30-04-2012

Columns van Harrie (April 2012)


Alarm in poezenhuis / Algemeen / 14-04-2012

Mijn radar vangt een vreemd bericht op. "Alarm in poezenhuis. Karakterkattenmoord niet uitgesloten. Hulp gevraagd. Locatie: hoofdstad lage landen in Galacticum 3012."

Ik weet genoeg en spoedt me in mijn TARDIS richting Galacticum 3012. Onderweg neem ik nog wat lifters mee. Zij zijn op weg naar een feestje in de buurt van de hoofdstad die ik wil bezoeken. Ze zien er vanuit mijn TARDIS verdwaald uit en dragen een verfrommeld bord met daarop slordig geschreven "MacDonalds Laan van Meerdervoort".

Ik kan de lifters niet laten staan. Ben ook blij want meteen krijg ik inside information over wat er plaatsvindt in de hoofdstad der lage landen. Een oproep vanuit het poezenhuis? Paniek in de tent? Dat is gesneden koek voor de hippies die blij op de achterbank van mijn TARDIS hebben plaatsgenomen.

Niets van aantrekken. Negeren. Dat doen ze in de lage landen al weken. Al maanden. Al jaren. Graspollenpolitiek wordt daar gespeeld. Het enige dat het poezenhuis nodig heeft is een grasmaaier. Kortknippen, rasieren, daarna onmiddellijk opnieuw bemesten, zodat er nieuw gras kan groeien. Kattengras wel te verstaan. Dat ze dan snel genoeg kunnen opeten. Opdat ze eens goed misselijk worden en hun gal kunnen spuwen. Gewoon vrijuit, zonder voorbehoud. Zonder rekening te houden met kiezers, klikkers of wat voor ander volk. Laat ze daarna maar lekker spinnen en elkaar de kont likken en het komt allemaal goed in het lage land. Wel oppassen voor heilige boontjes die zich binnen wringen. Een complot is zo gesmeed. Ook onder lieve poezen. Indien men goed regeert in de kattentoko is karakterkattenmoord absoluut overbodig. Aldus sprak één van de opgewonden lifters vanaf de achterbank van mijn TARDIS.

Ik was gerustgesteld. De paniek die aanvankelijk op mijn radar doorklonk wist ik even te parkeren. Zijn ze wel lief voor elkaar in dat poezenhuis vroeg ik me af. Likken ze elkaars baarden en houden ze de boel netjes? Kunnen ze alles kwijt op kattenbelletjes? Strooien ze elkaar geen kattenzand in de ogen?

De lifters op mijn achterbank grinniken. Ze laten me weten dat ik een buitenlander ben die nog geen kaas gegeten heeft. Zodoende niet voldoende ingeburgerd. Heel begrijpelijk en niet onoverkomelijk. Mocht ik geen enorme zak geld bij me hebben, bestaande uit een bedrag met zoveel nullen dat het niet meer is uit te spreken, dan heb ik niets te zoeken in de hoofdstad van hun lage land. Aldus de lifters, waarvan ik nu de naam weet. Maar die vertel ik niet, lekker puhhh. Ik houd namelijk mediastilte.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

12-04-2012

Zumba Gold

Vandaag is mijn eerste artikel op de website Hallo040 gepubliceerd. Hallo040 is een webmagazine met artikelen over Eindhoven in de breedste zin van het woord.
Het is de bedoeling dat ik maandelijks, afwisselend voor de rubrieken 'Sport' en 'Lifestyle', een artikel ga schrijven. Mijn eerste artikel gaat over Zumba Gold en is hier te lezen.
Het was hartstikke leuk om het artikel te schrijven. Als voorbereiding heb ik een proefles Zumba gevolgd bij Dansschool Step by Step te Eindhoven. Vanuit ervaring schrijven is en blijft een leuke sport. Via de mail en twitter heb ik al een paar leuke reacties ontvangen op mijn eersteling. Waarvoor dank.

Mien Zumba


31-03-2012

Columns van Harrie (Maart 2012)


Nijtram in rood neon / Actualiteiten / 01-03-2012

De oproep is heel dringend. Alle alarmbellen gaan af. Snel spring ik in mijn TARDIS en tik snel de coördinaten in die mij naar de onheilsplek moeten brengen. Ik schiet langs duizend sterrenstelsels en druk vol op de rem als ik op mijn monitor de Melkweg voorbij zie flitsen. Hier moet ik zijn. Een oogverblindende zon heet mij welkom. Wat kwam ik hier ook alweer doen? De plek waar ik me begeef heeft niets van een Melkweg. Het zicht is belabberd. Komt vast door de absorptienevel.

“Dokter Wie, I presume?” Naast me staat een man die jolig zijn hand uitsteekt. Op zijn hoofd draagt hij een rare hoed. Een beetje uit de tijd. “Ik had u nog niet zo snel verwacht dokter, maar ik ben blij dat u er bent. Ik zal mij even voorstellen. Mijn naam is Kuub Herschelp, aangenaam!” Nog nooit zo’n vreemde stoethaspel gezien. “Wat kan ik voor u betekenen meneer Herschelp, naar ik vernomen heb is de situatie nogal precair?” “O dokter, u kunt meteen aan de slag. Kijk u ziet hier vijf rode telefooncellen, nietwaar? In iedere cel zit een vreemd dier. Ik en mijn beste vriend William Maarschalk kunnen het niet vatten? De vreemde dieren tonen een nogal vreemd gedrag. Darwin zou er helemaal gek van worden. Sinds vanochtend springen ze helemaal uit hun dak. Ze spreken een taal die niet te verstaan is. Wat we wel tussen neus en lippen door horen is dat zij zichzelf de uitverkorenen noemen. Ook uiten ze voortdurend een reeks klanken die terugkeren. Het lijkt nog het meest op klanken uit de Engelse taal. Een aantal klanken hebben we inmiddels met behulp van transliteratie weten te ontrafelen. Ze lijken nog het meest op de woorden partyanimal en labour. Omdat wij bang zijn dat zij zichzelf iets aan doen hebben we u hulp ingeschakeld. Misschien kunt u de rust terugbrengen.”

Ik denk een paar seconden na en bekijk kortstondig het gedrag van de vreemde wezens in de rode telefooncellen. Ze lijken allemaal een beetje op elkaar. Er zitten mannetjes en vrouwtjes tussen. Het zijn wel bijzondere typetjes en ze lijken behoorlijk mediageniek. Dat heb ik al gauw gezien. Het is overigens een vreemde plek waar de telefooncellen staan. Het straatnamenbord heb ik nooit eerder gezien. Mad zie ik staan, met een verdere verwijzing naar Nikor. Ik weet wel dat de plek waar ik me bevind iets heeft met paaltjes. Het zijn vooral kleine paaltjes die in de weg staan. Eén hele grote paal schijnt nogal veel aantrekkingskracht te hebben. Er verzamelen zich voortdurend mensen omheen. Nog geen vijftig meter er vandaan staat een rare snuiter gevaarlijk met een hakbijl te zwaaien. Hij staat op een lullig kistje en kijkt voorbijgangers vervaarlijk uitnodigend aan. Af en toe slaat hij een vreemde kreet. Om vervolgens aan de passanten te vragen: “You want to take a picture from me?” Voordat de voorbijgangers het in de gaten hebben staat de zwartgeklede snoeshaan naast hen en legt een arm om één van hen heen. Hij gebaart de ander snel zijn iPhone te trekken. “You take a picture!, schreeuwt ie schor. Daarna houdt hij zijn hand op. “Five euro please!. De voorbijgangers trekken met afschuw hun portemonnee en weten niet hoe ze snel ze weg moeten komen. Een bijzonder tafereel dat zich nog een paar keer herhaalt. Vooral Japanners zijn regelmatig het slachtoffer.

Intussen wordt het lawaai in de vijf telefooncellen achter mij steeds groter. Hier ligt duidelijk een vraag om aandacht. Het grappige is dat de rode telefooncellen een soort van knipperlicht op hun dak hebben. Kuub Herschelp legt uit dat dit is omdat er snel groen licht gegeven moet worden. De boodschap is duidelijk. Men durft hier in deze grote stad geen keuzes te maken. Daarvoor ben ik natuurlijk ingeschakeld. Ik loop langs de vijf telefooncellen. De reacties in de boxen zijn verschillend. De ene kwijlt als ik voorbij loop. De ander wacht rustig af. Ik loop naar de middelste box en druk op het knopje dat naast de deur zit. Het groene licht springt aan en een vrolijk lied klinkt uit de speakers die aan alle telefooncellen hangen. Vrijwel gelijktijdig verschijnt in rood neonlicht een naam op de telefooncel die ik uitverkozen heb. Nijtram schreeuwt het rode neonlicht. En Nijtram die gaat helemaal uit zijn plaat. En dat op de Mad nog wel. Mijn missie is volbracht. Ik neem netjes afscheid van Herschelp en Maarschalk en vertrek met mijn TARDIS naar andere oorden. Wat een drukte om niks.


Ringspelen / Actualiteiten / 08-03-2012

In mijn TARDIS drijf ik door een zwarte ruimte op zoek naar licht. Mijn lijf voelt zwaar. Dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn lichaamsgesteldheid. Die is nog steeds metafysisch ingesteld op planeet Aarde. Daar waar de zon ver van de Aarde afstaat zweef ik rond. Op zoek naar tumult. En die is er. Op een klein stukje Aarde dat Nederland heet. Ik dacht dat het ringsteken tot de Middeleeuwen behoorde. Maar niets is minder waar. Het heeft zich alleen verplaatst naar andere tijden en onthult zich in een ander gedaante. Heden wordt met modder gegooid. Met zand gestrooid. Hakken worden in het zand gezet. De spot gedreven met alle regels. Stokken worden er wielen gestoken. Rekstokken. Repke en Zwammes laten van zich horen. Het liefst verbreken ze de banden met bonden die stiekem fout binden. Hoge heren met witte pruiken hebben met recht uitgesproken, datgene wat krom is moet weer recht. Met kromme rekstok is het per slot van rekening moeilijk pieken. Hopelijk vertaald de kleine dramatiek zich naar grote heraldiek. Hopelijk zet het de boel op de juiste spanning. Geen focus op duistere limieten maar op stralend goud. Het ringspel moet nog op het hoogste niveau gespeeld worden. In vijf ringen verbonden en gevlochten is de wijde wereld in afwachting van eerlijke gevechten. Wie houdt zijn rug straks het meeste recht en wie landt er op gestrekte tenen? Wordt het Repke of wordt het Zwammes? Ach, het zal oranjelieden worst wezen. Zolang de driekleur maar zegeviert en in top gehangen kan worden. Zolang de oranjelieden in het Bavariahouse hun keeltjes maar mogen rekken dan komt alles goed. Hef de gezangen maar alvast liederlijk aan. Want hoed u London wij komen er subiet aan.


De nacht van het boek / Actualiteiten / 20-03-2012

Noodsignaal, noodsignaal. Alarm rood. Alarm rood. Beschrijving situatie. Man ligt voorovergebogen met hoofd op tafel. Vlak bij zijn hoofd staat een fles goedkope whisky. Naast en achter hem staan wat ongeruste verwarde mensen. Iedereen is stijlvol gekleed. Sommigen een beetje overdone.

Het zijn geen mensen die alertheid omzetten naar handelen. Nee, ze zijn meer naar binnen gericht. Van de schrik waarschijnlijk. Ze zijn slachtoffer van hun eigen lijden. Het had hun natuurlijk ook kunnen overkomen. Maar uitgerekend op zo'n speciale dag. Nee, dat was in hun stoutste dromen nog niet opgekomen. Daar ligt ie dan, hun held. Met het hoofd op tafel. Gevallen.

Eén van de omstanders doorbreekt de pijnlijke stilte. "Zien jullie dat ook?" Voorzichtig geschuifel. Sommige omstanders buigen voorover. Ze proberen te zien wat gezien moet worden. Maar ze weten niet goed wat ze zoeken. "Kijk, daar onder zijn hoofd?" Nu wordt het meteen duidelijk. Ja, daar schijnt iets te liggen. Daar onder het hoofd van de man die voorovergebogen ligt aan tafel.

"Verrek, nu ziek ik het pas", zegt de man met groen haar, opgestoken losjes in een klein bergje. Al stotterend gaat hij verder. "Mmmm ... mmm ... ma ... ma ... maa ... da, da, da, da ... da ... dat ... kan ... nie .. nie ... niet ... wa ... wa ... waar zijn!" Nu zien de omstanders het ook. Wat een drama. Een donderslag bij heldere hemel is het. Het is Tom. Stomdronken. Met rode koon ligt hij op zijn eigen boek.

"We moeten bellen, we moeten iemand bellen? maar wie? Een dokter misschien?"


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.