk ouderwets. De laatste dia bevatte een mooie ree. Bambi verbleekt erbij. Maar het kan natuurlijk zijn, dat hoe goed het kleine reetje ook op het diapositief stond, het omkeerprocedé er mogelijk voor heeft gezorgd dat nog een ander omkeerprocedé in gang is gezet. De ervaring, en zeker die met Raakhout, leert dat omkeerprocedés een laxerende werking hebben op de stoelgang van Raakhout. Het is hem ook aan te zien. Zijn ogen staan op bruin. Hij is met geen stok achter zijn boom vandaan te krijgen. Ook dat nog. Maar geen nood. Hij mag er rustig even blijven zitten. We hoeven nog niet op pad.
Raakhout op pad? Ja, want ook Raakhout is ontvankelijk voor de liefde. En de liefde die hangt in de lucht. Right now. Maar ja, dan kun je natuurlijk niet bij je potentiële verovering met dit soort flauwekul aankomen. Met poep in de broek. De concurrenten lachen zich een deuk. Je zult toch hartje lente geen partner kunnen vinden omdat je voortdurend de broek vol hebt. En dan ook nog eens geeneens van angst. Nee, Raakhout houdt zich nog eventjes schuil. Intussen is de concurrentie al ijverig aan de slag gegaan. De padden blazen zich allemaal op gelijk pubers op de kermis bij de botsauto's. Ze duwen, trekken en stoten dat het een lieve lust is om bij de meisjes in de gratie te vallen. Die laten de jongens op hun beurt in hun sop, en nu ook poep, gaarkoken. Een stukje verderop staat het hoogtepunt van de voorjaarskermis. De kamelenrenbaan, alleen dit keer, waarom weet niemand, uitgevoerd in reetjes. De attractie schijnt uit het hoge noorden van Zweden te komen. Lapland om precies te zijn. De reeën verbeelden eigenlijk elanden, maar ja, die kennen ze dan in Nederland weer niet. En zeker niet in zo'n dorp als Nummer Een. Dus hebben ze er reeën van gemaakt. Best wel schattig eigenlijk.
Plots komt Raakhout tevoorschijn. Hij heeft nog wat verse bladeren weten te vinden waarmee hij dankbaar zijn achterste en poten mee heeft afgeveegd. Nu nog hopen dat alles eruit is. Hij wil liever niet van een koude kermis thuiskomen straks. Het dia(r)ree-alarm is vooralsnog opgelost. In de verte ziet hij zijn favoriete paddenmeisje al staan. Ze heeft contact met Dragonietes, zijn beste vriend, een rugstreeppad. Die kijkt met verliefde grote gele ogen naar het mooiste meisje van het bos, zijn meisje. Griss mich nich, brizzl djeu, erop af, geen tijd te verliezen. Schuwsanne is voor hem. Voor Raakhout en voor niemand anders. Zijn hart bonkt. Een goed teken. Leven in de paddenbrouwerij. Let's go!
Weet ik nog niet / Gein & Ongein / 29-03-2017
Weet ik nog niet, weet ik nog niet? Wat is dat nu weer? Wat weet je nog niet? Je weet nog niet eens wat ik je wilde vragen? En dan al bij voorbaat reageren met 'Weet ik nog niet', dat gaat zelfs mij te ver. Doe dat maar bij je schrijfclubje. Van die quasi-non-antwoorden geven. Hoezo, weet ik nog niet? Hoe vaak hebben we inmiddels al uitgelegd dat deze manier van werken niet werkt. Brizzl djeu. Griss mich nich. Is jouw geheugen dan zo slecht? Daar moeten we nodig verandering in brengen. Volgende week maandag geheugentraining. In de tussentijd wil ik dat je de tafel van een tot en met zes uit je hoofd leert. Denk en tel maar in vliegen. Dat helpt. Raakhout trekt zijn dikke tong naar binnen en kijkt me wat onnozel aan. Meent ie dat nou, zie ik hem denken. Ja, dat meent je baasje. En nu aan de slag.
Eerst maar eens wat hout sprokkelen. Tafel een tot en met zes. Dat zijn er nogal wat. Die kan ie beter eerst visualiseren. Met vliegen lukt dat niet. De snelle zijn te snel en de trage zijn te lekker. Dat schiet niet op voor Raakhout. Maar gelukkig redt hij het net voor zondag. Heeft ie nog precies een dag om zich voor te bereiden op die vervelende geheugentraining. Hij weet nu al wat zijn baasje hem gaat vragen. Wel zo makkelijk. Voor het juiste antwoord moet hij nog even aan de bel trekken en op pad. Beiden vinden plaats in dezelfde straat. Dat scheelt weer tijd. Maar alleen voor zijn baas. Hijzelf heeft er eigenlijk niet zoveel aan.
Weet ik nog niet. Daar moet ie ook nog even een oplossing voor verzinnen. Eigenlijk weet hij het wel, maar wil hij het niet loslaten. Gezichtsverlies. Er is niets vreselijker dan gezichtsverlies. En we hebben het al eerder vermeld. Gezichtsverlies lijd je alleen maar door het verdwijnen van dingen. Gladde strakke huid bijvoorbeeld. Maar daar krijg je toch ook iets voor terug zou je denken. Klopt. Rimpels. En die wil je niet. Nog niet. Of zal hij het dan toch maar opbiechten. Zijn lieve baasjes ziet, hoort, voelt, proeft, ruikt toch alles. Hij is verliefd op Schuwsanne, de meisjespad, de jongste telg van familie Honddol. Schuwsanne Hondol. Daar is Raakhout sinds kort helemaal verliefd op. En hij heeft het vermoeden dat iedereen dat al weet behalve Schuwsanne en hijzelf. Werk aan de winkel. Een winkel die zich voorlopig beperkt tot het foerageren van lekkere hapjes. Vliegjes in alle kleuren, maten en smaken. Geen enkel probleem voor meesterjager Raakhout.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
05-09-2016
Kort door de bocht
Ik kan amper boven het dashboard uitkijken, maar geef geen kik. De kick komt van mijn aanhang. Grote vlaggen dragen ze bij zich, voor de gelegenheid ontworpen. Gemaakt van versleten beddenlakens en bezemstelen. Ze steken de vlaggen fier omhoog en wapperen met groot gebaar. Wat erop staat ga ik hier niet neerschrijven, te gênant voor woorden. Waren het maar woorden die erop stonden, dan kon ik er nog iets mee. Nee, deze afbeeldingen kunnen voor mij zelfs niet door de beugel. Hoe hebben ze de vlaggen überhaupt binnen gekregen?
Hulpeloos staar ik door mijn helm. Een oudje, geleend van een collega op mijn werk. Eigenlijk is het een motorhelm, maar ach, wat kan het bommen. Langzaam beslaat de binnenkant. Mijn zware ademhaling is daar debet aan. Hoe houd ik nu mijn ruitje schoon? Gelukkig ziet en vermoedt mijn vrouw de paniek en komt aangestormd. De stewards langs de kant laten haar begaan. Aan de fanatieke geestdrift op haar gezicht lezen ze snel af dat ze beter niet kunnen ingrijpen.
De zakdoek die mijn vrouw over de binnenkant van de omhoog geklapte plastic klep wrijft stinkt naar Eau de Cologne, het wondermiddel tegen slechte adem. Ik kijk haar boos aan. Meer kan ik niet doen want ik zit volledig vastgeklemd. Ik probeer nog wat door mijn dikke omgeslagen shawl te murmelen, maar ook dat heeft geen effect. Ik ben volledig overgeleverd aan de bolide en aan mijn vrouw. "Ik laat de klep wel een stukje openstaan, dan slaat ie niet meer aan ... succes!"
Mijn vrouw wordt door een steward van de racebaan getrokken. Maar ze rukt zich los. Eerst nog even het dopje op de Eau de Cologne doen. De steward laat haar begaan. Wijs.
Ik kijk op het gele memootje dat met extra plakband op het dashboard is vastgeplakt. Vijf tips waaraan ik mij moet houden voor een succesvolle race. Ik dreun ze in gedachten hardop voor. De wollen wintershawl kriebelt in mijn nek en voor mijn mond. Ik had toch beter de zijden genomen. Maar ja, het zijde zweet te veel en kan wegglijden tijdens de race. En dat wil ik niet.
De spanning stijgt. Ik zie vijf rode lampen gloeien en hoop even stiekum dat ze nooit uitgaan. Maar daar gaan ze, een voor een uit. Het ziet groen voor ogen. Mijn eerste reflex is goed. Ik laat de koppeling los en geef gas. Dan begint het tollen. Iets te veel gas. Ineens bevind ik me in een grote carrousel op de kermis en zie zo af en toe wat bekende gezichten voorbij komen. Ik klem me vast aan het veel te kleine stuur en sla hard met mijn vuist op de rode knop. Die doet helemaal niets. Is ie nou helemaal betoeterd? Wat een mechanisch malheur. Slechte instelling? Software die het aflaat?
Links en rechts stormen bolides aan me voorbij. Zie ik ze nu lachen naar mij, of verbeeld ik me dat? Ik sta stil, met de neus 180 graden gedraaid. Als ik omhoog kijk zie ik de brede finishvlag reclame wapperen. Dunlop. Dunloop zullen ze bedoelen. De diarree loopt langs mijn benen en blijft gedeeltelijk plakken in mijn plastic leren broek, de rest zinkt langzaam af in mijn schoenen, samen met mijn moed.
Wat een afgang. De eerste bocht heb ik niet eens gehaald. Langs de kant ligt mijn aanhang dubbelgevouwen over de boarding. Had ik maar nooit die weddenschap afgesloten. Maar ja, wie A zegt moet ook B zeggen. Zelfs kort door de docht. Een grote kraanwagen komt aangereden en takelt me weg. Daar bungel ik dan in de lucht, met mijn broek vol poep. Eens en nooit meer.
Hulpeloos staar ik door mijn helm. Een oudje, geleend van een collega op mijn werk. Eigenlijk is het een motorhelm, maar ach, wat kan het bommen. Langzaam beslaat de binnenkant. Mijn zware ademhaling is daar debet aan. Hoe houd ik nu mijn ruitje schoon? Gelukkig ziet en vermoedt mijn vrouw de paniek en komt aangestormd. De stewards langs de kant laten haar begaan. Aan de fanatieke geestdrift op haar gezicht lezen ze snel af dat ze beter niet kunnen ingrijpen.
De zakdoek die mijn vrouw over de binnenkant van de omhoog geklapte plastic klep wrijft stinkt naar Eau de Cologne, het wondermiddel tegen slechte adem. Ik kijk haar boos aan. Meer kan ik niet doen want ik zit volledig vastgeklemd. Ik probeer nog wat door mijn dikke omgeslagen shawl te murmelen, maar ook dat heeft geen effect. Ik ben volledig overgeleverd aan de bolide en aan mijn vrouw. "Ik laat de klep wel een stukje openstaan, dan slaat ie niet meer aan ... succes!"
Mijn vrouw wordt door een steward van de racebaan getrokken. Maar ze rukt zich los. Eerst nog even het dopje op de Eau de Cologne doen. De steward laat haar begaan. Wijs.
Ik kijk op het gele memootje dat met extra plakband op het dashboard is vastgeplakt. Vijf tips waaraan ik mij moet houden voor een succesvolle race. Ik dreun ze in gedachten hardop voor. De wollen wintershawl kriebelt in mijn nek en voor mijn mond. Ik had toch beter de zijden genomen. Maar ja, het zijde zweet te veel en kan wegglijden tijdens de race. En dat wil ik niet.
De spanning stijgt. Ik zie vijf rode lampen gloeien en hoop even stiekum dat ze nooit uitgaan. Maar daar gaan ze, een voor een uit. Het ziet groen voor ogen. Mijn eerste reflex is goed. Ik laat de koppeling los en geef gas. Dan begint het tollen. Iets te veel gas. Ineens bevind ik me in een grote carrousel op de kermis en zie zo af en toe wat bekende gezichten voorbij komen. Ik klem me vast aan het veel te kleine stuur en sla hard met mijn vuist op de rode knop. Die doet helemaal niets. Is ie nou helemaal betoeterd? Wat een mechanisch malheur. Slechte instelling? Software die het aflaat?
Links en rechts stormen bolides aan me voorbij. Zie ik ze nu lachen naar mij, of verbeeld ik me dat? Ik sta stil, met de neus 180 graden gedraaid. Als ik omhoog kijk zie ik de brede finishvlag reclame wapperen. Dunlop. Dunloop zullen ze bedoelen. De diarree loopt langs mijn benen en blijft gedeeltelijk plakken in mijn plastic leren broek, de rest zinkt langzaam af in mijn schoenen, samen met mijn moed.
Wat een afgang. De eerste bocht heb ik niet eens gehaald. Langs de kant ligt mijn aanhang dubbelgevouwen over de boarding. Had ik maar nooit die weddenschap afgesloten. Maar ja, wie A zegt moet ook B zeggen. Zelfs kort door de docht. Een grote kraanwagen komt aangereden en takelt me weg. Daar bungel ik dan in de lucht, met mijn broek vol poep. Eens en nooit meer.
Abonneren op:
Posts (Atom)