13-09-2017

Der Bomber

De zandloper staat op tafel. Heel langzaam zie ik het zand door het kleine gaatje stromen. En ik kan maar een ding denken. Laat het alsjeblieft heel even regenen in het bovenste deel van de zandloper. Kan dat? Nee, natuurlijk kan dat niet. Maar ik kan het wel denken, toch? Zodat het zand stroperig wordt en niet meer door het gaatje kan. Alsjeblieft. Ik moet toch ergens tijd winnen?

De zandloper staat nog steeds op tafel. Tien paar ogen staren me aan. Hoelang houd ik dit nog vol? Zie ik nu pretogen of bezorgde ogen? Ik kan het maar moeilijk peilen. Mijn eigen blik bevat maar een staat. Een staat van paniek. Ik voel ook tranen prikken. Nu al? Ik heb toch nog tijd? Mijn gedachten dwalen weer af. Wat als er nu een heel klein mannetje in de bovenste helft van de zandloper zou opstaan uit het zand? En dan, ja sorry, een heel klein poepje zou doen? Maar pas nadat hij driftig met zijn kleine handjes eerst een flinke kuil heeft gegraven. Kan dat? Ik stel het mezelf voor. Nee, dat gaat nooit lukken, graven en poepen tegelijk. Ik zie het zand steeds sneller stromen. Weg tijd.

De vraag, wat was nu ook alweer de vraag? Tien paar ogen staren me nog steeds aan. Een sportvraag. Wie scoorde in 1974 het bevrijdende doelpunt voor de Duitsers tijdens het WK voetbal? Wat een rotvraag. Hoezo bevrijdend doelpunt? Is dit een flauwe grap? Wil ik die vraag überhaupt wel beantwoorden? Maar opgeven is geen optie. Tien paar ogen kijken me op het moment suprême heel ernstig aan. Tien handen kloppen met hun vingers ongeduldig op de tafel. Hoezo tijdsdruk? De bonusvraag, in welke minuut werd er gescoord, laat ik schieten. Schieten, bombarderen? Der Bomber! Gerd. Gerd Müller! Ik zie de laatste korrel door het gaatje glijden. Shit! Weer verloren.


Schrijfopdracht Web Tales (naar een idee van Christa Sevichny)
Onderwerp: Suspense en tijdsdruk!
Een manier om suspense toe te voegen is tijdsdruk. Tijdsdruk is in feite een probleem of oplossing met een tijdsaspect. Het probleem of de oplossing daarvan zal plaatsvinden binnen een gestelde tijd (een week, een dag, een uur). Bijvoorbeeld: de bom gaat af over een half uur of morgen hoort jouw personage of hij is aangenomen voor zijn droombaan. Het kan ook gebeuren dat het probleem erger wordt gedurende een bepaalde tijd, bijvoorbeeld wanneer een personage gewond is en zo snel mogelijk hulp nodig heeft.

Tijdsdruk hoeft niet gebonden zijn aan de tijd zoals aangegeven op een klok; het is zelfs aan te raden om te vermijden dat jouw personage continu op de klok kijk. Het gevoel van tijdsverloop is voldoende, bijvoorbeeld “Zodra mijn man terugkomt van de oorlog kan ik hem vertellen dat ik zwanger ben” of “Over enkele ogenblikken zal de jury bekendmaken wie de wedstrijd gewonnen heeft”.

Bedenk ten minste drie manieren om tijdsdruk toe te voegen aan jouw verhaal. Het kan handig zijn om eerst te bedenken wat jouw personage zou willen bereiken. Dit kan iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld je wil een cadeautje kopen voordat de winkels sluiten, of iets heel groots, bijvoorbeeld iemand die terminaal ziek is maar toch die grote wereldreis wil maken.


Feestmuts zonder kater

Waar heb ik nu mijn neus gelaten? Ik kijk nog eens goed in de badkamerspiegel. Meestal kijkt hij mij doordringend aan. Nee, niet de spiegel, mijn neus. Is die dan zo bijzonder, dat ie het vernoemen waard is? Zeker. Het is namelijk een echte feestneus. Rood en groot. Iedere ochtend check ik of er ook een elastiekje aan vastzit dat naar mijn oren leidt. Maar nee. Nog nooit gezien. Ik poets mijn tanden en kijk daarbij nadrukkelijk naar de wasbak. Eigenlijk durf ik niet goed meer de spiegel aan te kijken. Of is het inkijken? Inkijkje in de spiegel? Nee, dat doet me aan iets geheel anders denken. Gelukkig ben ik niet in het bezit van de spiegel die ik nu voor me zie. Het beeld dat ik daarbij oproep is veel te erg. Ik zie nu mijn opa keihard poepend voor zich. Bah.

Voorzichtig waag ik weer een blik. Maar niet voordat ik eerst tussen mijn ogen en boven mijn mond voel of daar zit wat ik hoop. Ja, hij zit er nog. Mijn feestneus. Ik kijk de spiegel weer aan. Verdomd. Geen neus. Hoe is het mogelijk? Elastiekjes hoeft ik niet te zien, maar mijn neus, waar is mijn feestneus gebleven? Mijn lieve lekkere grote rode knoeperd. Het lichaamsdeel dat mij altijd zoveel vreugde schenkt. En andere mensen ook. God wat is er ooit gelachen om mijn neus. Tot huilens toe. En nu is mijn handelsmerk plots verdwenen. Dat kan toch niet? Ik voel met mijn hand aan mijn neus. Die neus zit er toch nog echt. Vervolgens voel ik aan de spiegel, daar waar ik mijn neus verwacht. Wie neemt wie nu wie bij de neus? Niks nakkes nada voel ik bij de spiegel. Zelfs geen kuiltje. Nee, gewoon koud glas. Ik haal de spiegel van de muur en draai hem om. Daar zie ik ook geen neus. Mijn ogen turen nu naar de wasbak. Ook daar zie ik geen neus liggen. Vreemd. Waar is dat enorme ding nu gebleven?

Als ik de spiegel weer ophang aan de muur, schrik ik me plots een hoedje. In de spiegel zie ik nu een muts. Een fleurige feestmuts pronkt op mijn hoofd. Nee, niet aan de spiegel, in de spiegel. Hoe is dat nu mogelijk? Ik voel onmiddellijk aan mijn kruin. Niks geen muts. Word ik gek? Is mijn feestneus mogelijk getransformeerd in een feestmuts? Hoe dan ook, het is geen gezicht. Een muts en een kale plek midden in mijn gezicht. Eventjes, heel eventjes voel ik me Voldemor. Maar dan zonder feestmuts. Niet bepaald een typje ook, om een feestmuts te dragen. Hier moet ik even over nadenken. Wat hier gebeurt heeft aandacht nodig. Dat mag duidelijk zijn. Ik neem een klein pottertje uit het zwarte doosje dat boven de wasbak op het plankje staat. Black magic helpt altijd. Zodra ik het kleine snoepje binnenslik verdwijnt het maffe mutsje en keert mijn neus terug. Oef. Gelukkig maar.


Schrijfprikkel: Feestmuts

12-09-2017

Schoon genoeg

Genoeg zeg ik
Van wat?
Zeep

Genoeg zeg ik
Van wat?
Zweep

Genoeg zeg ik
Van wat?
Moeder

Genoeg zeg ik
Van wat?
Gespiegel

Genoeg zeg ik
Van wat?
Geëmmer

Genoeg zeg ik
Van wat?
Ware Jacobs

Genoeg zeg ik.
Van wat?
Zakdoeken

Genoeg zeg ik
Van wat?
Doekzakken

Van wat?
Doekzakken
Wat zijn dat?

Zakken met een doek
En wat doen die dan?
Snotteren om niks

Om niets?
Ja om niets.
Wat vreemd.

Precies daarom zijn het doekzakken
Omdat ze snotteren om niets?
Precies.