Posts tonen met het label schrijfwedstrijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfwedstrijd. Alle posts tonen

05-05-2023

Wedstrijd om wedstrijd

Hans op blaren
Kluift zijn nagels af
Verbijten heet dat

Zet in op tien
Gaat rustig zitten
Op zijn ongemak

Iedereen ziet het
Duinzicht op Duindigt
Zandstorm in ogen

Windbuil haalt in
Hees het commentaar
Eijsvogel hoest

Wedstrijd om wedstrijd
Bij voorbaat verloren
Schuimbekkend het verlies

Het paard struikelt
Over den dichter
Die van niets weet

Duit uit het zakje
Ziel verloren
En het fatsoen

--------

21-04-2023

Onderweg

Alsof er ook een bovenweg is
ergens achterop een zware motor
kronkelend langs binnenwegen
zoekend naar de top tevergeefs
immers nimmer gaan voor eindbestemming
onderweg zijn is veel belangrijker
schouwend na schouwend vooruit achterom
dolend vol beleven op zoek naar niets
aankomen is zo saai heet niet voor niets eindstop
veel liever koesteren den beginne
met geesten in de zadeltas
en Pirsig in de spiegel
because traveling is always better than arriving at your final destination
 
 
Inzending enige echte virtuele – de dichter is altijd onderweg – trofee op pomgedichten punt nl, beloond met zilver. Waarvoor dank! Lees ook de reactie en de andere inzendingen!
 

 

24-12-2022

Laat het licht schijnen

Kerstmis 
Mis kerst 
Mist sneeuw 
Alles groen en op rood 
Nevel staren 
In het licht dat maar niet uit wil 

Help zingen de Beatles 
En John wenst geen oorlog 
Net als ik, net als jullie, toch? 
George doet het met Michaël 
D’n heilige engel 
Geloven zult gij 

Laat het licht schijnen 
Op alles dat donkert 
Ik gun het iedereen 
Ieder jaar opnieuw 
Maar vooral met kerst 
Zo ben ik

-------------------------------------------

Inzending dichtwedstrijd 'kerstgedichten-kerstgedachten' op pomgedichten.nl. 
Inclusief hartverwarmend commentaar.

12-11-2022

Laat de vrede met rust

Geen vogels in lucht
Aarde in zichzelf gekeerd
Bodem voedselarm

De korst breekt open

Vloeibaar magma spuit omhoog
Daalt neer in grauw zwart

Sirenes loeien
Armen reiken naar hemel
Met gebalde vuist

Zelfmoord in slagveld
Soldaten omgekomen
Generaal het leed

De stad genomen
Land gepikt grens gestolen
Homeless country

Verschroeide wereld
Zielen harten gebroken
Het zijn dat ooit was

Oorlogen ga heen
Laat vrede met rust

-----------------------------------------------

Inzending dichtwedstrijd 'verontwaardiging' op pomgedichten.nl. 
Inclusief ietwat 'verontwaardigd' commentaar.

https://www.pomgedichten.nl/index.php/2022/11/12/wie-wint-de-enige-echte-virtuele-ver-ont-waardigings-trofee-op-pomgedichten-punt-nl-naar-het-kunstwerk-in-het-beatrixpark-in-020-voor-elke-maand-een-vuist

05-11-2022

Titelsong met kleine corrector

Eén nacht alleen
Twee reebruine ogen
Ik tel tot drie
Wel vier zomers lang

Vijf pils geleden
Met zes vrouwen
In de zevende hemel
Om half acht ’s morgens

Negen levens
In tien seconden
Met kerels na elf uur
Op twaalf vierkante meter

Meisjes van dertien
Keren de veertien billekes
Vijftien lentes lang
Net zestien jaar

Ach, was ik nog maar zeventien
Roepen mensen van achttien
Tegen homo van negentien-toen
Met twintig kleine vingers

Met dank aan:

Doe Maar
Selvera’s
Guus Meeuwis en Vagant
Dirk Meeldijk

Drukwerk
Vader Abraham en Piet Paulsma
Jimmy Frey
Jules de Corte

Xander de Buisonjé
Acda en De Munnik
Willeke Alberti
Frans Halsema

Paul van Vliet
Johnny Hoes
Iris Penning
Imca Marina

De Marlets
Wim de Craene
Paul de Leeuw
De Annabella’s
 
----------------------------------------------------------
 
Inzending dichtwedstrijd 'het is allang verleden tijd' op pomgedichten.nl. 
Mijn debuut met zilver (met tien deelnemers). 
 
 

20-12-2020

Een moment bij zinnen

De schrijver haalt uit. Met grote hanenpoten in zwarte inkt op wit papier. Gelijk een Holle Bolle Gijs, haast onverzadigbaar. Vullend buik en hoofd met letters van verdriet. Stuk zit hij aan de keukentafel. John Table alias Jean Table, plengend tranen, zoet en zout. Verstrooid dicteert hij zijn nog jonge leven hardop aan zichzelf. Naast hem op tafel ligt een touw. Een touw van tule. Zelfgemaakt. De stof vol gaten, stevig gedraaid tot een lengte van drie meter. Zo hoog is het dak niet. Iedere ochtend als Jean zijn schrijvershuis verlaat kijkt hij eventjes omhoog. Naar de dakrand en de blauwe lucht, zoals zijn boezemvriend Sammy dat ooit deed, gebogen onder de niet aflatende druk van zijn eigen gesternte, ins Blaue hinein. Ach, was hij maar een kei, hij zou zichzelf oprollen tegen alle bergen die voorhanden zijn en nooit, nee nooit meer terugvallen. Stenen spreken boekdelen in een taal die Jean goed kent. Zijn hoofd stuk piekeren is nog tot daaraan toe. Een steen in filosofisch gesprek opent gedachten, biedt troost.

Het zet Jean aan tot denken. Hoe komt hij ook alweer aan deze keukentafel in dit vreemde schrijvershuis terecht? De weg naar deze terechtstelling, die zou Jean graag willen vinden. Desnoods middels een zoektocht naar verleden die van toekomst liever niet weten wil. Aan Jean’s wil zal het niet liggen, die zoekt al jaren rust in verlangen. Intens blijft de wens die om aandacht schreeuwt bij gedachten aan zijn vader. Als hoeksteen van het gezin snijdt deze niet alleen worst. Als vroege wees moest Jean zijn eigen boontjes doppen. Ogen keek hij uit maar wist amper wat ie zag. De halen op het witte papier worden almaar groter. Zwarte inkt vloeit in grote vlekken alle kanten uit. Een teer punt is geraakt. Zijn gedachten hebben de roos getroffen en met middelpuntvliedende kracht centreren zij zich in een grauwe regenboog. Indigo is wat hij het liefst zou zien, zijn favoriete kleur. Een apart soort blauw die hij vaker waarnam, daar hoog boven de dakrand van zijn donkerste emoties.

De donkerte roept Sammy weer naar boven. Aan zijn eigen borst heeft hij zijn boezemvriend nog gekoesterd. Troostvol maar het mocht niet baten. Het leverde niets op, Sammy is toch heen gegaan op een ladder zonder sporten. Een vervolggang is onmogelijk. En Jean weet dat. In een moment bij zinnen. Vlagen van verstandsverbijstering zijn hem niet vreemd. Het gewone niet weten, dagelijkse kost. Het gewone niet willen weten, gecamoufleerd als flauw dessert. En als slagroom op het toetje de onnozelheid. We zijn weer terug bij pap. Met de pollepel ingegoten alsof hij niets anders lust. Hersenspoeling van de buitenste categorie. En nog steeds zit hij daar, aan de keukentafel in het schrijvershuis, witte bladen te vullen met inktzwarte letters die maar geen steek willen houden.

Een breiwerk mag het niet worden. Daarvoor is de materie te zwaar. Het zouden loodzware kettingen worden, halsdraden zonder toeren. Jean keert de bladen nog eens om. Gaat bijna over zijn nek. Vuurspuwend kijken de hanenpoten van letters hem aan en voegen zich tot woorden die hij liever niet wil lezen. Welke vreemde draak heeft zich van hem meester gemaakt? Zeven delen Harrie Potter flitsen in een seconde aan hem voorbij. Magie mag zijn verhaal niet bederven, zelfs geen indigo magie. Niets maar dan ook niets mag de tot hier toe ongeschreven waarheid verdoezelen. Keihard besluit Jean dan ook alles uit de doeken te doen. Windsels zullen de pret niet bederven. Luierdrek moet getoond.

Langzaam wordt het schilderij onthuld. Onder de bovenlaag, de vernis, de geelbruine lak springen heldere kleuren naar voren. Transparant. Eenduidig. Een openbaring voor mensen met polygone gedachten. Vierkant gelukkig is Jean ineens. Klaverblaadjes dalen uit de hemel neer. Gevleugelde woorden vallen op hun plek. Het witte papier neemt ze als vanzelfsprekend op. Zijn dit de wijze woorden waarop Jean ooit wachtte? Zelfs in zijn achterhoofd vinden ze geen navolging. Pa is ver te zoeken, zelfs geheel afwezig. De afkomst laat zich eindelijk verloochenen en ultieme vrijheid ligt in het verschiet. Hoe heeft hij zich toch laten verstrikken, bijna verstikken in een onnavolgbaar net van schimmige woorden die nooit de waarheid vertellen konden? Een schrijver eindelijk geboren.

Boezemvriend Sammy wordt het eerst geëerd en vastgelegd voor de toekomst. Zijn maat mag in dit schrijven niet ontbreken. Een meter vierentachtig groot is Jean’s eerste liefde. Tweemetersessies lang bedreven zij samen de liefde. Het klinkt nog steeds als muziek in Jean’s oren, seks, drugs en rock and roll. Stoned werden zij een wereld gewaar die tot op de dag van vandaag zijn gelijke niet kent. Monsters bedwongen en engelen bezongen. Momenten bij onzinnen. Jean’s papier verdraagt niet langer hanenpoten, letters mogen slechts met kippenvoetjes vastgelegd. Inkt vloeit niet langer uit, het smelt samen tot liefdevol gedicht. Zwart wordt roze en springt van zwaar naar licht. Samen dansen de letters op het alfabet. Ze ontspringen tussen de dunne blauwe voorgeschreven regels. Indigo, zo hoort deze dans te zijn.

Het antwoord op de vraag in beeld. Het schilderij verklaart zichzelf. Jean hoort de kleuren zijn verhaal vertellen en duiden. Hij hoeft het slechts voor de eeuwigheid op te tekenen. Niet langer in hanenpoten van zwarte inkt maar lieflijk in kippenvoetjes van indigo. Zo moet hij ook ter wereld zijn gekomen, in wishfull thinking. Aan paps geen woorden vuil gemaakt en mams in volle ontkenning. Is zij er ooit geweest? Hoe zwaar een leven leven kan zijn, tot aan de dood doods toe. Maar hier in het nu voor de eeuwigheid opgetekend, omdat wat waar is licht mag zien, in momenten van zinnen. De oorlog halen wij er niet bij. Dat is zo lang verleden. Maar niets is wat het lijkt. Alles wat ooit gestorven is wordt vroeg of laat doororven. Dealen mogen wij ermee, tussen nu en later. Geven en nemen dat wat ons gegeven en ontnomen is, opdat de toekomst zich blijft herhalen in pais en vree. 

John Table alias Jean Table is opgedist. De tafel kan afgeruimd, de borden, glazen, lepels, messen en vorken de vaatwasser in. Hooguit wat spoelglans toevoegen, maar niet echt nodig. Leven bruikt geen valse schijn. Uit de doeken is een schrijver geboren.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------


Bijdrage schrijfwedstrijd Literair Café Helmond 2020 in samenwerking met Bibliotheek Helmond Peel

Thema: Het moment

Deelnemers circa 130
Er deden ongeveer evenveel mannen als vrouwen mee.
Tot 30 jaar: 18 deelnemers; 31-50 jaar: 29 deelnemers; 51-65 jaar: 36 deelnemers; en ouder dan 65 jaar 23 deelnemers. 12 jongeren tot en met 18 jaar.
Uit 58 verschillende plaatsen in Nederland, 7 uit België en 1 deelnemer uit Duitsland.
Uit de directe omgeving van Helmond deden 56 mensen mee.

Er waren bijna 130 verhalen te lezen en te beoordelen door de jury. Die bestond uit Linda Modderkolk, voorzitter, Abdelkader Benali, schrijver, Luc de Graaf, schrijver, en Marije Goris, Literair Café Helmond. De jury vond het niveau van de verhalen hoog.
Er werd in verhouding veel geschreven over eenzaamheid, ziekte en dood, geen wonder in deze coronatijd. Ook het winnende verhaal heeft de dood als thema, vanuit een originele invalshoek!


1e prijs: Annemieke de Schepper met het verhaal Laatste Carnaval

2e prijs: Ireen van der Lem met De Grondwerker

3e prijs: Tjeerd Hilhorst met Rotonde.

Jongerenprijs: Sylvie de Leeuwe met 5 Stappen om een hond te krijgen.


De 12 mooiste verhalen, althans in de ogen van deze jury, komen in een boekje.

Dat zijn de volgende, samen met de winnende, verhalen.

- Het moment van Liandel Lamers 
- Sleutelscene van Mark Schattefor
- De Mark en ik van Monique Bol
- Het briefgeheim van Guus Teeuwen
- Teun scoort van Jan Driessen
- Eline Vere van Joop Schaminée
- De uitslag van Onno Kooijman
- De tiende dag van Monique Cunnen

24-05-2017

Topolientje vliegmachientje

Eens is er een heel klein vliegmachientje. Een machientje met heel wat in haar mars. Nieuwsgierig ook. En ze heet Topolientje. Ze wil het liefst de wereld ontdekken en het heelal. En wel nu meteen. Ze kan niet wachten. Toch moet ze. Waarom? Topolientje heeft nog geen piloot gevonden. En zonder piloot kan ze niet vliegen. Waar vindt ze nu een geschikte piloot?

Op het vliegveld regent het pijpenstelen. Gelukkig wordt Topolientje niet nat. Ze staat veilig en droog onder de vleugels van haar mama Jet. Zo klein als Topolientje is, zo groot is mama Jet. Mama weet wel raad. Zij heeft zojuist een piloot gevonden voor haar kleine. Een hele stoere oude mug. Mug Muggewitz. Hij heeft nog gevlogen in de oorlog. Een perfecte piloot. Een echte gentleman ook. Strak in het pak en de kleine steekneus altijd hoog opgeheven. Daar houdt mama Jet van. Stoer en deftig.

Samen gaan Topolientje en Muggewitz op pad. Op pad? De lucht in zul je bedoelen. En met een rotvaart schieten ze de hemel in. Muggewitz duwt het gaspedaal stevig in. Topolientje geniet. Ze voelt de wolken langs haar buik en over haar rug glijden. Haar vleugels en staart wapperen vrolijk mee. Heel even voelt ze zich het gelukkigste vliegmachientje van heel de wereld, totdat …

Muggewitz vreselijk de hik krijgt. Bij iedere hik zakt Topolientje meters omlaag en Mug die blijft maar hikken. Ze moet hem laten schrikken. Maar hoe? Zingen natuurlijk. Ze moet keihard gaan zingen. Ze zingt namelijk zo vals dat iedereen ervan schrikt.
DAAR WAS LAATST EEN MUG ZO LOOS. DIE KON NIET VLIEGEN, DIE KON NIET VLIEGEN. DAAR WAS LAATST EEN MUG ZO LOOS. SCHOOT IN DE HIK EN VIEL UIT ZIJN DOOS.
Pats boem, met een enorm kabaal schiet Muggewitz uit het kleine vliegmachientje. Wat heeft hij nu gedaan? Van schrik per ongeluk met zijn lange muggenneus op het verkeerde knopje gedrukt. De schietstoel! Dom, dom, dom. Topolientje ziet hem keihard omlaag vallen. Snel, op de automatische piloot. Ze zet zichzelf aan en duikt achter Muggewitz naar beneden. Kan ze hem nog redden?

Net voordat Mug de grond raakt steekt Topolientje haar vleugels zachtjes onder de schietstoel. Gered. Snel zetten ze de schietstoel in de buik van Topolientje en gaan samen weer op pad. Eh … de lucht in. Topolientje huilt. De tranen rollen langs haar neus en vallen gelijk dikke regendruppels omlaag. Wat is er aan de hand? Topolientje vertelt. Ze wil zo graag naar planeet Trouw die bekend staat om haar lieve mensen. Maar het ligt veel te ver weg. Dicht bij de sterren, vlakbij de maan.

Muggewitz troost Topolientje. Hij heeft een idee. Ze vragen planeet Humor, je weet wel, waar al die lachbekjes wonen, om hen te lanceren. Dat gaat veel sneller. Wat een goed idee. Maar kan dat eigenlijk wel met dit kleine vliegmachientje? Maar natuurlijk! Er is alleen een klein probleem. Om bij het land van Trouw te komen, moeten ze eerst langs de planeten Liefde en Verdriet. Met de Liefde is dat niet zo’n probleem, maar tegen planeet Verdriet zien ze toch wel een beetje op. Eerst maar eens naar planeet Humor. En ja hoor, die ligt weer te slapen. Het zal toch niet?

Humor snurkt dat het een lieve lust is. De grond gaat in golven op en neer. Het lijkt wel een grote dikke buik. Dan klinkt er gepruttel en een grote geeuw. Humor is wakker. Wie komt hier zijn rust verstoren? Maar … dat is Muggewitz, zijn oude maat. Daar heeft ie ooit nog eens een oorlog mee gewonnen. Muggewitz met zijn beroemde mitrailleurneus. Dat wordt lachen. De twee mannen halen oude verhalen op terwijl Topolientje ongeduldig wacht. Ze wil zo snel mogelijk naar planeet Trouw.

Maar eerst worden de lachbekjes van stal gehaald. Wat zijn het er veel. En ze hebben allemaal evenveel plezier. Tijd om de lancering voor te bereiden. Om beurten vertellen de lachbekjes een mop. Planeet Humor pompt zich helemaal vol met ingehouden lachjes en na een uur is zijn buik vol. Snel kruipt Muggewitz achter het stuur van Topolientje. Samen wachten ze op de grootste mop. Daar komt ie. Planeet Humor slikt en explodeert en Topolientje wordt de ruimte in geslingerd.

Wat een pech. Door alle vaart botsen ze bovenop de neus van planeet Verdriet. Die begint keihard te huilen. Het is ook een gevoelige plek zo’n neus. Wat komen jullie doen? Brult de planeet. Normaal gesproken is Verdriet heel lang van stof en praat uren aan een stuk. Maar dit keer heeft ie haast. Waarom? Geen idee. Jullie willen naar planeet Trouw? Aha, op zoek naar lieve mensen zeker. Groot gelijk. Nou vooruit dan maar, ik geef jullie wel even een zetje. En oh ja, dit keer hoeven jullie niet langs planeet Liefde. Die is op bezoek bij mij. Dus, jullie krijgen een enkele reis van mij direct naar planeet Trouw. Enkele reis? Maar Topolientje wil nog wel terug! Te laat. Met flink wat gesnotter zet planeet Verdriet Topolientje op de supersnelweg richting Trouw. Snelweg? Op de windweg natuurlijk.

Waarom hoeven ze nu niet eerst via planeet Liefde? Vreemd. Totdat Muggewitz Topolientje wijst op twee planeten die elkaar plots een zoentje geven. Planeet Verdriet en Liefde zijn verliefd op elkaar. Kijk ze blozen zelfs. De vuurrode wangen van beide planeten steken fel af in de zwarte ruimte. Een ruimte die Topolientje en Muggewitz snel achter zich laten. Op naar planeet Trouw.

En daar ligt de planeet van Topolientje’s dromen. Bewoond door alleen maar lieve mensen, allen grootgebracht met trouw en troost. De hele planeet ligt ook vol met knuffeldieren, de liefste beesten van heel de wereld en het heelal. Wat een mooie reis hebben zij en Muggewitz saampjes tot nu toe gehad. Een reis die voor haar nog eeuwig mag duren. Tot ver, heel ver in de toekomst.

Van geluk pinkt Topolientje snel een traan weg en kijkt vanaf planeet Trouw naar beneden en begint keihard te lachen. Trouw en Humor hebben toch maar mooi gewonnen van Liefde en Verdriet.

Inzending voor Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen van Stichting Natuurpark de Efteling 2017.
Zie ook: https://www.efteling.com/nl/specials/sprookjesschrijfwedstrijd

Uitleg:
De Efteling maakt samen met prinses Laurentien en Paul van Loon een tweede boek van de Sprookjessprokkelaar. Een boek vol bijzondere, korte sprookjesverhalen met illustraties van de Efteling. En jouw verhaal kan dienen als inspiratie voor de schrijvers. Uitgave boek: eind mei 2018.

Maximaal 1.001 woorden
Het sprookje moet zich afspelen in de toekomst: Eens is er…
Doelgroep: 6-12 jr
Van maximaal 14 winnaars wordt het sprookje als inspiratie gebruikt voor het nieuwe boek van De Sprookjessprokkelaar.
De winnaars worden vermeld in het nieuwe boek.
De winnaars ontvangen: aanwezigheid bij de uitreiking van het eerste boek, een uniek, gesigneerd exemplaar en 4 entreekaartjes voor de Efteling.
Jouw verhaal zal hoogstwaarschijnlijk niet letterlijk of in z’n geheel in het boek komen. Het kan zijn dat bijvoorbeeld alleen de hoofdpersoon van jouw verhaal of de verhaallijn gebruikt wordt.

Tips voor een sprookje:
1. ‘Eens is er…’ Hoewel de meeste sprookjes beginnen met ‘Er was eens…’ begint dit nieuwe sprookje met ‘Eens is er…
2. Het sprookje begint altijd met een bepaalde -starre- situatie.
3. Deze situatie wordt verstoord door een probleem, een uitdaging, een wens, of door een onverwachte gebeurtenis.
4. Slechte krachten proberen de held of heldin tegen te werken.
5. Goede krachten schieten te hulp.
6. De held leert en wordt gelukkig.
7. De held wordt beloond! De beloning voor de held kan wijsheid, rijkdom of macht zijn. Of alledrie tegelijk. Hans en Grietje vinden goud en juwelen in het huisje van de heks.

Jury:
Jochem van Gelder: Nederlandse radio- en televisiepresentator, zanger, schrijver en acteur.
Jan Rot: Nederlandse zanger, componist en tekstdichter.
Plien van Bennekom: Nederlands actrice en cabaretière.
Simone van der Vlugt: Nederlandse schrijfster.
Ihsane Chioua Lekhli: Journaliste, presentatrice van het interview- en debatprogramma De Zevende Dag
Marc de Bel: Vlaamse jeugdschrijver.

En de 14 winnaars uit 2800 inzendingen zijn:
Bernd en Linneke Matthijsse (5 en 31 jaar) – ’s Gravenmoer, NB – De betovering van de Likes
Romy van Beek (17 jaar) – Knegsel, NB – Lars en de rode blaadjes
Jan Gordon (9 jaar) – Oeffelt, NB – De magische Boemerang
Esmeralda Schütz (28 jaar) – Drunen, NB – Anne en de Eikenboom in VierSeizoenenLand
Urmi C. Pahldsingh (19 jaar) – Rotterdam, ZH – Het Koninkrijk der IJdeltuiten
Naomi Veldkamp (26 jaar) – Rotterdam, ZH – Prinses Lina en Pai
Tamara Hoppenbrouwers (26 jaar) – Leiden, ZH – De verwaande Groenteman
Jasmijn Pansier (10 jaar) – Emmeloord, FLV - Elvier
Priscilla Klaasen (26 jaar) – Apeldoorn, GLD – Diep van binnen zal het Geluk beginnen
Jan Kranenbarg – (64 jaar) – Ede, GLD – Yala en de gele Bloem
Yvonne van de Straat (25 jaar) - ’s-Heerenhoek, Z – Zonneke het Zonnekind
Jolien Harders (31 jaar) – Andijk, NH – De boze Hacks en de Vuurmuur
Jeroen Coolsaet (37 jaar) – Ieper, België – De tiende Koning
Annelène Damen (35 jaar) – Brussel, België – Een Avontuur van Roef de Robot en Moby Muisje





16-08-2016

Piotr Nipkow’s gulden vliesje

Een rondje kan soms vierkant aankomen. Dat ervoer discuswerper Piotr Nipkow tijdens de Agrarische Spelen in Rio de Contas. De regerend wereldkampioen had voor de gelegenheid een bijzondere ECO-discus meegenomen. Zodra deze in de zon werd gelegd groeide er spontaan gras op. Dat kon dan na verloop van tijd, als het gras lang genoeg was, gemaaid worden met een speciaal daarvoor ontwikkeld snoeimes. Piotr noemde dat mes altijd zijn ‘gulden vliesje’. Waarom? Daar is tot op heden nog niemand achter gekomen. Maar wie weet? Misschien ontdekken we het in dit verhaal.
Zou mooi zijn toch?

Het handige van het grasmatje op de discus was de grip. Het voelde comfortabel en zacht aan. Het liefst liet Piotr de discus de hele dag in de zon liggen, totdat het jonge gras wat over de randjes groeide. Dan voelden de randjes van de discus niet zo scherp. Hij hand namelijk best gevoelige handen. Pianohanden. Bovendien had Piotr dan ook meer grip. Een essentiële voorwaarde, bij het tot stand brengen van een goede worp. Naast de wind, een goede conditie en de motivatie uiteraard.

De bezoekers en deelnemers aan de Agrarische Spelen hadden veel belangstelling voor de discus van Piotr. Sponsors en bedrijven zagen ook de potentie van deze bijzondere groeischijf. Aan aandacht ontbrak het Piotr dan ook niet. Daar baalde hij eigenlijk van. Had hij mogelijk toch te veel hooi op zijn vork genomen, door zijn laatste uitvinding zo door te ontwikkelen? Het leidde vreselijk af van het doel waarvoor hij kwam. De eerste discuswedstrijdwinnaar worden van de Agrarische Spelen.

Helaas was Piotr niet zo succesvol in de wedstrijd. Sterker nog, hij bakte er helemaal niets van. Het ergste van alles was dat ie ook nog eens werd uitgelachen. Hard, keihard. Vierkant in zijn gezicht. Waarom? Omdat Piotr de gewoonte had zijn discus toe te zingen. Vlak voordat hij wierp. Nou ja toezingen, het was eerder een gedicht voordragen, toedichten aan het onderwerp van zijn grote liefde. Diep van binnen was Piotr eigenlijk een filosoof. Wijsgerig als de Grieken. Vooral de discus-Grieken.

Een lange weg,
je gaat maar
en je gaat maar,
weg.

Na dit mantragedicht wierp Piotr, voor zijn gevoel en naar zijn idee, de discus altijd als een wervelende tornado het veld in. Maar helaas, nooit ver genoeg. Dat was zijn malheur.

Ja, ja. De rondjes discus kwamen in Rio de Contas eigenlijk wel hard aan. Vierkant hard. Boeren zijn best wel grof. Maar wel eerlijk. Daar is niets van te zeggen. Van gif vrat Piotr na zijn eerste worp de hele grasschijf kaal. De schijf die met een kleine speelgoedtractor naar hem retour was gebracht. Het diende uiteindelijk niet zijn doel, zo had hij zojuist ervaren. Winnaar worden met dat ECO-ding zou hij nooit.

Een schijfspecialist, genaamd Mora Weed, probeerde hem nog te troosten. Te veel gras op een schijf geeft te veel weerstand in de lucht. Aldus Mora. De schijfspecialist was edoch wel geïnteresseerd in Piotr’s nieuwe uitvinding. Het principe ‘cradle to cradle’ stond hoog in het vaandel bij het bedrijf van Mora Weed. Hij moest maar eens komen praten.

Maar dat heeft Piotr uiteindelijk nooit gedaan. De discus in zijn derde worp kwam niet verder dan zijn oren. Hij verloor plotsklaps van schrik het hoofd en hart. Zijn laatste wedstrijd, uiterst slecht beslecht. Te rusten werd hij snel gelegd, uit voorzorg en als gevolg van tropische hitte.

Op een klein kerkhofje in Rio de Contas ligt hij thans begraven, met boven hem een treffende tekst:
‘De wereldkampioen is verslagen, door een stel oranje blagen’

Inzending schrijfwedstrijd augustus 2016 op ColumnX. Thema: Verwerk drie CX Café Klassiekers in 1 stuk. Het stuk moet een geheel vormen, maar het begrip geheel mag in ruime zin worden opgevat. Gekozen voor Six words story, Grafschriften en Gedichten. Inspiratiebron: Piotr Malachowski, discuswerper Olympische Spelen in Rio de Janeiro 2016.

01-08-2016

Grafschrift zonder woorden

Veel te veel is niet goed. Schrijver zit met handen in haar. Hij heeft al zoveel woorden geschrapt. Met rode pen door tekst gegaan. Grote moeite met zeer kort verhaal. Dat baarde nog de meeste zorgen. In zo weinig woorden alles vertellen. Dat lukte zelfs Willem Schraper niet. Vijftien jaar al was hij schrijver. Begonnen als ‘lik me het vestje’. Maar nu eindelijk ‘in driedelig kostuum’.

Iedereen was over hem heen gevallen. ‘Kill your darlings!’, riep de lezerscrowd. Moord en brand, als wilde kraaien. Maar aan toegeven deed Willem niet. Totdat hij besloot te gaan dichten. In gedichten werkten lange zinnen niet. Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden warden weggepoetst. Nader tot zijn lezers kwam hij. In aanvang waren de gedichten taai. Zware kost om zomaar te verteren.

Jan had niet het eeuwige leven
Slechts 65 jaar was hem gegeven

Zolang vangen was een hele kunst
Sardientjes, paling, mosselen verleenden gunst

Verstrikt raakte hij in eigen netten
Maakte met laatste adem korte metten

Vissen doet onze Jan niet meer
Wel nog happen, keer op keer

Hij mist steeds haak en loodje
En hagelslag op zijn witte broodje

Ook Truus kan maar amper wennen
Zonder Jan door het leven rennen

Een kleine aquarium biedt wat troost
Iedere dag brengt Truus een toast

Op Jan, zittend op een eiland
In het midden, op de kant

Zuidwester op zijn kleine gipsen hoofd
Hengeltje in zijn hand, wat verdoofd

De vissen zwemmen rond hem heen
Best liefelijk, maar eigenlijk ook gemeen

Iedere dag mist Truus haar Jan
Vijf aardappels minder in de pan.

Eerste poging van een jonge dichter. Stelt hij zijn publiek nu gerust? Met zinnen onopgepoetst, zonder rijke woorden? Of is het triestigheid die regeert? Willem zal het nooit niet weten. Willem wil het nooit niet weten. Hij schrijft gewoon omdat het moet. Iets zit hem achter de veren. Het geeft zwaar gemoed, amper geduld.

De woorden die in hem zweven. Ze moeten vroeg of laat eruit. Aan tafel, zelfs op het toilet. De woorden, ze dringen en pushen. Vragen om blauwe, rode, zwarte inkt. Ach lieve Willem, laat ons leven? Je bent het aan jezelf verplicht. Nog nooit hebben wij jou doodgezwegen.

Maar helaas, zelfs woorden raken op. Niets staat op het bord geschreven. Een kuil met berg er bovenop. Dat is wat van Willem rest. Niemand weet hem nog te vinden. Uitgezonderd eigen teksten, woorden en geschriften.

Inzending schrijfwedstrijd augustus 2016 op ColumnX. Thema: Verwerk drie CX Café Klassiekers in 1 stuk. Het stuk moet een geheel vormen, maar het begrip geheel mag in ruime zin worden opgevat. Gekozen voor Six words story, Grafschriften en Gedichten.

20-07-2016

Onwelwordingen in wording

In Venlo kennen ze een heel simpel liedje met een veelbetekenend en filosofisch refrein. Vrij vertaald gaat het alsvolgt: ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen, die lopen nu al jaren naast een (elkaar). De een gaat op en de ander neer. En als ze daarmee klaar zijn dan beginnen ze alweer (opnieuw). De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’

Uiteraard is het timbre en ritme van de muziek navenant en repetitief. Ik heb het lied ooit gezongen, of beter gezegd geneuried tijdens een lange bergwandeling, waar geen einde aan leek te komen, tijdens een bergkamp. Toen viel de filosofische betekenis me al op. Filosofisch in de zin van ‘zijn’. Letterlijk en figuurlijk werd ik even been. Zowel links als rechts. De Venlose mantra hielp me door het berg- en beenleed heen. Had ik aan het begin nog oog voor de schoonheid van de bergen, de overweldigende natuur; in het spoor van fysieke vernieling later op de dag, redde het lied mijn stemming en leven. Kortom, ik werd niet onwel. Mijn mede groepsgenoten wel. Zij werden wel onwel. En snel, al heel snel. Het aantal onwelwordingen waren niet te tellen.

Beter hadden ze hun voetstappen geteld, neuriënd op dit toepasselijk lied. Enerzijds had het troost geboden, kameraadschap en steun, en anderzijds ook tijdverdrijf. Want geloof me lezer. Bergtochten kunnen erg, erg lang zijn. Dan kan het wel eens in de benen, in de voeten en tussen de oren vastlopen. En dan heb ik het nog geeneens gehad over onwelwordingen in wording. Men steekt elkaar namelijk altijd aan in groepsverband. Uiteindelijk loopt iedereen aan het eind met de tong op de schoenen. Stelt u zich het eens voor? Beeldend ja. Gebukt gaan onder de bergen, met de tong op de schoenen. Geen gezicht. En ook nog eens met dorst, met heel veel dorst.

Ik zeg altijd. Voorkomen is beter dan genezen. Aldus neurie of zing ik meestal vrolijk. ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen die lopen nu al jaren naast een. De een gaat op en de ander neer. En als ze daar mee klaar zijn beginnen ze alweer. De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’ Niets mis mee toch? Gewoon hardop dreunen en het liefst lopend met en achter elkaar. Naast elkaar is af te raden. Bergpaadjes en naast elkaar lopen, gaan niet goed samen. Bij lange na niet.

Of het bij een Nijmeegse Vierdaagse mogelijk ook werkt laat ik even in het midden. Ik ben geen expert in platlopen. Honderd jaar wordt deze vierdaagse stoet der stoeten alweer gelopen. Gelopen en gekropen. Maar een ding is zeker. Ook in deze tocht heeft de fameuze Venlose mantra een hoop mensen op de been gehouden. Zeker weten. Ongetwijfeld. Links en rechts. Soms links, links, rechts. Maar dat zien we gewoon door de vingers. Toch?

Mien Bein

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Onwelwordingen

Toelichting bij het lied 'Twië bein':
Oorspronkelijk heette het lied waarvan het refrein hierboven in de tekst vertaald beschreven: 'De veuroétgaank ofwaal Twië bein'. Op de dag van de inzendtermijn voor de Leedjesaovend 1960 in Venlo hebben Thuur Luxembourg en Frans Boermans dit lied gecomponeerd en geschreven. Ze hadden al twee liedjes ingezonden maar wilden graag nog een derde liedje inzenden. Uiteindelijk werd dit nummer tot nummer een verkozen tijdens het liedjesfestival. Het werd gezongen door de veel te jong overleden (auto-ongeluk) Venlose zanger, Felix Peters.
Het lied werd om circa 23:00 geschreven, een uur voor de inzendtermijn verstreek. De twee zwagers zaten achter de piano, het wilde niet lukken. Van arren moede gingen ze op de bank zitten. Boermans liet zijn hoofd tussen zijn benen zakken en zei tegen Thuur: 'Mien linkerbein en mien rechterbein, die laupe noow al jaore naevenein'. De rest is geschiedenis, getuige de eerste plaats!
Bron: Det is Venloos roem! - Finbar van der Veen - 2008 - ISBN 978-90-489-0010-7


12-07-2016

Pokémon go

Een virtuele plaag waant door ons land. Waant ja, en met een een streepje op de e. Lekker belangrijk. Het streepje op de e en niet op de o. O nee. De waan heet ook wel Pokémon. Hoe te herkennen? Vierkant. Nee, rechthoekig. Hoe te detecteren? Simpel. Een klein kastje dat zweeft op ooghoogte met twee oren er aan vastgeplakt. Het wordt bestuurd door twee handen. Hoe te benaderen? Niet. Contact leggen gaat erg moeilijk. Waar komt de waanplaag vandaan? Naar het schijnt stijgt hij op uit kinderbreinen. Op zoek naar wat? Ja, naar wat? Virtuele poppetjes. Poppetjes in de ogen. Poppetjes in het water. Poppetjes in de lucht. Poppetjes op straat. Dead or alive. Ze moeten gevonden. Beloning? Geen beloning. Gewoon virtueel tijdverdrijf.

Een fysieke plaag waait door ons land. Waait ja, en zonder streepje op de e. Ook niet op de o. En zeker niet op de u. De plaag heet Pookemug. Hoe te herkennen? Heel simpel. Beestjes, heel veel beestjes. Ze hangen boven het water. Hangen in huis. Aan het plafond, achter de gordijnen, in de slaapkamer, boven het bed op de klamboe. Hoe te benaderen? Niet. Ze steken. Hard. Contact leggen gaat erg moeilijk. Ze vliegen voortdurend weg. Laten zich niet vangen. Supersnel zijn ze. Olympische muggen. Zo snel. Waar komen ze vandaan? From Rio. De Janeiro? De Janeiro. Aanpak? Poken. Poken die muggen. Pook de Pookemug.

Vandaag een nieuwsbericht in de lokale krant. 'Vrouw gevonden. Op de bodem van het kanaal, morsdood. Doodsoorzaak. Lek gestoken. Door Riomuggen. Gevonden door drie tieners. Per toeval. Identiteit van de vrouw. Een Pokémom. Veertig jaar oud. Husband en two kids. Naast haar lag een telefoon. Aan.'

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Pokémon

11-07-2016

Portugal! En un momento dado

Fransen likken hun wonden, porten hun gal. Voor dat alles is slechts een verklaring. Portugal heeft op het Europees kampioenschap voetballen de gedoodverfde favoriet verslagen met een nul. Op zondag 10 juli 2016 om precies te zijn. De nul ga ik hier even niet van een naam voorzien. Die heeft immers al zoveel te lijden. Wat zou de nul in kwestie toch graag eens een tien zijn, in het nationale elftal, op het moment suprême. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar ‘What the fuck’, ‘Que porra’; hij die van mij in deze column uit zelfbescherming geen naam krijgt, heeft wel mooi samen met zijn maten internationaal succes behaald in een groot toernooi.

Zijn conculega, waarvan ik de naam hier net zo min noem, heeft dat nooit voor elkaar gekregen. Zal dat ook nooit meer doen, want hij heeft bedankt voor zijn eigen nationale elftal. Don’t cry for me Argentina. Merci zei hij, ik doe niet meer mee. Daar zit geen woord Frans, Latijn of Chinees bij, uitgezonderd merci. ‘Ik doe niet meer mee!’, zei de Barcelonese nummer 10. Iets wat de Madrileense nummer 7 nooit zou zeggen. Desnoods op zijn knieën zou deze laatste nog sterven in het veld, voor volk en vaderland. Ware het niet dat ‘en un momento dado’ een ‘edel’ besef tot hem doordringt. Eigenlijk een ‘Éder’ besef. Hij kan het niet alleen. Nu niet. Nooit niet.

En zie, als een ware musketier neemt hij afscheid van de groene mat. Met tranen in zijn ogen en de tong tussen de tanden, maakt hij een knieval voor zijn team en voor een heilig goed, para a Copa Europe, pour la Coupe Henri-Delaunay. ‘Een voor allen, allen voor een’, dat moet hij toch even gedacht hebben in het hol van de blauwe leeuw. En zie hem nu eens juichen, coach in de dop, een jonge hond die zijn Copa Europe omarmt als een kleine baby, zijn kindje. Een klein vak op de grote tribunes van Stade de France in Saint-Denis explodeert. De Eiffeltoren trilt en beeft, voor al degenen die het willen zien. Grenzeloos is het geluk dat uit de harten van de Portugezen stuwt. In arren moede hebben hun mannen een voetbaloorlog beslecht. Tactisch, geraffineerd, sans rancune, saudade completo. Parabéns Portugal!

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met een actuele 'primer': Portugal!

23-06-2016

Sokken stoppen voor de deur

Ik heb het nog nooit eerder gedaan, sokken stoppen voor de deur. Wat dat betreft ben ik nog een maagd. Maar eens moet de eerste keer zijn. Ik heb dus mijn stoute schoenen aangetrokken en witte sokken, uiteraard. Verder draag ik een korte broek, het is best wel warm en dan mag het, ook van mij, en een geblokte blouse met korte mouwen. Ja, ja, ik weet het lieve mensen, stippeltjes is de nieuwe mode, maar daar doe ik dus niet aan mee. Dat is voor andere maagden. Maagden van dertien en veertien. Weet ik veel. Mannelijk of vrouwelijk. Dat maakt niet uit. Zolang het maar blouses met stippeltjes zijn. Dat luistert namelijk nauw. Voor maagden van dertien en veertien.

Ik pak de handleiding erbij en sla die open op pagina twee.
1. Kies je garen. Niet zo moeilijk. Het zijn zwarte sokken dus ik kies voor wit. Dan kan ik in ieder geval zien wat ik doe. Niemand die mijn sokken zal zien, toch?
2. Doe de draad in de stopnaald. Stopnaald? Ik wil geen stopnaald. Ik wil een naald die doorgaat. Wat een rare naam. Draai een knoop in het uiteinde van de draad. Done. Tot zover is het allemaal niet zo moeilijk te volgen.
3. Stop een stopei of maasbal in je sok. Wat? Hoe weten die mensen van de handleiding dat ik uit Limburg kom? Ongelofelijk. Maar hoe fiks ik dat, een maasbal in mijn sok? Ik kies toch maar voor het stopei. Ben toch al aan de dunne. Ehhh … aan het dunne garen. Waar heb ik het nu gelaten? Dat stopei? Kwijt. Dan maar een gloeilamp. Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik de gloeilamp in de sok.
4. Knip alle rafelige eindjes weg. Bah. Met enig dedain pak ik mijn schaar en ontdoe de sok van rafelige randjes. De zwarte schaamhaartjes vallen naast me op de grond.
5. Prik de naald aan de ene kant van het gat door de sok. Maak één grote rijgsteek naar de overkant van het gat. Als ik dat maar haal? Maatje 45. Dat wordt lastig.
6. Herhaal je streken. Ha, ha. Niet zo moeilijk. Ha, ha!
De buurman komt langs en vraagt wat ik in hemelsnaam aan het doen ben.
Aan het stoppen buurman. Mijn sokken. Weer eens wat anders dan soppen. Ha, ha. Voor de deur ja. Wel zo gezellig toch? Kan ik nog eens een praatje maken. Biertje? Ik sta heel even op van mijn blauwe kratje en trek er een flesje uit. Ik overhandig de buurman het biertje en ga weer op mijn blauwe kratje zitten. Stoïcijns ga ik verder met het lezen van de handleiding. Punt 7. De buurman kijkt me nieuwsgierig aan.
7. Naai nu haaks op je rijgsteken. Bah, bah. Dit is het meest lastige stukje. Dwars naaien is nieuw voor mij. Ik ga op en neer door mijn zojuist geregen rijgsteken heen. Heel voorzichtig. Het is een precaire zaak. Ik maak een nieuw stofje aan dat de sok vult. E voilà. Klaar is Kees. Ik houd de sok in de lucht.
De buurman kijkt me vol bewondering aan.
Ik stop sokken voor de deur. Hoe zalig is dat? Zonnetje in mijn gezicht. Biertje bij de hand. Ontmaagding kan zo heerlijk zijn. Voor alles is een eerste keer. Biertje nog, buurman?

Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Sokken stoppen.

20-06-2016

Het laatste verhaal van Roald Dahl

De man ligt languit op het gras en probeert met zijn vingers heel voorzichtig een kuiltje te graven. Langs hem liggen kleine plukjes gras op een stapeltje. Bij gebrek aan succes besluit hij nu toch gereedschap in te zetten. Een klein, maar vlijmscherp nagelvijltje moet het werk doen. Aan de grimas op het gezicht is af te lezen dat de man tevreden is over de voortgang. De kuil wordt groter en groter. De grasplukjes naast hem groeien gestaag. In no time is er geen man meer te zien. Alleen de hakjes van zijn schoenen steken nog boven de rand van de kuil.

De man tast volledig in het duister. De aarde, aardedonker, wil ineens amper wijken maar geeft uiteindelijk toch toe aan de scherpe kartelrand van het nagelvijltje. Het vijltje vreet de aarde stuk en brengt de man daar waar deze denkt dat hij wil zijn. Ongeveer. Want het is veel en veel te donker. Was ie maar een mol. Die hebben een scherpe neus. Maar aan die gedachte kan de man zich amper troosten. Hij moet hoe dan ook volhouden. Nu heeft hij nog een voorsprong. De kinderen zullen weldra volgen. Die wil hij coute que coute voorblijven.

De kinderen vinden al snel het gat in het grasveld. Daarvoor hoeven ze alleen maar de papa-geur te volgen. Die is zo onmiskenbaar. De geur dan. Ongelofelijk hoe hun papa in zo’n korte tijd door kan dringen diep in moeder aarde. Ze hebben diep respect voor hun pa. Stuk voor stuk. Johnnie, Laura, Sjakie en Theadora. Bij het laatste kind, de tweede dochter, waren pa en ma zo in de war geraakt dat er nog een dochter kwam dat ze niet konden kiezen tussen Thea en Dora. Dus kozen ze voor een combi. Maar dat terzijde. De kinderen duiken snel het gat in en kruipen snel richting vader.

Ware het niet dat er plots een tweesprong volgt. Hoe is dat mogelijk? Pa kan zich toch onmogelijk splitsen. Tenzij? Tenzij wat? De kinderen kiezen links. Om na tien meter weer een tweesprong te vinden. Links geaard is pa, dus de keuze is niet zo moeilijk. Hetzelfde proces herhaalt zich nog vier keer. Zou pa zich ingraven in cirkelgedachten? Dat kan haast niet anders. En ja hoor. Daar zien ze de vertrouwde hakjes van pa. Edoch, alleen de hakjes. Waar is de rest van pa gebleven? Snel kruipen ze terug. Dit is zo’n actie die ze kennen uit ‘the Shining’. Pa’s favoriete film. Hij is helemaal bezeten van het eindshot van ‘frozen’ Jack. Het is nochtans niet echt koud. Geen sneeuw en ijs te bespeuren. Sowieso een zeldzaamheid in Timboektoe.

In de ‘reverse’ vinden de kinderen nog meer kledingstukken. De gedachte om pa in zijn nakie aan te treffen op de eindbestemming vinden de kinderen helemaal niets. Ze besluiten dan ook de rest van de tocht geblinddoekt op de tast te doen. Na pakweg twee dagen kruipen in pa’s labyrinth hebben ze beet. De koude voeten van pa voelen naar. Zo ook de rest van zijn lijf. Maar ze weten het zeker. Hier moeten ze naar boven. Dit is het einde. Het krioelt van de kleine beestjes, maar daar trekken de kinderen zich niets van aan. Langzaam kruipen ze omhoog en komen bijna bij het einde. Zover is pa niet gekomen. Het is Johnnie die zijn hoofd stoot tegen de deksel van een kist. Het voelt als eikenhout. Het is eikenhout. Met z’n allen duwen ze de deksel omhoog. De aarde schuift omlaag. En daar staan ze dan. Oog in oog met Roald Dahl. Gevangen in marmer. Er wordt nog net geen entree geheven. Bij de ingang verkopen ze zoete koekjes. Van chocola. De beloning voor de kinderen.

Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Roald Dahl.

07-06-2016

Mannen komen van en voor Venus

Shocking. Mannen komen van Venus. Het is onlangs wetenschappelijk aangetoond. En het komt niet zomaar out of the blue. Nee, zeker niet. Er is jarenlang onderzoek gedaan en nu is het dan eindelijk definitief vastgesteld. Het onderzoek ving aan op 12 juli 1969. In de flower power tijd. Toen vrouwen eindelijk vrouw mochten zijn en mannen man bleven. Dat laatste was niet zo handig achteraf, maar daarover later.

Ik ga niet uitgebreid uitleggen hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat is allemaal niet zo belangrijk. Het resultaat telt immers, de uitkomst. Zo werkt dat in de wetenschap. Eerst proefondervindelijk onderzoeken en daarna met vette cijfers in onmogelijke grafieken omzetten. C’est ça! Mannen komen van Venus. Wie het onderzoek gedaan heeft is dan weer wel interessant. Ik stel de deelnemers aan het onderzoek even aan u voor.

De onderzoeksleider heet Robbie Leeuwen, een voormalig dompteur uit Circus Renz, die niet toevallig gespecialiseerd was in het trainen van leeuwen. Hij was dompteur in een tijd dat een circus nog een circus mocht zijn, met wilde dieren en zo. Na jarenlange coaching raakte hij uitgekeken op zijn vak en zocht een nieuwe uitdaging. Die vond ie bij een roze olifant. Let wel, een muzikale roze olifant. Puur toeval. De olifant wilde graag beroemd worden en zocht iemand die hem op de kaart kon zetten. Robbie was in zijn studententijd DJ geweest, onder de naam DJ Robbie. Hij had altijd zijn netwerk goed onderhouden en dat kwam nu goed van pas. Zelf vond hij het ook wel leuk om beroemd te worden. Dus gingen ze samen op zoek naar een zangeres met een mooie naam en een prachtig keeltje.

Zo kwam Vera om de hoek kijken. Het derde onderzoekslid van het onderzoeksteam ‘Komen mannen van Venus’. De olifant en Vera wisten eigenlijk helemaal niet dat ze onderdeel uitmaakten van een onderzoeksteam. Maar daar had Robbie bewust voor gekozen. ‘The more they know, the less they understand’. Dat was Robbie’s favoriete adagium. En hij wilde graag dat de onderzoeksresultaten voor zichzelf zouden spreken. Dus niet van te voren vastgesteld.

“Vera, veer eens? Wat meer door je knieën ja. Dat is beter voor je stem.” De olifant toeterde op de achtergrond dat het een lieve lust was. Maar het moet gezegd. Het klonk fantastisch. Vera is toch niet zo’n mooie naam, bedacht Robbie ineens. Mariska klinkt veel mooier. Ze waren het gelukkig alle drie eens. En wat voor een naam zouden ze hun bandje nu eens geven? Dat ze zouden gaan optreden stond buiten kijf. Vooral de roze olifant had er erg veel zin in. “Het moet iets schokkends zijn”, sprak Vera … eh … Mariska. “Ja, ja … “, riep de olifant, “iets ‘out of the blue’, rock and roll!” Robbie kreeg meteen een ingeving. “Wat vinden jullie van Shocking Blue?” Beiden stemden unaniem voor.

Om een lang verhaal dan toch maar kort te maken. De rest is geschiedenis. Hun eerste nummer was meteen een wereldhit. ‘Venus’ kwam op nummer één, all over the world. Shocking Blue, de roze olifant, Vera aka Mariska en Robbie hadden het gemaakt. Ze waren beroemd.

Verder onderzoek was niet meer nodig, vond Robbie. Het was nu wel duidelijk dat mannen niet alleen van, maar ook voor Venus komen. Maar dan vooral, van en voor Mariska Venus. En Botticelli dan? Who the fuck is Botticelli? Die had uiteindelijk toch nog gelijk gekregen. Met zijn Milo. Hij wist het al lang. Alle mannen komen van Venus. Maar helaas. Alleen de cijfers tellen. Anno 7 juni 2016 zijn we daar wel achter. Waren mannen nu maar niet alleen man gebleven, dan zag de wereld er veel anders uit.

Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Mannen komen van Venus.

03-06-2016

Een dagje in de Zoo

Met een stevige vuist klopt Gerard op het raam van de vitrine waarin de kleine pasgeboren krokodil zenuwachtig rondjes draait. In de donkere kijkers vloeien tranen. Wat is er met de kleine aan de hand? Gerard slaat er zijn handboek nog eens op na. Maar dat geeft geen antwoord. Het boek is van de LOI en niet echt wetenschappelijk verantwoord. Eerder huis-, tuin- en keukenfilosofie. Wel een hoofdstuk over vlinders en paarden, maar geen enkel over krokodillen en wasberen. Jammer. Kleine Witje is een albinokrokodil. Zeldzaam in zijn soort. De hoofdattractie van de Zoo.

Gerard probeert nog steeds de krokodil te troosten. De mens tracht vaak het onmogelijke. Zo ook Gerard. Vrij van gedachten is hij meer een doener. Hij blijft dan ook op de raam kloppen. Met succes. Plots staat Witje stil. Er verschijnt een klein aureool boven zijn kop. Ziet Gerard dat nu goed? En God lacht. Gerard’s sproeten jeuken. Dat heeft hij altijd bij buitenaardse gewaarwordingen. Ach … vasthouden is loslaten. Het is Gerard toch maar mooi gelukt. Witje staat stil en huilt niet meer. Met een gerust hart kijken de twee elkaar aan. Totdat het noodlot toeslaat. Een donderwolk verschijnt bij heldere hemel. De bliksem slaat in. Eenmaal. Keihard. Het reptielenhuis stuitert op zijn vesten. Heel even. Het aquarium breekt in twee. Witje drijft met al het zand naar buiten. Met al zijn kracht probeert hij zich te handhaven. En jawel hoor. Het lukt. Hij landt op de grond en heft dictatoriaal zijn kleine lange bek in de lucht. Het zit in hem gebakken. Nu al. De blinkende tanden lijken Gerard uit te lachen.

Shit, shit, shit, was de Zoo zojuist begonnen met het leggen van schone lei. Dondert het hele gebouw in elkaar. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin. Zwartkijken al helemaal niet. Veel belangrijker is om Witje eerst een nieuw thuis te geven. Misschien is er nog plek bij Lieve Lita. Nijlpaarden en krokodillen verdragen elkaar best goed. Tenzij ze honger hebben natuurlijk. Maar dat is in een dierentuin geen issue. Waar Gerard wel aan twijfelt, is aan Lita’s grootheidswaanzin. Die neemt best veel ruimte in. Is Witje daartegen wel opgewassen? Preuts is Witje in ieder geval niet. Het moet lukken.

Met een big smile aanschouwt Gerard de volgende dag de ochtendrituelen van Lita en Witje. Ze hebben elkaar gevonden. Witje brusht de harige rug van dikke Lita met zijn scherpe tandjes en Lita plet met liefde het lange lijf van Witje extra plat. Dat helpt bij camouflage en laat Witje sneller zwemmen. Witje is dolblij met zijn nieuwe maatje. De grootheidswaanzin van Lita is tanend. En dat is maar goed ook. Komt er weer wat meer plek in de Zoo en minder chaos.

Het is bijna weekend. Gerard neemt afscheid van de dieren. Zijn stage zit er alweer op. Hij heeft veel geleerd in korte tijd. Niet uit boeken, maar in de praktijk. Nog snel neemt Gerard afscheid van brulaap Michelangelo, zijn favoriete dier. In Michelangelo schuilt een ware artiest. Hij is de Domingo van de Zoo. Een nadeel heeft ie echter. Voor de beste brularia’s moet Michelangelo eerst veel eten. Hij zal Gerard nog het meeste missen. Maar geen nood. Gerard heeft voor alle dieren een gepast afscheidscadeau. Geen barbecue maar een onvervalste eetmarathon staat op het menu. Dat wordt smullen.

Aan de poort levert Gerard zijn sleutel in. Roodstaart amazone Riko luidt hem luidkeels uit. “Seks, Seks, Seks!” Gerard lacht Riko vriendelijk toe en geeft hem een aai over zijn bol. Het is wat met die wilde dieren. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een dierentuin. Gered uit Villa Casa Buch heeft Riko toch maar mooi een nieuwe stek gevonden.


Toelichting:
Geschreven n.a.v. de Schrijfwedstrijd van Mei op ColumnX. Voor deze schrijfwedstrijd werd gebruik gemaakt van het principe van priming. 23 Dagen van de maand mei werd een priming woord of concept op de website plaatsen. Op dezelfde dag kon je dan aan de hand van de 'primer' een stuk schrijven en insturen. Ik heb meegedaan aan deze wedstrijd en achteraf besloten ook een stuk te schrijven waarin alle primers van de maand mei chronologisch verwerkt zitten (uitgezonderd 14 en 21 mei). Dat is dit stukje geworden. Een dagje naar de Zoo.
De primers van de maand mei waren:
Krokodillentranen (1-5), Huis-, tuin- en keukenfilosofie (2-5), Kleine Witje (3-5), De mens tracht (4-5), Vrij (5-5), en God lacht (6-5), Sproeten (7-5), Vasthouden is loslaten (8-5), Donderwolk (9-5), Dictatoriaal (10-5), Schone lei (11-5), Zwartkijken (12-5), Lieve Lita (13-5), Grootheidswaanzin (15-5), Preuts (17-5), Ochtendritueel (18-5), Vaarwel (19-5), Michelangelo (20-5), Eetmarathon (22-5), Telefoonseks (23-5)

19-05-2016

Een spiegelglad vaarwel

De glazenwasser dipt zijn supermoderne raamborstel diep in de emmer. Nog een klein stukje en dan is hij klaar. Een heel klein beetje reiken en ja, het laatste stukje raam is ook gedaan. Geen zin en tijd om de lange ladder te verplaatsen. Te veel moeite. Met grote verbazing en schrik kijkt het voorbijtrekkend publiek omhoog. Een luide schreeuw. En daar gaat ie. Willem Waterveger. Glashard onderuit. Clean.

Video, ik zie. Ik kijk naar het programma Funniest homevideo’s (part 366). De kleuren zijn vaal. Mijn HD Philips Flexatron Ultraspectrum Visionair 6.0 XWS krijgt de kleuren amper strak en stilstaand. De video’s stammen uit het begintijdperk jaren 80. Mijn ogen en hersenen vullen de trillende craquelé beelden gelukkig automatisch aan. Een voor een gaan de schaatsers onderuit. Hard. Keihard. Schaatsen is een kunst. Zeker op glad en dun ijs. Ze verdwijnen achter elkaar in het dunne water, ijs- en ijskoud. Not funny.

De heks kijkt in de grote spiegel aan de muur. Wie is die vrouw? Een grote pukkel prijkt op haar kromme neus. Ze draagt op het hoofd een hoge brede zwarte scheve hoed. Een rookpluim stijgt op uit haar linkeroor en kringelt boos naar boven. Twee priemende zwarte ogen zuigen zich vast in de spiegel. De kromme neus glijdt over het oppervlak en krimpt ineen. De spiegel stinkt. Wie is die vrouw? Wat is ze lelijk? Ze kan zichzelf maar niet herinneren en legt de grote spiegel met een groot gebaar op de vloer. Ze gaat erop staan en vloekt. Het helpt niet. De spiegel scheurt. Van schrik glijdt de heks onderuit. Abracadabra is niet meer. Lelijk mens.

Cikuq watertandt. Ze tuurt door het kleine streepje naar de horizon. Daar loopt ie. Het eten voor vanavond. Ze verbijt de honger. Het moet. Op het harde ijs draagt het geluid kilometers ver. Zover reikt haar kruisboog niet. Pinguïn staat voor vanavond op het menu. Gelukkig kunnen pinguïns niet snel lopen. Een geluk bij een ongeluk. Een verdwaalde pinguïn. Binnen schootsafstand. Cikuq legt aan. Op het moment van schieten glijdt de pinguïn onderuit. Landt op zijn kont. De pijl schiet over. Dan maar twee keer schieten. Time to say goodbye.

Inzending schrijfwedstrijd mei 2016 op ColumnX. Combinatie van Primer (Vaarwel) en Schrijfveer (Spiegelglad) van 19 mei 2016. Naar aanleiding van een opgegeven woord / zinsnede vrij associëren.

07-04-2016

Aan tafel

Moeder breekt haar hoofd over de tafelsetting. Wie zal ze dit keer waar schikken? Ze zucht luid en het zweet staat op haar voorhoofd. Het is zo niet moeder. Wat is er toch aan de hand? Diplomatie is meestal op mam’s lijf geschreven, maar ze komt er niet goed uit. Vijfenzeventig wordt je ook niet ieder jaar. De grote vraag blijft natuurlijk. Breekt dit keer de hel niet uit? Vijfenzeventig, een mijlpaal waar iedereen in familie Liepenstief naar uitziet. Zenuwachtig vlecht ze zwanen van servetten. Ook een zwarte. Voor wie?

Met piepende remmen spat het grint weg onder de wielen van de DAF. Eindelijk is pa gearriveerd. Met veel moeite hijst hij twee grote boodschappentassen uit het minuscule autootje. Met vereende krachten sleept hij de tassen door het grint. Oude butler James komt helpen. Veel te laat. Pa vloekt hem stijf. James schiet onmiddellijk in de spit en kan helemaal niets meer. Pa overweegt heel even Madame Tussaud te bellen. Geen tijd. Het eten moet op tafel. As soon as possible. Mams slaat met een zucht de vitrages dicht.

“Ik heb asperges soep van Honig meegenomen, Knorr hadden ze niet meer!”

“Is goed, ik gooi er wel wat truffelolie in!”

Een voor een druppelt de familie binnen. Het is alleen nog wachten op de jongste spruit van vijfenveertig. Zou hij weer zijn militaire pakje dragen, de snob? Met gelakte laarzen? Zijn sabel dragen? Het blijft altijd een verrassing. Mams vindt het maar niets. Waarom altijd die dressingcode negeren? De richtlijnen waren toch overduidelijk?

Alle kamers in kasteel Nakende Waarheid zijn nu bezet. Het kasteel is al familiebezit sinds 1413. Vroeger heette het kasteel Hoe Kairs maar dat vond familie Liepenstief helemaal niets. In 1969 kreeg het zijn nieuwe naam.

Eerst schuift Herman aan tafel. Zijn plaats is in het midden. Kees zit naast hem. Al snel schuiven ook Daan, Thecla, Kim en Jacob aan. De koude en de warme kant zit vermengd aan tafel. Het is 27 graden Celsius in de kamer. De kachel is goed opgestookt. Kan ook niet anders want iedereen zit bloot aan tafel. Behalve de jongste spruit. Die zal straks in vol ornaat aanschuiven. Althans zo is de verwachting.

Het duurt nog even voordat de stoelen aan de overkant van de tafel ook bezet zijn. Zowel de koude als warme kant van de overkant is as usual weer eens aan de late kant. Moeder zucht nog eens hard. Waar blijven ze nou? Ze heeft vijfenzeventig jaar gewacht op dit moment.

Daar zijn eindelijk de verlate gasten. Bloot en blauw. De kou zit nog in hun lijf. Buiten vriest het 20 graden Celcius. Ze verontschuldigen zich bij mams en paps en schuiven snel aan tafel.

Thomas zit tegenover Herman. Dat heeft mams goed geschikt. Gespreksstof genoeg. Meteen nemen beiden hun nieuwste script door. Vinterberg meets der Koch. Kunst, kunst, kunst, doodmoe wordt de familie ervan. Maar de eer moet hooggehouden, nietwaar? Verder schuift de Deense kant aan. Trine tegenover Daan, Ullrich tegenover Thecla, Bo tegenover Kim en Paprika tegenover Jacob. Het feestje kan beginnen. Nee, wacht. Het is nog wachten op de jongste spruit van vijfenveertig.

Intussen nestelen mams en paps zich aan beide hoofden van de tafel. Hun gerimpelde billen vallen losjes over de Louis VI stoelen. Voor butler James geen gezicht.

Daar is ie dan eindelijk, de jongste spruit, gekleed volgens de laatste militaire mode, compleet met laarzen en sabel, zoals niet afgesproken. He doesn’t give a damn.

Spontaan staat de hele familie op uit hun stoelen. Ze kijken fier omhoog en zingen uit volle borst: “For he’s a jolly good fellow, for he’s a jolly good fellow, for he’s a jolly good fellowwwww, … Mario Fellatio!!!”

“Mario del Rosario Endrinal Petit, waarom ben jij weer zo laat?” Roept mams boos. “Kun je dan nooit op tijd komen? Ga daar maar zitten. James, de soep graag.”

Mario, het uit weemoed aangenomen adoptiekind, schuift luidruchtig aan tafel, naast Jacob. Het handvat van zijn sabel steekt boven de tafel uit.

In stilzwijgen wordt de soep gegeten. Al snel volgt het tussengerecht, de bitterballen. Niemand stikt. Wat verder ook niemand betreurt. Het geeft namelijk zo’n gedoe. En zeker nu mams vijfenzeventig wordt kan er geen minuut verloren. Mario laat stiekem zijn lepel van het peperdure gouden bestek in zijn laarzen glijden. Het blijft niet onopgemerkt. Paprika die schuin tegenover Mario zit heeft het in de smiezen. Maar ze zegt niets. Voor latere onderhandeling komt dit Paprika goed uit. Ze heeft Mario in haar tangetje.

Het grote moment is daar. De speech van mams.

“Lieve familie, en ja, de stoute ook. Nu ik vijfenzeventig jaar oud ben geworden houd ik niet langer mijn liepen stief. Ik treed namelijk toe tot de generatie Brul. Ik leg de familiekrans af en benoem Trine tot mijn opvolgster, de nieuwe familiefreule. Gefeliciteerd Trine. Verder wil ik er geen woorden aan vuil maken. Lang leve Trine. Het nieuwe Liepenstiefer opperhoofd. Smakelijk eten dan maar.”

Mams pinkt een heel klein traantje weg. Een droog kort applaus volgt en iedereen nuttigt het volgende gerecht. Gefermenteerde fazant met lijnzaad, gepekeld en gelucht in varkensblaas. Al snel laat de hele familie lieflijke boertjes en schattig zachte windjes.

Het familiediner verloopt verder rustig. Het is niet wat lezers en kijkers vermoeden. De spanningsboog ontspant zich tot een flauw en futloos elastiekje. Geen spannende verhalen over Paprika en Mario. Geen enkel drama dat zich afspeelt. Kortom een ordentelijk familiediner, zoals het in de meeste kastelen plaatsvindt. Ik kan er niet meer van maken. Helaas. Met hartelijke groet.

Inzending schrijfwedstrijd 'Schrijfix April 2016' op ColumnX.
Thema: Het familiediner

07-03-2016

Hotel de Boter

Met schouders opgetrokken tot in zijn nek loopt de man het ziekenhuis uit. De vilten hoed schuift ie wat achteloos over zijn plakhaar. Kijkt niemand hem na? Hij twijfelt, maar durft niet goed te kijken.
“Meneer, meneer … U vergeet uw jas …!” Een blonde zuster zwaait met een donkere mantel en valt vlak voor de man op haar knieën, uitgeput en buiten adem.
“Dank u wel, dat is lief van u!” De man trekt de mantel zonder te blikken of blozen aan. Maar de lezer weet wel beter. Onderhuids.

Op etage zeven knippert een licht aan en uit. Het licht vraagt om aandacht. De man kijkt nog even schuin omhoog en verdwijnt in de nacht. We zien hem nooit meer terug lezer. Het is maar dat u het weet.
De blonde zuster verschijnt vijf minuten later voor het verlichte raam op etage zeven. Een frons op haar gezicht zegt u nog even niets. Totdat u het verhaal hoort lieve lezer.

Een week geleden had hij een brief geschreven als reactie op een advertentie uit de plaatselijke waarzegger. Er was nog hoop. ‘Lieve vrouw zoekt na tien rampzalige dates een date waar geen reddingsboei bij nodig is. Is goed verzekerd en vraagt dat ook van haar date. Reacties onder briefnummer CX4711.’

Zenuwachtig had hij gewacht op antwoord. En het kwam snel, heel snel. Zo ook de eerste afspraak. Ze wist van wanten en liet er geen gras over groeien. Wel een beetje vreemd want tien voorgaande dates waren rampzalig gebleken. Maar de man was wel into the great wild. Daarnaast was hij fearless. Hij toch zeker. Of hij op zondag een hotelkamer wilde boeken bij Hotel de Boter? Geen probleem.

De lichtknop in de hotelkamer had niet gewerkt. Daar had de man achterdochtig moeten worden lezer. Niet dus. Een ijskoude stem had hem bevolen. “Kleren uit en links in de hoek gaan staan!” Tot dusver ook geen probleem. Hij vond het wel spannend. De kamer rook naar 4711. Die geur kende hij als geen ander. Zijn date hield van korte bevelen. “Voorover bukken, met je hoofd tegen de muur!”

En toen gebeurde het. Eerst geklik van stilettohakken en daarna het geluid van een flesje waarvan de dop op een of andere manier slecht open ging. Vervolgens een afwisselend zuigend spuitend geluid. Hij voelde ijskoude olie in zijn bilspleet. Zo koud dat hij meteen recht omhoog schoot. Een actie waarvan zijn date steil achterover sloeg. “Nondedju!” hoorde hij haar nog zeggen. Daarna grote stilte en blijvende duisternis. Zijn date lag op de grond.
Nou lezer. Leg dat maar eens uit aan een ambulancier. De politie is er niet bijgehaald. Gelukkig maar.

De man verlaat het ziekenhuis. De zuster, helaas niet zijn type, heeft hem zojuist nog uitgelegd, drie weken moet ze rust houden meneer. Drie weken? Heeft de dame in kwestie dan zoveel hersens, zwaar beschadigd? Of de man zo vriendelijk wil zijn de familie op de hoogte te brengen. Een probleem? Een probleem.

Inzending schrijfwedstrijd 'Schrijfix Maart 2016' op ColumnX.
Thema: Een rampzalig verlopen date

30-11-2015

120 Woorden November 2015

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Kabinetjes (01-11-2015) (Themawoord: Kabinet)

Het is steenkoud. We nemen het buitenschip. Zelfs de kaarsen aan de wand bibberen van de kou; als ik de vlammen moet geloven. Ze dansen in oranje blauw, waarbij het oranje het blauw omvat.

De zondagse kleren zitten niet lekker. Een korte broek dat kan nog net, zo laat mijn vader mij geloven. Ik stop mijn hemd wat dieper in de broek en knoop het jasje stevig dicht. De kleine stropdas geeft ook geen warmte. De sokken hoog optrekken, dat kan nog helpen.

Maar ik krijg de tijd niet. Zodra ik buk, trekt mijn vader me omhoog. De man aan het kruis kijkt me vol medelijden aan. Links uit een van de vreemde kabinetjes klinkt gekreun. “Doorlopen!”, roept vader verschrikt.


Mijn hond heet Hans (04-11-2015) (Themawoord: Tocht)

Hans krabt zijn rug. Er springen wat kleine beestjes weg. Haast onzichtbaar. Het stemt Hans in ieder geval diep tevreden, want hij draait zich nog eens gemoedelijk om. Met een luide piepende geeuw.

De kachel brandt in huis. Het warme vuur maakt slaperig. Al snel valt Hans in een diepe coma. Hij ligt nu op zijn zij met de kin op de grond. Zijn dikke lippen hangen languit op de vloer en blubberen bij iedere ademstoot zachtjes op en neer. Het is een vertrouwd gezicht.

Buiten begint het zachtjes te waaien. Als dat maar goed gaat. Het zacht gewaai gaat al snel over in sterke wind. De wind wordt storm. Hans springt op. Blind van woede, over de plotse tocht.


Sliske (10-11-2015) (Themawoord: Zeep)

De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.

De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.

Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.


Zeepsmoel (14-11-2015) (Themawoord: Zeep)

Ik glij uit
Over bloed
Gemorst
Uit een lichaam

Een zeperd
Languit op mijn kont
Land ik
Op grond

Tussen lijken
Over lijken
Gevloerd
Ongepast

Ik geloof
Zegt de gek
Niet met opzet
Maar in waanzin

Kortsluiting
In een hoofd
Vijftien jaar oud
Gerekruteerd

Voor een goede zaak
Op leven en dood
Voor een betere wereld
In de hemel

Wie maakt wie wat wijs?
Hoe democratisch is geloven?
Wie spreekt recht?
En wie krom?

Vloeken en tieren
Met bommen en granaten?
Kortgelont
Met kalashnikov

Gordels van verknipte jeugd
Gebrainwashed in nood en deugd
Woestijngloed
Struikelen in eigen bloed

Geloof dat neem je niet af
Diep van binnen
Niet van buiten
Hartdruk

Ook jij niet zeepsmoel
In mijn stad van liefde.


Zwerven (15-11-2015) (Themawoord: Zeep)

Zweet, zweet van zeep. Zoekt zwoel zalige zult. Zwoegend door zware zeurderige regen van zwavel. Zittend in een zijspan van zeem, zwalkt de zwerver zout en zwijgzaam door zijn zwevend bestaan. Als een zouaaf die zweert bij oorlog zingt hij over zoete zever. Zotheid is hem naar het hoofd gestegen.

Zwak zwijkt hij uit. Voor zevenenzestig zwanen die zwetsen uit hun nek. Zie hoe zorgzaam zij zuchten bij zijdezachte zuidenwind. Zaniken en zeuren is zo jaren zeventig. Zwerven, zweven, het is een kunst. Zwart en zuur zeulen door een zee van ego onder een zinderende zon. Zuigen, zogen, zagen. Zebrapaden.

Zoeloes huilen over de lange weg die zij moeten gaan. Zwabberen wanhopig in vloeibare zerken. Langzaam, een zware dood tegemoet.


Peperspree (16-11-2015) (Themawoord: Peper)

Nee, dat mag niet.
Nee, niet aankomen.

Ik kruip op mijn knietjes door de kamer.
Mij krijgt ze niet klein.

Wat heb ik nu gezegd?
Niet aankomen.

Ik trek me langzaam omhoog aan de tafelpoot.
Mijn knuistjes omklemmen het tafelblad.

Wel verdorie, wat heb ik nu gezegd.
Afblijven.

Ik waag een nieuwe poging.
Het gaat me steeds makkelijker af.

En nu is het afgelopen.
De kamer uit.

Nog een keer proberen.
Het witte tafelkleed schuift langzaam van de tafel.

Mama is even spoorloos.

Ik tril op mijn kleine beentjes.
Het potje komt steeds dichterbij.

Tafelkleed en potje glijjden over mij heen.

Ik hoor een krijsend geluid.
Een mamasirene slaat op tilt.

‘Hyperintelligente terrorpeuter komt om door peperspree!’
Kopt de Telegraaf.


Voorstelling (16-11-2015) (Themawoord: Peper)

Stel dat ik mocht kiezen, welk stel ik mocht zijn? Welk stel zou ik dan verkiezen? En wie van het stel zou ik dan het liefste willen zijn? Mocht het stel uit twee bestaan uiteraard. Ik ken legio voorbeelden. En ja, ik ga ze allemaal noemen. Ernie of Bert? De dikke of de dunne? Tarzan of Jane? Ken of Barbie? Spik of span? Goed of kwaad? Vuur of water? Wind of regen? Vraag of antwoord? Stel of sprong? Bank of stoel? Ja of nee? Stellig of vol twijfel? Ik weet het even niet meer. Citroen of sinaasappel? Zuur of zoet? Woorden zijn bijna op. Zo ook mijn overwegingen. De kapper is klaar. Kort geknipt hou ik het zout en peper.


Piet Chili (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Piet Chili had maar een droom. Piet worden in het grote Pietencircus van Valencia. Maar daarvoor moest ie eerst auditie doen bij de circusdirectrice, een vrouw met een grote witte baard.

Piet had echter een groot probleem. Hij stonk verschrikkelijk. Daar kon hij niets aan doen. Als klein kereltje was hij vroeger in een grote ketel hete pepersoep gevallen. De geur was sindsdien aan hem blijven kleven.

Aan stinkende Pieten had de circusdirectrice een broertje dood. Maar Piet zou haar overtuigen met een geweldig idee. Mits ze zouden trouwen. Hij wist dat de directrice van kindjes en feesten hield. Zijn idee was het organiseren van een jaarlijks terugkerend kinderfeest.

Snel schreef hij een sollicitatiebrief.

‘Geachte Dolores con Carne, bij deze’


Peperpersoon (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

Peperpersoon wie kent het niet? Wacht ik koppel hem meteen aan gepeperd. De rekening dan. Los uit de pols wordt het voor je voeten geworpen. Nu ja, los uit de pols? Schijn bedriegt. Er is natuurlijk goed over nagedacht. Over de prijs per persoon. Dat levert namelijk veel meer op dan prijs per twee of per groep. Prijs per woning. Prijs per chalet. Het is weer bijna wintersport. Hoewel dat laatste niet echt er toe doet. De gemiddelde bemiddelde wintersporter kijkt niet zo nauw. Bij chalet begint hij of zij sowieso vrijwel onmiddellijk te jodelen. Je gaat toch niet vanuit een flatje snowboarden? Niet te verwarren met waterboarden. Je zou haast stikken van de prijzen die ze vragen, per persoon.


Reetpeper (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

Heel even raakte de schrijver in de war. Een themawoord als peper vroeg om een zorgvuldige benadering. Vrije associatie was uit den boze. Het moest ergens over gaan. En voordat het ergens over ging, moest er eerst nagedacht worden.

Reetkever en reetveter waren de eerste woorden die de schrijver te binnen schoten. Hij parkeerde ze op een blocnote. Reetkevers had hij onlangs nog op bezoek gehad. Daar zou zijn verhaaltje over kunnen gaan. Maar reetveter bood natuurlijk veel meer mogelijkheden.

Voodat hij er over schreef wilde hij het eerst ervaren. Zo’n reetveter. Zonder ervaring bleven gedachten maar loos.

Daar zat hij dus achter zijn laptop. Met zijn billen bloot. Nou ja, bloot. Gescheiden door wat reetpeper. Inventief ineengevouwen A4tjes. Pijnlijk.


Poederbrief (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

De gepeperde rekening moest nog verstuurd worden. Blauw zou hij zich betalen. Dat was zo goed als zeker. Veel te veel uren had hij gemaakt. Niet geschreven wel gemaakt. Zou hij ze alsnog opvoeren? De uren? Met Max Verstappen speed? Of gewoon met witte peper? Ja, dat was een goed plan. Hij zou de rekening versturen met wat witte peper. Wat zou de aannemer schrikken? De verbouwing was toch wel erg duur geweest. De kosten moest hij toch wel opvoeren. Als aangever kon hij niet anders. De aannemer van de brief zou zich een hoedje schrikken. Slecht voor de bloedvaten. Maar dat is het lot van de aannemer van de brief. Als aangever had hij er niets mee te maken.


Bram (17-11-2015)

Bram zit in de bus. Hij is oud. Heel oud. Hij mijmert wat voor zich uit. De rode jurk zit niet naar zijn wens. Hij kreukt en kriebelt. Dat komt door de goedkope stof. Hij heeft de jurk nog niet zo lang aan. Een boldotcomjongetje had hem vanochtend aan zijn deur afgegeven.

Bij de jurk zat ook een mijter. Wat moest ie daar nu mee? Bram geloofde al lang niet meer in Sinterklaas. Dat was de enige persoon waaraan Bram kon denken, in relatie tot de mijter. Hij moest er toch iets mee. Nietwaar?

Bram arriveert bijna op zijn bestemming. Rotterdam CS. Daar zou hij Nel ontmoeten. Tot voorheen Nelus. Ook wel koperen Nelus genoemd. Ook uit de kast gekomen.


Maaltijd (17-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.


Geen zin in sommen (18-11-2015)

Inderdaad. Ik heb er even geen trek in om een som op te lossen. Dan kom ik maar niet binnen. Krijg ik geen toegang. Als we voor de gein nu eens alle robotten zouden verzamelen, optellen, vermenigvuldigen en daarna aftrekken of delen. Ja, vierendelen. Zoals ze dat in de Middeleeuwen deden. Of gif laten drinken uit een heilige beker. Gif van een naakte python. Dat zou ze leren, die stomme robotten. Dan hoefde ik ook geen domme getallen meer op te tellen. Gelukkig kan ik wel gratis bijdragen. Stukjes, geen reacties. Dat is dan weer vreemd. Reacties wegen blijkbaar zwaarder. Graag draag ik bij, vrij toegankelijk, zonder reageren. Het internet is toch eigenlijk een grote kleuterschool. Goed gedrag wordt beloond.


Dialoog vertaald in maaltijd (18-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“U kunt beginnen met uw verdediging, uw maaltijd gaat nu in.”
“Mijne heren, ik ga u bewijzen dat deze dialoog werkt en tevens een gat in de markt is.”
“Oh, hoe wilt u dat dan bewijzen?”
“Proefondervindelijk. Mag ik u allen vragen uw baretten hier voor mij op tafel te leggen.”
“U houdt ons voor de gek?”
“Echt niet, kijk, ik giet nu de dialoog over uw baretten, en zie wat er gebeurt.”
“Maar dat is onmogelijk, dat bestaat niet!”
“Wat bestaat niet? Dat er plots gedachtegangen uit uw baretten omhoog stijgen in klare taal?”
“Warempel u heeft gelijk. En ze zijn nog goed te volgen ook, woordelijk!”
“Het beste komt nog. Mijn dialoog kost slechts drie euro per fles.”


Sergeant Peper (19-11-2015) (Themawoord: Peper)

Hij diende in het leger van de prins. Sergeant Peper. Hij was zeer getalenteerd op meerdere vlakken en overal inzetbaar. Het meeste hield hij van gele vlakken. De blauwe vlakken ontweek ie altijd. Hij vond ze veel te nat.

Het liefste bewoog Sergeant Peper door het midden. Links en rechts vond hij veel te moeilijk. Op de flanken aanvallen vond hij te omslachtig. Vanuit het midden had hij meer overzicht. Ook al stond de vijand met zijn rug naar hem toegekeerd, hij schatte meestal goed in wie hij voor zich had.

Aan bommen had Sergant Peper een bloedje hekel. Die stemden hem mineur. Ze sloegen altijd keihard in, in zijn eenzaam hart. Vierenzestig jaar is ie geworden. Sergeant Peper. RIP.


Piekeren (21-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“Waarom piekert u zoveel?”
“Hoezo, het is alweer bijna Kerstmis.”
“Kerstmis? Het moet nog eerst Sinterklaas worden.”
“Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met piekeren.”
“Piekeren met Kerstmis en Sinterklaas?”
“Ja, kijk, ik speel altijd een dubbelrol in december. Ik tranformeer afwisselend in Sinterklaas en Kerstman.”
“Ik begrijp het, dat past prima bij uw gespletenheid, met Pasen bent u zeker ook Paashaas?”
“Ha, ha, nu probeert u mij in de maling te nemen zeker.”
“Nee hoor. In deze kostbare maaltijd die ik kosteloos aan u besteedt, omdat u van betekenis bent voor veel kinderen wereldwijd, neem ik uw gepieker als psychiater bloedserieus.”
“Fijn, zal ik Sinterklaas dan een piek cadeau doen of een nieuw paaseimandje?”
“Helaas, u tijd is voorbij.”


Mentha piperita (22-11-2015) (Themawoord: Peper)

Het heeft niets te maken met Pipo de Clown en ook niet met Rita Corita. Als je er te veel van binnen krijgt tast het niet de gezondheid aan. Hoewel daar ook grenzen aan zijn. Het is ook geen enge ziekte, maar dan nog, je wenst het niemand toe. Krijg de mentha piperita is eigenlijk best wel aangenaam. Het kan een verfrissende werking hebben. De mentha piperita werkt uiterst rustgevend. Bij veel stress is het raadzaam om even in een park een bankje te zoeken en dan de omgeving in je op te nemen. Adem in en adem uit. Neem dan een mentha piperita en alles komt goed. Je kunt ook een rang of mars nemen. Een pepermuntje werkt beter.


Dambordvlieg (23-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Hij veegt zijn handjes zachtjes over elkaar en wrijft af en toe ook even door zijn haar. Daarbij glijden de handjes ook heel even over de oogjes. Voldaan van de maaltijd laat hij een miniboertje. Haast onhoorbaar.

De zon schijnt lekker. Een mager laat herfstzonnetje. De afbraak in de natuur is begonnen. Bladeren nestelen zich rondom plantenstronken en houden de bodem lekker warm. Niemand klaagt nog over vorst en kou. Het zal niet lang meer duren. Gelukkig maar.

Zijn eeuwige honger is niet te stillen. Hij heeft zojuist nog gegeten, zijn buikje rond. Alles netjes afgekluifd. Een waar feestmaal. Hij heeft niet veel meer overgelaten. De rest is voor de pieren, de echte aaseters der natuur. Hijzelf zuigt liever poep.


Beeseters (24-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Aaseters hebben altijd honger. Ze zijn zo vraatzuchtig dat ik besloten heb om ze vanaf de volgende zin weg te laten uit mijn stukje. Hun bemoeizucht ben ik zo beu. Zeer ergerlijk zijn ze. Met de neus voorop verschijnen zij veelvuldig voor in de rij.

Beeseters zijn veel leuker. Niet zo hebberig. Ze kennen hun plek in het schrift. Bescheiden stellen zij zich op. Niet voor niets zijn het medeklinkers. Klinkers willen klinken gelijk een klok, vervelend en luidruchtig.

Nee, op medeklinkers kun je bouwen. Op de Bees, de Cees, de Dees, enzovoort. Complete letterbedjes kun je er mee spreiden. Klinkers zijn niet per se nodig voor een goede column. Beeseters hebben zelden honger. Ze zijn zelf om op te vreten.


Geloven (24-11-2015)

Geloof een ongemeen goed.
Voor wie er in gelooft smaakt het zoet.

De een gelooft heilig in kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.

Geloof in eigen kunnen, ook zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.

In niets, ook daarin kun je geloven.
Diep vanuit de grond, in Zen, of helemaal van boven.

Of geloven in het tegenovergestelde.
Mogelijk de opvoeding die ergens knelde.

Geloof dat is voor dommen, die met een laag IQ?
Die liever zweven, dan aarden in het nu?

Geloven in mystiek en fantasie.
In decembermaanden gaan er flink wat door de knie.

Geloof in mensen, dieren, planten, dingen, dat volstaat.
Eenvoudig en in liefde blijven voeden, met woord en daad.


Achtenveertigen (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

De wekelijkse kaartavond van kaartclub Slinger en Rik werd op zondagavond vreselijk verstoord. De vaste koppeltjes die al drie maanden streden om de Gompiebokaal waren compleet verbolgen. Dit kon niet waar zijn. Iemand verziekte het spel. En dat nota bene op de slotavond.

Wie o wie had het in zijn hoofd gehaald om alle azen te stelen? De harten, de schoppen, de klaveren en de schoppen. Welke ongelofelijke stoethaspel maakte het klaar om deze mooiste avond van het seizoen voor iedereen te bederven?

Een asociale aaseter of een ergerlijk jokertje? De ogen stonden strak en iedereen leek voor even verdacht. Totdat de wedstrijdleider kwam met een lumineus idee. De azen doen vanavond gewoon niet mee. We rikken met z’n achtenveertigen.


Categorische perceptie (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

‘Allofoon, allofoon’. Er is niemand op zoek naar zijn telefoon. Nee, hier is sprake van een vreemd fenomeen. Een Nederlands-Franse taalverwarring van bijzondere categorische perceptie, waarbij spraakklanken niet als uniek akoestisch signaal worden waargenomen, maar door de hersenen opgeslagen in aparte categorieën. Welkom in de wondere wereld van de fonologie, een duur woord voor klanktaalwetenschap.

Het vraagt eventjes oplettendheid bij de lezer. Dat is ook het geval bij het woord ‘Aaseter’. Spreekt u het maar eens hardop uit: AASETER. En doe het nu ook eens met ACHETER. Er is onmiddellijk sprake van een allofoon (variant van foneem). Wat moet u er nu mee? U voelt zich misschien verkocht, omgekocht, afgekocht. Mogelijk zelfs gecorrumpeerd. En dat nog wel door een aaseter.


Maaltijd in de sauna (25-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“Hallo.”
“Best heet hier!”
“Lekker warm noem ik het.”
“Dan kunt u er beter tegen.”
“Dat is een kwestie van gewenning.”
“Voor mij went het nooit.”
“Waarom doet u het dan?”
“Ik heb een bon gekregen.”
“Van Social Deal zeker.”
“Nou nee, van mijn vriendin.”
“Bent u voor de eerste keer hier?”
“Ja, dit is mijn vuurdoop.”
“Eerst een voetenbad genomen?”
“Een voetenbad?”
“Ja, om op temperatuur te komen.”
“Is daar dan een apart voetenbad voor?”
“Ja, niet gezien bij binnenkomst?”
“Nee.”
“Handleiding ook niet gelezen?”
“Handleiding voor mijn voeten?”
“Ja, en de rest.”
“Weet u misschien de tijd?”
“Daar hangt een klok.”
“Waar?”
“Daar!”
“Maar dat is een zandloper.”
“Klopt, die maalt de tijd.”
“Maar geen etmaaltijd!”
“Nee, helaas.”


Isla Mosquera (26-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Verontrustende geluiden vanuit Isla Mosquera. UNESCO heeft ontdekt dat er een virus heerst onder de aaseters op dit kleine Galapagoseiland. Alle aaseters zijn zwaar neusverkouden. Ze ruiken de lijkengeur van kadavers niet meer. Na een aantal dagen worden ze ook nog eens blind door hevig ontstoken bijholten. Een vervelende complicatie die uiteindelijk leidt tot honger en dood. De natuur is wreed. Darwin maakte het al eerder mee, in september 1835 om precies te zijn. Ik lees even voor uit zijn schrift. ‘Ik ruimde samen met mijn crew de hele dag vele aaseters. Van klein naar groot: mieren, kevers, vliegen, wespen, wormen, garnalen, krabben, ratten, raven, gieren, schildpadden, vossen, jakhalzen, hyena’s en varanen. Hopelijk vinden ze de dood in het hiernamaals.’

Kaas eten (27-11-2015) (Themawoord: Kaas eten)

Er was eens een muis. Hij heette Piet. Zijn favoriete kostje was kaas. Het liefst at Piet eerst de kaas van de kaas. Bij voorkeur knaagde hij dan de lange linkerzijde van de kaas van boven naar beneden af. Daarna viel altijd het resterende stukje van de kaas, een kleine v, naar beneden op zijn kant.

Vervolgens knabbelde Piet eerst het schuine opstaande stukje op en daarna het liggende. Wat dan overbleef was aas. Vanaf dat moment transformeerde Piet van kaaseter in aaseter.

Omdat Piet best gulzig was vrat hij meteen verder aan de aas. De eerste a lukte altijd. De tweede nooit. Hij zat dan vol. Piet was een onvervalste kaas- en aaseter. As eten ging hem te ver.


Open haard (29-11-2015)

Mijn haard is niet open. Het is een gesloten huis. Een huis van metaal. Gietijzer om precies te zijn. Van staal was misschien mooier geweest. Cortenstaal. Het vuur doet het in ieder geval goed. Een open vuur in een gesloten systeem. Het nodigt uit. Hoe dan ook. De vlammen worden gevoed door zuurstof. Zij komen haast nooit in ademnood.

Vlammen die hyperventileren, ik moet er niet aan denken. Soms slaat het vuur op hol. Dan houd ik het niet bij. Het danst dan in de schoorsteen. Een zorgwekkend schouwspel dat kort duurt. Het is wachten op sirenes. Geen mythologisch mooie vrouwen. Nee, op Bob de Bouwers met rode mantels en een lange ladder. Mijn gesloten haard verwordt tot open huis.


Beelddenken in denkbeelden (30-11-2015) (Themawoord: Beeld)

Met ferme handen boetseert René D, de grote denkbeelder, zijn woorden in klei. Hij denkt, dus hij beeldt. Dat doet ie letter voor letter. Hij boetseert eerst een mooie b, draait deze vervolgens achterstevoren naar d. Kantelt hem in spiegelbeeld naar p. De stok omlaag. Tot slot nog een draai naar rechts en voilà, daar is de q.

Denkbeeldig verzint hij een mooie titel voor het beeld. Bedepeku. Nu nog even afgieten in brons. Nee in goud. Opdracht geslaagd. De beelddenker kan weer verder met zijn volgende opdracht. Een boombeeld. Maar hij is niet zo in de mood voor boom. Hij houdt het liever bij Bedepeku. Driedimensionaal geniet René van het eindbeeld. Totaal van de kaart. Een gestolde beeldgedachte, museumwaardig.